Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Marlell (cc, via Flickr)
wetenschap

Begrijpen kleuters de regels van een taal echt?

Marleen Hoebe,
30 juli 2018 - 11:33

Het is ongelooflijk hoe snel kleine kinderen een taal aanleren, zonder dat ze daartoe veel moeite lijken te doen. Maar hebben ze wel door welke regels in een taal zitten? Taalwetenschapper Sybren Spit doet hier onderzoek naar. ‘Kleine kinderen krijgen geen echte uitleg als ze een taal leren, maar we weten helemaal niet of dit goed is.’

In het onderzoek van Sybren Spit moeten kleuters een taal van veertig tot vijftig woorden aanleren. ‘Binnen de taalwetenschappen bestaat een traditie om artificial grammar learning te gebruiken,’ legt hij uit. ‘De kinderen leren dan bepaalde grammaticaregels die horen bij een niet-bestaande taal. Hierbij kun je precies bepalen wat je in een taal stopt en wat niet.’

Esperanto

De taal Esperanto is in de 19e eeuw bedacht door de Poolse arts Ludwik Lejzer Zamenhof. Hij wilde een taal waarmee je internationaal makkelijk kunt communiceren. De taal is niet gebonden aan een land of volk. Het moest een wereldtaal worden. Dat is niet gelukt, maar er zijn wel ongeveer twee miljoen sprekers over de hele wereld en duizend mensen die het als moedertaal hebben. De UvA heeft zelfs een hoogleraar Esperanto, Federico Gobbo.

De bedachte taal van Spit bestaat uit woorden die in het woordenboek Esperanto voorkomen. ‘De woorden die we gebruiken klinken goed, niet onuitspreekbaar,’ vertelt Spit. ‘Ze zijn logisch opgebouwd.’

 

Spit doet dit onderzoek, omdat hij wil weten of kleuters zich bewust zijn van de grammaticaregels van een taal. ‘We weten überhaupt niet of kinderen zich bewust zijn van taal. Veel onderzoekers denken dat als je maar veel praat tegen kinderen, dat ze dan vanzelf een taal leren.’

 

Testje met grammaticaregels

De kleuters krijgen in totaal ongeveer vijfentwintig minuten lang woorden te zien op een beeldscherm en te horen via een koptelefoon. Bij de woorden staan makkelijke plaatjes. Om de vijf minuten mogen de kinderen steeds even iets anders doen. Spit: ‘Ze kunnen anders natuurlijk nooit zo lang hun aandacht erbij houden.’

 

Helemaal aan het einde wordt getest hoe goed ze de taal beheersen. ‘Ze krijgen dan een testje waarin ze een zinnetje te horen krijgen. Hierbij moeten ze het plaatje kiezen dat erbij hoort. Ze krijgen zinnetjes waarbij ze een grammaticaregel kunnen gebruiken en zinnetjes waarbij dit niet kan.’

Bewust of onbewust

‘Kleuters geven geen antwoord als je vraagt wat die grammaticaregels precies inhouden,’ vertelt Spit. ‘Daardoor weet je niet zeker of ze zich wel bewust zijn van de regels. In ieder geval kunnen ze het niet verwoorden. Maar dieren kunnen dat ook niet, terwijl ze zich toch vaak wel bewust zijn van bepaalde dingen.’

 

Spit probeert het bewustzijn van de kleuters te doorgronden. De test is namelijk een soort gedragstaakje met een beloningssysteem. Zodra de kinderen passen, omdat ze het antwoord niet weten, krijgen ze een kleine beloning. Als ze het antwoord goed hebben, krijgen ze een grotere beloning. Hebben ze het antwoord fout, dan krijgen ze niks. ‘Het is dus slim om te passen als je een zinnetje krijgt waarbij je geen grammaticaregel kunt toepassen,’ zegt Spit. ‘Zodra je de regels doorhebt en je krijgt een zin waarbij je die kunt gebruiken, is het juist slim om wel een antwoord te geven. Dan heb je namelijk een grote kans op een grote beloning.’

Foto: Tessa Posthuma de Boer
Sybren Spit

Als kleuters vaker kiezen om een antwoord te geven bij de zinnen waarbij je grammaticaregels moet toepassen, zou je kunnen zeggen dat ze de regels doorhebben. Dat lijkt in dit onderzoek het geval. De kleuters hadden namelijk meer goede antwoorden bij de zinnen waarbij regels horen. ‘Het leek wel alsof ze voor grote beloningen gingen wanneer ze een zinnetje hoorden waarbij ze gebruik konden maken van een grammaticaregel,’ vertelt Spit. ‘Daardoor zou je iets kunnen zeggen over het bewustzijn van de kleuters. De vraag is nu of kinderen ook beter leren wanneer ze bewust zijn dan wanneer ze dat niet zijn.’

 

Zonder of met uitleg

In ieder geval vonden de kleuters het leuk om mee te doen aan het onderzoek. ‘Maar het is niet duidelijk of dit komt door de bellenblaas die ze aan het einde krijgen, de test zelf of dat ze even uit de klas mogen,’ zegt Spit lachend.

 

Het kleuteronderzoek is ook nog niet klaar, want hij is nu aan het bekijken hoe goed kinderen een nieuwe taal leren als ze wel of geen uitleg krijgen. ‘Kleine kinderen krijgen geen echte uitleg als ze een taal leren, maar we weten helemaal niet of dit goed is. Misschien leren ze een taal wel sneller als we ze uitleg geven. Bij volwassenen denken we dat uitleg heel erg helpt bij het leren van een taal.’ 

‘Als je denkt dat het nut heeft om veel talen te leren, dan kun je er niet vroeg genoeg mee beginnen’

Veel talen leren

Denkt hij dat het slim is om op jonge leeftijd al veel talen te leren? ‘Er zijn mensen die denken dat kinderen hierdoor cognitieve voordelen hebben. Dat ze dan beter hun aandacht kunnen verdelen over verschillende taken. Als je denkt dat het nut heeft, dan kun je er niet vroeg genoeg mee beginnen. Een taal aanleren gaat immers makkelijker op jonge leeftijd.’

 

Spit is zelf alleen Nederlandstalig opgevoed. Hij vindt het soms wel jammer dat hij niet ook Spaanstalig is opgevoed. ‘Ik ben in Spanje geboren. Mijn vader kan wel vloeiend Spaans. Maar er zijn niet veel momenten waarbij ik het mis.’ Met een glimlach zegt hij: ‘Het is niet zo dat ik nu in de problemen kom omdat ik geen Spaans kan.’