opinie

Doorn in het oog

Asis Aynan,
26 augustus 2015 - 09:46

In 1984 was ik eerstejaars op de kleuterschool. Twee jaar later ging ik naar de eerste klas van de lagere school. In het jaar 1992 was ik brugklasser. Op het meao deed ik twee keer over het eerste jaar. In 2001 volgde ik een propedeusejaar op de hogeschool. En in 2004 was ik eerstejaarsstudent wijsbegeerte aan de UvA. Al deze eerstejaren staan bol van de herinneringen. 

Een herinnering ontstaat als gebeurtenis en fictie op elkaar reageren in het hoofd. Naarmate de gebeurtenis verder achter ons ligt, wordt de herinnering rijker, omdat de fantasie steeds meer ruimte krijgt om haar te bewerken.

 

En dat is het wonder van het ouder worden. Hoe langer geleden iets gebeurd is, hoe meer het ik een personage wordt, en dat karakter leert je beter kennen. Om met de woorden van de dichter spreken: De afstand tussen ons brengt mij nog dichter bij jou. Hetgeen direct een probleem omvat: we kunnen ons met de blik van de tegenwoordigheid nooit goed doorgronden. Het hier en nu zegt verdomd weinig.

 

In de weken na 2 november 2004, de dag dat Theo van Gogh werd vermoord, bezocht mij iedere nacht een geest. In mijn dromen was ik constant op de vlucht voor dat spook. Iedere morgen sleepte ik mezelf uitgeput naar college.

Doe iets, want wie niets doet, verliest altijd

Op een dag werd ik in het donkerste deel van de nacht wakker. Boos en met geïrriteerde ogen ging ik aan mijn bureau zitten en schreef Doorn in het oog, een script waarin een imam op bezoek is bij een actualiteitenprogramma. De imam heeft het slecht naar zijn zin en besluit zich maar te bezatten. De VPRO gaf ons de ruimte om het te maken.

 

Een paar dagen geleden keek ik het satirische filmpje terug. Elf jaar jonger, maar de jongen naar wie ik keek, had ik nog nooit zo goed gekend als nu.

 

Elf jaar later kon ik in één zin grijpen wat mij toen dreef: Doe iets, want wie niets doet, verliest altijd.