Foto: Privé-archief Geertje Mak
wetenschap

‘Ook in Nederlands-Indië werden inheemse kinderen “toegeëigend”’

Dirk Wolthekker,
5 juli 2017 - 10:40

Historicus Geertje Mak werd vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar politieke geschiedenis van gender in Nederland. Deze week houdt zij haar oratie en vindt een symposium plaats over negentiende en twintigste-eeuwse koloniale strategieën ten aanzien van inheemse kinderen in de toenmalige koloniën. Vijf vragen aan Geertje Mak.

U start een onderzoeksproject naar koloniale ‘toe-eigening’ van inheemse kinderen. Waar hebben we het hier precies over?

‘Het gaat om het weghalen van inheemse kinderen uit hun eigen families en omgeving om vervolgens te worden heropgevoed in een Westers-christelijke context. Dat is in het verleden veel gebeurd met Indianenadolescenten in Amerika en Canada, maar ook met “halfbloed” Aboriginalkinderen in Australië: kinderen van blanke vaders en Aboriginal-moeders. Die kinderen werden bij de moeders weggehaald waarbij het de bedoeling was dat ze na een aantal generaties uiteindelijk helemaal blank zouden zijn. Vandaar de term “gestolen kinderen”. Dat dit ook is gebeurd met inheemse kinderen in voormalig Nederlands-Indië in de negentiende eeuw is wel bekend, maar hoe dat precies gebeurde, op welke schaal en wanneer moet nog worden onderzocht. In Nederlands Nieuw-Guinea ging het om andere praktijken, waarover we al meer weten maar die ik met collega’s verder wil onderzoeken. Er zijn dus wel parallellen met de koloniale politiek in Noord-Amerika en Australië.’

Foto: Dirk Gillissen
Geertje Mak

Waarom is het interessant om dit te onderzoeken?

‘Wetenschappelijk gezien is het belangrijk om meer zicht te krijgen op het begrijpen van koloniale processen via het vooral vrouwelijke domein van opvoeding. Het biedt bovendien de mogelijkheid een ander perspectief te krijgen op die processen. Dit soort onderzoek kent natuurlijk ook morele aspecten die doorwerken tot op heden.’

 

Welke parallellen bestaan er tussen koloniale ‘toe-eigening’ in Noord-Amerika en Australië enerzijds en Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw Guinea anderzijds?

‘Ook in Nederlands-Indië ging het om “halfbloed” – om dat racistische woord maar eens te gebruiken – kinderen van Nederlandse mannen en (vaak) Javaanse of Sumatraanse vrouwen. Door hun vaders hadden deze Indo-Europese kinderen een Europese status, maar ze werden veelal door hun moeders opgevoed. Die gaven hen echter geen Europese, maar een inheemse opvoeding. Koloniale categorieën raakten op die manier in de war en dergelijke kinderen werden dan ook vaak bij de moeders weggehaald. Ze werden vaak tot “wees” verklaard en kwamen dan terecht in weeshuizen, waar ze door zendelingen doelbewust werden afgesneden van hun oorspronkelijke inheemse cultuur. In Nederlands Nieuw-Guinea ontdekten we dat hele Papoea-dorpen werden gedwongen om in modelkampongs of christendorpen in gezinsverband te gaan leven.’

‘De retoriek van de zendelingen is steeds dat de kinderen werden bevrijd uit de klauwen van een primitieve beschaving’

In de koloniale politiek speelde gender dus een belangrijke rol.

‘Het gaat in mijn onderzoek heel nadrukkelijk om de vraag hoe diep en intiem koloniale structuren ingrepen in het leven van inheemse mensen. Koloniale opvattingen over opvoeding, huishouding, onderwijs, gezondheidszorg, seksualiteit werden vaak opgelegd via het vrouwelijke domein van huis en opvoeding.’

 

Kwamen de biologische moeders niet in opstand?

‘Dat is heel moeilijk te achterhalen. Of er sprake was van boosheid, verdriet of machteloosheid wordt door de missionarissen of zendelingen liever niet vermeld. Soms werd de inheemse bevolking verleid met tabak, geld of kleren. Ook kon het een bewuste strategie zijn om kinderen in de koloniale hiërarchie een kans te geven. Wat we weten komt uit brieven die zendelingen naar het thuisfront schreven. In die gearchiveerde brieven lieten ze soms iets los over de emoties van de moeders en de “opvoeding” van de kinderen. In de meeste gevallen is de wanhoop van de moeders echter niet gedocumenteerd en moeilijk in beeld te krijgen. Bovendien moet je er rekening mee houden dat de brieven tamelijk “gekleurd” zijn: het narratief en de retoriek van de zendelingen is steeds dat de kinderen werden bevrijd uit de klauwen van een primitieve beschaving.’