Foto: Marcel Oosterwijk (cc, via Flickr)
wetenschap

‘Ouderen moeten vitaal blijven en bij werk betrokken blijven’

Dirk Wolthekker,
1 augustus 2018 - 10:26

De discussie over onze pensioenen en ons pensioenstelsel is nog maar kinderspel bij wat de wereld te wachten staat. Mensen leven steeds langer en er zijn steeds minder mensen om ouderen te verzorgen. Wat te doen? Daarover gaat de summerschool The politics of ageing van de Graduate School of Social Sciences van de UvA.

Het is een divers publiek dat deelneemt aan de summerschool van ‘vergrijzingsonderzoeker’ en academic director Caroline van Dullemen. Jong en oud heeft zich voor de summerschool ingeschreven. Van Dullemen is vorig jaar gepromoveerd op een onderzoek naar de politiek en de consequenties van de vergrijzing in opkomende economieën in Azië en Latijns-Amerika. ‘Denk maar niet dat het een probleem is dat alleen in Westerse landen speelt, het speelt ook op andere continenten.’ Van Dullemen spreekt over de 21ste eeuw als ‘de eeuw van de vergrijzing’. Niet dat mensen in voorbije eeuwen niet steeds ouder werden, maar de levensverwachting is nu stukken hoger en in tegenstelling tot eerdere tijden is er volop sprake van ‘ontgroening’. Mensen krijgen steeds minder kinderen, althans te weinig om ouders en familie op leeftijd te verzorgen.

Vergrijzingsonderzoeker Caroline van Dullemen en een assistent

‘In China heeft men de verplichte eenkindpolitiek al in 2015 verlaten, maar dit heeft niet tot gevolg gehad dat mensen meer kinderen nemen. Dat heeft ook te maken met de arbeidswetgeving: als die slecht is, als mensen geen vaste contracten krijgen en als hun bestaanszekerheid niet groot genoeg is, dan nemen ze geen kinderen. Zelf heb ik ook gewacht met een kind tot ik een vast contract had. In China wordt nu een vorm van AOW ingevoerd, zodat ouderen niet afhankelijk zijn van het ene kind dat ze hebben.’

 

Moeten alle opkomende economieën door de vergrijzing een verzorgingsstaat opbouwen?

‘Dat gaan ze natuurlijk proberen, want ook daar komen steeds meer ouderen. Maar het grote verschil met ons is dat West-Europa er vijftig tot honderd jaar over heeft kunnen doen om verzorgingsstaten op te bouwen. Opkomende economieën moeten dat in tien, twintig jaar voor elkaar zien te krijgen. Dat legt een zware druk op het financiële, sociale en culturele kapitaal van zulke landen. In Afrika en in de Arabische staten is het probleem nog niet zo groot, omdat die relatief veel jonge mensen hebben die werken en de ouderenzorg financieren. Maar we moeten ermee rekening houden dat er in 2050 minder kinderen onder de veertien zijn dan volwassenen boven de zestig jaar. Dat is revolutionair en niet eerder vertoond.’

 

Migranten krijgen vaak meer kinderen. Kunnen zij het tij in Europa keren?

‘Op korte termijn misschien wel, maar uiteindelijk passen migranten zich aan de nieuwe cultuur aan, bijvoorbeeld door minder kinderen te nemen. Zij weten ook dat het hebben van veel kinderen een gezin in de armoede kan houden, waardoor het gezin niet kan investeren in de toekomst. En ontwikkeling begint bij het kunnen investeren in de toekomst.’

‘Nu is het vaak zo dat in ouderen geen energie meer wordt gestoken. We moeten meer aan vitality management doen’

Moeten ouderen dan meer en langer in het productieproces betrokken blijven?

‘We moeten meer aan vitality management doen en dat moet ook door de politiek worden georganiseerd en gefaciliteerd. Ouderen moeten vitaal blijven en bij werk betrokken blijven, en werkgevers moeten de employability van al hun medewerkers op peil houden. Ze moeten er dus voor zorgen dat al hun medewerkers optimaal inzetbaar zijn. Nu is het vaak zo dat in ouderen geen energie meer wordt gestoken. Maar ik zou zeggen: maak die zestigplusser gewoon projectmanager als je die als bedrijf nodig hebt.’

 

Ouderen maken vaak een uitgebluste indruk en zijn niet meer op de hoogte van innovaties.

‘Dat is een kwestie van beeldvorming. Mark Zuckerberg heeft eens gezegd dat hij niets meer kan leren van mensen boven de dertig, omdat zij niet tech-savvy zouden zijn. Van dat beeld moeten we dus helemaal af. Er wordt vaak gezegd dat ouderen niet over 21st century skills beschikken, maar ze combineren wel kennis met ervaring, waardoor ze creatief zijn in het vinden van oplossingen. Ze kunnen daarnaast vaak heel goed in teamverband werken. Dat zijn óók 21st century skills. Gelukkig komen er steeds meer ouderen die laten zien dat ze nog mee kunnen komen. Wat je verder ook van hem vindt, maar zelfs Trump laat zien dat ouderen mee kunnen tellen.’

 

Wat we ook doen, de ouder wordende mens zal steeds meer afhankelijk zijn van zijn directe omgeving, nu de staat zich steeds meer terugtrekt uit het zorgproces. Kunnen we de terugkeer van sterke familieverbanden verwachten?

‘Niet alleen familieverbanden, het gaat ook om buurtzorg en village-to-village communities die elkaar bijstaan. Die verbanden worden steeds belangrijke en veel mensen zien dat ook wel in. Het gesprek erover is gaande. Maar versterking van de sociale omgeving is echt niet het enige wat belangrijk is. Het gaat om de driehoek familie/huishouden, markt en politiek. Die moeten samen zorgen dat ouderen mee kunnen blijven komen.’

 

De summerschool The politics of ageing maakt deel uit van de Graduate School of Social Sciences. Er worden dit jaar 22 programma’s aangeboden waaraan 530 studenten deelnemen uit 60 verschillende landen. Zie hier voor de andere summerschools.