‘Iedereen kent wel Turken in de familie of in de straat die zich met drugs bezighouden. De code is: mondje dicht,’ zei schrijfster Hülya Cigdem tegen de Volkskrant. Ze werd geïnterviewd over de wietindustrie in Tilburg, die veel Turkse families in zijn greep houdt.
Ze schreef over de ontwrichtende werking van de Brabantse wietsector de familieroman De val van Mehmet. De romancière heeft een activistische geest. Ze zette de website Alinteri.nl op, daar kunnen (Turkse) Tilburgers zich uitspreken tegen wietmafosi. Hülya Cigdem is een moedig mens.
Alinteri is een initiatief naar mijn hart, dat zo snel mogelijk gevolg moet krijgen in Marokkaans-Nederland, omdat het woord ‘Turken’ in de eerste zin van deze column net zo goed door ‘Marokkanen’ kan worden vervangen.
Marokko is de grootste hasjproducent ter wereld. Het is een van de drie aandoeningen die Marokko bedlegerig houden; de andere twee zijn de migratie en het koningshuis, van wie wordt gezegd dat ze ook in de hasj zitten. Wat ik waar acht, want de opa van de huidige Marokkaanse koning verstrekte de hasjiesjboeren voor de eeuwigheid vergunningen om hennep te verbouwen. En die boeren zijn zo arm als moskeeratten en de koninklijke clan is schathemeltjerijk.
De hasj heeft Marokko tot een ziek, onbetrouwbaar en uitzichtloos land gemaakt. De gevolgen zijn desastreus. De kans dat een Marokkaans kindje geboren wordt in een gecriminaliseerde omgeving is levensgroot. Maar niet alleen daar, ook hier. De tentakels van Koning Hasjiesj reiken ver. Inmiddels noemen we het product van die koning eenoog de Mocromaffia, die niet alleen in de hasjpasta handelt, maar ook in blokken cocaïne. En is er een drugsoorlog gaande binnen de Amsterdamse Mocromaffia.
De liquidatiegolf in het Amsterdamse is de MH17-ramp van de Marokkaanse gemeenschap; iedereen kent wel een persoon die vermoord is, of iemand die een slachtoffer kent.
Postscriptum: Onlangs publiceerde de Volkskrant een special met de titel Weg met het moralisme over drugs, over de zegeningen van drugsgebruik.