Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
'Het College van Bestuur doet het helemaal niet zo slecht en moet vooral niet opstappen.' Dat betoogt UvA-hoogleraar psychologie Denny Borsboom.

In de media is het beeld ontstaan als was er onder medewerkers en studenten brede steun voor het huidige activisme rond de Maagdenhuisbezetting. Dat beeld is onjuist. Ik behoor tot de circa 35.000 medewerkers en studenten die niet meeliepen in de demonstraties deze week en die de recente brief in NRC Handelsblad, waarin het College van Bestuur van de UvA de wacht aan wordt gezegd, niet hebben ondertekend. Omdat ik het belangrijk vind dat er enig evenwicht in de berichtgeving blijft bestaan bespreek ik drie punten waarop ik het oneens ben met de activisten.

Niet één wetenschappelijk artikel
Ten eerste: het rendementsdenken. Ik heb gestudeerd in een tijd waarin het rendementsdenken nog niet bestond. In het jaar waarin ik psychologie begon te studeren – 1992 – haalde zo’n vijf procent van de eerstejaars in mijn studie de propedeuse binnen een jaar. Er waren nauwelijks contacturen, de studieonderdelen sloten slecht op elkaar aan, en er was geen enkele druk op docenten om ook eens wat haast te maken met een scriptie of werkstuk, waardoor die projecten jaren konden duren.

Vandaag de dag kent dezelfde studie psychologie een veelvoud aan contacturen, is de studie vele malen studeerbaarder geworden, en is het percentage succesvolle propedeuses vertienvoudigd. Hetzelfde geldt voor onderzoek. Toen ik aan de UvA kwam voelde niemand enige druk de resultaten van onderzoek wereldkundig te maken. Ik heb mensen met pensioen zien gaan die hun hele leven lang niet één wetenschappelijk artikel publiceerden. Er waren geen competities bij NWO of ERC, waarin onderzoekers op persoonlijke titel onderzoeksgeld konden verwerven, en dat betekende in wezen dat de enige manier om carriere te maken bestond uit handig netwerken en kopjes geven bij belangrijke hoogleraren. De kwaliteit van dit personeelsbeleid was zeer matig. Er was weliswaar geen rendementsdenken, maar ook geen rendement.

Zeer kleine studies kosten zeer veel geld
Ten tweede: de bezetting. Ik denk dat ik namens een zeer grote groep academici aan de UvA spreek als ik zeg dat ik de bezettingen van Bungehuis en Maagdenhuis maar zeer ten dele onderschrijf. De oorsprong van dit activisme ligt in bezuinigingen bij Geesteswetenschappen en het huisvestingsbeleid van de UvA. Die lokale bezuinigingen (bijvoorbeeld op kleine talen) zijn pijnlijk maar niet onredelijk.

Het is nu eenmaal zo dat zeer kleine studies zeer veel geld kosten. Je kunt er daar best een paar van hebben, maar niet teveel. Linksom of rechtsom moet de zaak bij Geesteswetenschappen lijkt mij toch anders georganiseerd worden, en daar gaat het huidige protest totaal aan voorbij.

Het huisvestingsbeleid van de UvA is een hoofdpijndossier, maar op hoofdlijnen onderschrijf ik, net als veel andere medewerkers, het streven om op een kleiner aantal locaties te concentreren en de enorme hoeveelheid monumenten en andere ingewikkelde gebouwen af te slanken. Dat is, zoals het College van Bestuur terecht heeft betoogd, juist nodig om te voorkomen dat een al te groot deel van het budget opgaat aan vastgoedmanagement. Een punt waarop de UvA het overigens, anders dan sommige media bericht hebben, zeker niet slechter doet dan vergelijkbare universiteiten elders.

Gemakzucht
Ten derde: het College van Bestuur. Het optreden van het college was op een aantal momenten niet optimaal, en misschien valt hen op punten best het een en ander aan te rekenen. Maar over het geheel genomen vind ik dat het College van Bestuur zich constructief heeft opgesteld. Bovendien kan dit college toch moeilijk maatschappijbrede tendensen als rendementsdenken verweten worden, en concrete fouten zijn bij mijn weten door de activisten niet benoemd.

De ontruiming van het Maagdenhuis afgelopen weekend was, in mijn optiek, wellicht niet strikt noodzakelijk maar wel heel begrijpelijk. Een bestuurder die de verantwoordelijkheid draagt over een situatie die zo slecht te overzien is als deze, ook op het gebied van veiligheid, is niet te benijden. Het is gemakzuchtig om het College op dit punt te veroordelen. Daarnaast is het nu op pragmatische gronden buitengewoon onverstandig om het College van Bestuur naar huis te sturen. De Maagdenhuisbezetters hebben er eigenhandig voor gezorgd dat er in heel Nederland geen hond te vinden zal zijn die op dit moment in het College van Bestuur van de UvA wil plaatsnemen. Er is dus een gerede kans dat de UvA langdurig grote hoeveelheden geld aan headhunters zal moeten uitgeven en stuurloos rond zal dobberen. Dat kunnen wij niet gebruiken en het is ook helemaal niet nodig.

Denny Borsboom is hoogleraar psychologie aan de UvA.