Foto: Publiek domein
wetenschap

Wat te doen als collega’s je ‘s avonds nog appen? Onderzoeker Michelle geeft tips

Sterre van der Hee,
8 november 2018 - 11:37

UvA-onderzoeker Michelle Van Laethem (werk- en organisatiepsychologie) doet een studie naar workplace telepressure: het gevoel dat je razendsnel moet antwoorden op werkgerelateerde berichtjes. Wat kun je daartegen doen? ‘Als alle collega’s om drie uur ’s nachts nog appen, kan het lastig zijn om daarvan af te wijken.’

Elf uur, net na het tandenpoetsen. Tóch even dat werkmailtje checken. Geen antwoord? Dan nog maar een reminder. En hé, je baas stuurt nog een interessant bericht uit de Volkskrant – snel even lezen, dan kun je meteen reageren. En ook meteen op die appjes van je stagiair. En dan is het half één.

 

Die drang om werkmails en –appjes te willen beantwoorden, en het liefst zo snel mogelijk, heeft sinds enkele jaren een wetenschappelijke naam: workplace telepressure. Michelle Van Laethem (31), universitair docent in arbeids- en organisatiepsychologie aan de UvA, doet onderzoek naar dit fenomeen. Samen met psychologen van de Erasmus Universiteit publiceerde ze erover in het wetenschappelijke tijdschrift Frontiers in Psychology. ‘De vraag is wat de gevolgen en consequenties zijn van dagelijks werkgerelateerd smartphonegebruik.’

Hoe kun je omgaan met workplace telepressure?

Tip 1. Kijk naar je smartphonegedrag. Móet je af en toe je nieuwe appjes checken? Of kun je prima zonder? ‘Als ze zich ervan bewust worden, denk ik dat veel mensen zien: oei, dat is niet helemaal gezond,’ zegt Van Laethem. ‘Als je je bewust bent van je gedrag en het bevalt je niet, kun je actie ondernemen: je werkmail van je telefoon gooien of je werktelefoon op je werk laten.’

Tip 2. Doe aan verwachtingsmanagement. Als jij je e-mails om half drie ’s nachts beantwoordt, denkt je baas dat je altijd bereikbaar bent. Toch een productieve bui? ‘Met veel mailprogramma’s kun je je e-mail uitstellen,’ zegt Van Laethem. ‘Dan stuurt-ie de mail pas ’s ochtends, maar heb ik het toch even uit mijn hoofd geschreven.’

Tip 3. Maak regels voor de werk-WhatsAppgroep. Handig, zo’n groep om diensten te ruilen (of een nieuwtje te delen) (of nog een foto van de laatste borrel). Maar soms heb je weekend/vakantie/een kater en ben je even helemaal klaar met die bliepjes en piepjes. ‘Bedenk regels,’ zegt Van Laethem. ‘Laat bijvoorbeeld alle “likes” achterwege of verbied foto’s, dat zorgt al voor minder ruis.’ Wat ook kan: een aparte babbel-appgroep.

Van Laethem deed onderzoek naar de invloed van telepressure – dus het razendsnel willen beantwoorden van werkmails – op de relatie tussen werkgerelateerd smartphonegebruik en ‘bevlogenheid’ van de werknemer. Blijft die fris, fit en enthousiast? ‘In mijn onderzoeksgroep van 116 mensen, die gedurende vijf dagen deelnamen aan het onderzoek, bleek dat zo’n 55 procent “last” had van telepressure,’ licht ze de resultaten toe. ‘Zij scoorden een drie of hoger op een vijfpuntsschaal. Ik had wel een speciale sample: Nederlandse werknemers, vaak uit de onderwijs-, zorg- of ict-sector, en veelal hoogopgeleid.’ Van de groep gebruikte 39 procent de telefoon ná het werk nog voor werkgerelateerde berichten.

 

Rust en herstel

Wat nieuw was: de mensen die telepressure ervoeren, waren minder bevlogen op de dagen dat ze hun smartphone intensief gebruikten dan de collega’s die de e-mails en appjes van collega’s beter konden laten liggen. ‘Op dagen dat de proefpersonen die hoge telepressure ervaren hun telefoon veel gebruikten voor werkgerelateerde zaken, waren ze minder fit en gingen ze minder op in het werk.’ De resultaten konden per dag variëren: als iemand met een hoge telepressure-ervaring zijn smartphone op maandag níet intensief gebruikte voor werkgerelateerde zaken, voelde hij of zij zich op die dag ook iets enthousiaster. De exacte oorzaak van het verband is nog niet onderzocht.

 

Er is genoeg reden om telepressure serieus te nemen, zegt Van Laethem. ‘We moeten natuurlijk meer onderzoek doen, maar uit eerdere artikelen van collega’s blijkt de relatie met slaapproblemen en burn-out. Mensen hebben nu eenmaal rust en herstel nodig en moeten loskomen van de dagelijkse stress om gezond te blijven.’

 

Organisatiecultuur

Wat te doen? De drang om snel te antwoorden zit deels in jezelf, blijkt uit eerdere onderzoeken. Tegelijkertijd kan het bedrijf wel een grote rol spelen, zegt Van Laethem. Je gedrag is ook afhankelijk van de organisatiecultuur: als iedereen op jouw afdeling om drie uur ’s nachts nog maildiscussies begint, kan het lastig zijn om daarvan af te wijken. ‘Het zou goed zijn als de baas er een thema van maakt,’ legt Van Laethem uit. ‘Praat erover, tijdens het eindejaarsgesprek, of gewoon bij de lunch. Mensen moeten weten dat zulk gedrag niet de standaard is.’ Uiteindelijk helpt dat ook het team verder: het voorkomt extra stress en oververmoeidheid, zegt Van Laethem. Het gaat wellicht wat lastiger in 24-uursbranches als het ziekenhuis, maar op kantoor gaat de wereld niet verloren als je ’s avonds even niet werkt.

Op kantoor gaat de wereld niet verloren als je ’s avonds even niet werkt

Van Laethem hoopt dat mensen zich überhaupt wat bewuster worden van hun telefoongebruik. ‘We gaan nu een onderzoek doen waarbij we mensen vragen om hun smartphone ’s avonds uit te zetten,’ zegt ze, ‘maar het blijkt lastig om deelnemers te vinden die daartoe bereid zijn. We hebben het nu teruggeschaald naar enkele uren voor ze naar bed gaan, dat is al moeilijk genoeg. Mensen weten vaak niet hoe veel ze hun telefoon gebruiken.’ Natuurlijk kan het ook de productiviteit bevorderen, zegt ze. ‘Het heeft veel positieve kanten, maar de smartphone is vooral bedacht als hulpmiddel. Ga jezelf er niet mee in de weg zitten.’

Lees meer over