Foto: Privéarchief Caroline Roset
wetenschap

Caroline promoveert op het Arabisch in Darfur, maar mocht er niet heen: ‘Te gevaarlijk’

Sterre van der Hee,
3 mei 2018 - 17:25

Caroline Roset (49) hoopt 18 mei te promoveren op haar studie naar gesproken Arabisch in de Soedanese regio Darfur. Daarvoor reisde ze vier keer naar het Noord-Afrikaanse land. ‘Ik heb niet de illusie dat ik Darfur ga redden, maar het is belangrijk dat er aandacht voor is.’

Ja, UvA-onderzoeker Caroline Roset (49, semitische talen en culturen) schreef haar proefschrift over de taal van inwoners van het conflictgebied Darfur. Zelf kreeg ze geen reisvergunning voor het gebied. ‘Alleen voor de Soedanese hoofdstad Khartoem.’ Darfur was te gevaarlijk, vond de Soedanese regering. ‘Een beetje genânt: ik heb onderzoek gedaan naar een gebied waar ik niet ben geweest. Maar het is niet anders.’

 

Voor haar promotieonderzoek bestudeerde Roset de grammatica van het Darfur-Arabisch: het ‘platte’ Arabisch, zoals het wordt gesproken in het westen van Soedan en in het oosten van Tsjaad. Ze reisde vier keer naar Soedan, telkens in de winter, waar ze zo’n twintig Darfuri’s interviewde, vaak vluchtelingen uit het oorlogsgebied. ‘Ik had geen specifieke vragenlijst. Ik wilde ze gewoon laten praten om met mijn opnames de grammatica te analyseren.’ Op 18 mei hoopt ze, na zesenhalf jaar, te promoveren.

 

Wat is uw belangrijkste bevinding?

‘Het Darfur-Arabisch is sterk beïnvloed door lokale Afrikaanse talen. Daardoor klinkt het erg on-Arabisch, maar het is het wel. Mijn proefschrift, op basis van mijn interviews, toont dat aan: Darfur-Arabisch heeft een overwegend Arabische grammatica en woordenschat.’

‘Ik vind dat de Darfuri’s het verdienen: in Soedan wordt erg op ze neergekeken’

Waarom deze studie naar dit Arabische dialect?

‘Taal is essentieel om culturen en mensen te begrijpen. Je komt te weten wat er speelt. We weten veel van het Standaardarabisch – dat van de Koran – maar dat is erg archaïsch, in de Arabische wereld heb je er in mondelinge communicatie weinig aan. Dit soort dialecten doet ertoe. Ik vind ook dat de Darfuri’s het een beetje verdienen: in Soedan wordt op ze neergekeken, zoals vaker bij volkeren die in uithoeken leven en laagopgeleid zijn. En er is een hoop ellende aan de gang. Googel maar eens: je ziet gieren, halfdode kindjes, kapotte tenten. Ik heb niet de illusie dat ik Darfur ga redden, maar het is belangrijk dat er aandacht voor is.’

 

Hoe kreeg u de Darfuri’s aan de praat?

‘Ik kende mensen bij de universiteit van Khartoem en wat Soedanezen uit Nederland, en zij kenden weer anderen. Veel Soedanezen vinden een “blanke” ook interessant, zo was het makkelijk om in contact te komen. Ik raakte overigens meer in gesprek met vrouwen dan met mannen, dat ging wat natuurlijker en spontaner, wat mij weer realistische data opleverde.’

 

Welke gesprekken zijn u bijgebleven? 

‘Ik had een gesprekslijstje: waarom waren ze in Khartoem, hoe kwamen ze daar, hoeveel vrouwen had hun man, wat vonden ze daarvan? En ik vroeg naar recepten. Eén vrouw vertelde duizend-en-één-nacht-achtige verhalen, vol djinnsDjinns zijn bovennatuurlijke, onzichtbare wezens in sprookjes en verhalen., pratende dieren en doodslag, en iemand anders vertelde over zelfgestookt bier. Wat me verraste was hun veerkracht: ze hadden in kampen gezeten, grond en vee moeten achterlaten, maar ze hadden zoveel humor en relativeringsvermogen. En hun gastvrijheid: er was altijd eten en drinken.’

Foto: Privéarchief Caroline Roset

Wat vond u lastig aan het onderzoek?

‘Wat betreft de interviews: vaak waren er familieleden bij die gesprekken onderbraken om zaken uit te leggen in het Standaardarabisch of er waren vogels, vliegen, baby’s en gebedsoproepen die opnames verstoorden. Maar dat hoort erbij: men leeft veel samen en buiten. Verder was de combinatie van onderzoek en onderwijs lastig aan de UvA. Als lid van de vaste opleidingsstaf bij Arabisch krijg je een onophoudelijke stroom kleine, urgente taken, veelal administratief en organisatorisch. Dat kon ik moeilijk loslaten – het was prettig om dan af en toe in Soedan te werken.’

 

U gaat vast nog terug naar Soedan.

‘Waarschijnlijk. Volgend jaar doe ik een cursus Teaching Arabic as a foreign language in Egypte, vlakbij Soedan. Dan hoop ik mijn informanten op te zoeken, mijn boek te geven, en geld voor hen mee te nemen. Dat geld heb ik als cadeau gevraagd aan het bezoek van mijn promotie.’