Foto: محمد بوعلام عصامي (cc, via Wikimedia Commons)
opinie

Aynan | De dood van het graf

Asis Aynan,
25 februari 2016 - 07:53

Waarom moraliseren wij de grond waarin ons lichaam na de dood wordt begraven? Het is een vraag die mij al jaren bezighoudt.

Er was een tijd dat het voor de hand lag dat mijn levenspad zou eindigen in het geboortedorp van mijn ouders. Mijn laatste plek zou in het johannesbrooddal zijn. Die gedachte was net zo vanzelfsprekend als de dood.


Gedurende de adolescentie ontwikkelde ik het idee dat het dwaas was dat mijn doodsakker de steengrond van een Afrikaans dorp zou worden, omdat daar de bron van mijn familie opwelt. Ik ben hier geboren en heb deze leefomgeving in alles lief. Mijn eeuwige rustplaats lag tussen de Noordzee en de Kennemerduinen. Het graf als statement.


Een grote trots van rebellie sierde de daad van mijn denken, omdat ik dwars tegen mijn ouders en de verborgen publieke opinie inging, die ervan uitgaat dat ieder lijf met genen over de grens niet hier ter aarde wordt besteld.

 

Na het lezen van Rousseaus Het maatschappelijk verdrag begreep ik dat het een misslag was een morele claim te leggen op het stukje aarde waar een lichaam zonder geest in wordt begraven. De roman De Bottenzoekers van de geniale Tahar Djaout leerde mij dat het sterven niet gepaard gaat met een morele boodschap. Het enige wat ertoe doet is wat ervoor plaatsvindt; het leven waar de ziel in woont. Het is verlichtend en tegelijkertijd beangstigend dat mijn graf is gestorven. Ik ervaar het als bevrijdend, omdat een onwaar juk niet meer leidend is, angstig om onbekende paden te betreden én daar openlijk over te spreken.


Maar gelukkig, diezelfde Tahar Djaout leefde het volgende motto: ‘Als je spreekt, zul je sterven. Als je zwijgt, zul je doodgaan. Dus spreek en sterf.’


Ik kan alleen maar instemmen en spreken.