De universiteit is van ons


Volgens Jarmo Berkhout waren de bezettingen het startpunt van een onvermijdelijke revolutie.


Het Bungehuis is elf dagen bezet geweest. Elf dagen lang kwamen studenten en docenten bijeen in de kamers van het aan Soho verkochte pand om te discussiëren over de staat van de universiteit. Om de bezetting gaande te houden, lezingen te organiseren, praktische zaken als voedsel en dekens te regelen. Ik ben er zelf elke dag geweest en heb niet vaak een dergelijke toewijding gezien aan een dergelijk belangrijke zaak – de toekomst van ons onderwijs.

Maar als de ME dan komt, het gebouw ontruimt en meer dan veertig mensen oppakt, is er dan ook iets gewonnen? Ik was lid van de delegatie die namens de bezetters mocht onderhandelen met het CvB, en heb gezien: dit bestuur wijkt geen millimeter van de vastgestelde koers, dit bestuur verwart een eenzijdige uitleg met dialoog. Een compromis werd aldus niet gevonden, concessies bleven uit, de bezetters hebben geen van hun punten verwezenlijkt zien worden en belandden in de cel. Is de bezetting daarmee uitgedraaid op een mislukking? Nee. Want dit is niet het einde, dit is het begin. Er is iets aan de hand op de universiteit, namelijk: studentenactivisme is terug. Op de dag van de ontruiming van het Bungehuis hebben honderden sympathisanten al gedemonstreerd. De dag erna hebben meer dan 1500 mensen – studenten en docenten – zich verenigd in een protestmars voor democratie. En deze protestmars is geëindigd in de elfde bezetting van het Maagdenhuis. Dit zijn doodnormale studenten, van alle faculteiten van onze universiteit, die hebben gezegd: de universiteit is van ons, dit beleid pik ik niet meer.

Dit is wat het Bungehuis teweeg heeft gebracht. De roep om verandering wordt steeds feller; politici van verscheidene partijen waren op het Spui om te speechen; de minister gaat om de tafel met de actievoerders; de vakbonden spreken zich uit voor de academische gemeenschap; docenten vallen over elkaar heen met sympathiebetuigingen aan de studenten; het College van Bestuur snapt eindelijk dat het concessies moet doen om zijn positie te behouden. Met andere woorden: er is een generatie wakker geworden die bereid is te strijden voor haar rechten, voor haar onderwijs, en voor haar universiteit. Dit is een beweging die verandering wil, en die zich zal versterken totdat het zover is. Dit is het begin. Het beleid van de universiteit is openlijk in twijfel getrokken en tegengewerkt door een grote groep studenten die niet accepteert dat zij dat beleid slechts lijdzaam te ondergaan heeft. In feite is dit een oproep: ook jij, ook andere studenten kunnen van zich laten horen, kunnen (een deel van) de macht op hun opleiding, faculteit of universiteit claimen. En als dat lukt, dan kunnen we spreken van inspraak. Dan zal het Bungehuis niet voor niets zijn geweest.

Jarmo Berkhout is student filosofie en frontman van Humanities Rally.

We zitten in hetzelfde schuitje


Het is zinloos de schuldvraag door te schuiven – de academische gemeenschap is samen verantwoordelijk, stelt Frank van Vree.

De vraag of bezetten een legitiem actiemiddel is, kan vanuit democratisch oogpunt alleen maar positief worden beantwoord. Of daarmee de elf dagen durende bezetting van het Bungehuis gerechtvaardigd is, is wat anders. Er is ook nog zoiets als proportionaliteit, zoals de rechtbank in het kort geding tegen de bezetters aangaf: weegt het doel van de actie op tegen de gevolgen? Of, concreter, weegt het statement van de bezetting op tegen de ingrijpende verstoring van de normale gang van zaken en de schade, in de vorm van de noodzakelijke vervanging van vernield sanitair en alle sloten in Bungehuis en PC Hoofthuis, gederfde inkomsten van derden, plus de kosten voor mislukte onderzoeksprojecten, schoonmaakploegen en extra bewaking – optellend tot een bedrag waarvoor met gemak een aantal medewerkers een jaar in dienst kunnen worden gehouden.
Tegelijk is duidelijk dat de bezetting heel veel heeft losgemaakt – ook onder medewerkers die de actie niet direct wilden steunen. Veel reacties, openlijk dan wel bedekt, laten zich samenvatten in het woord eindelijkˆ ‘eindelijk gebeurt er eens iets’. En dat geluid was tot ver buiten de UvA te horen. De bezetting opende blijkbaar ruimte om lucht te geven aan diepe, sluimerende gevoelens van onvrede over een almaar groeiende werkdruk, regelgeving, controle, reorganisaties en financiële krapte.

In het geval van de FGw laat de oorsprong zich gemakkelijk aanwijzen: de invoering van 8-8-4 en een nieuw bestuursmodel, de maatregelen studiesucces, de verhoging van het aantal contacturen, de toetsdossiers en onderwijsvisitaties, de groeiende druk om zelf onderzoeksfondsen te vinden en ten slotte de bezuinigingen door teruglopende studenteninstroom – om ons te beperken tot de belangrijkste issues van de laatste jaren. En dat alles bij een langzaam dalende onderwijsbekostiging en een navenante stijging van de onderwijslast. Al die ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat veel medewerkers het gevoel hebben gekregen dat hun professionele ruimte langzaam maar zeker wordt ingeperkt en uitgehold; overigens precies als in andere publieke sectoren. Alsof we de gevangenen van een ongrijpbaar systeem zijn geworden – niet alleen de ‘gewone’ docenten, maar ook de coördinatoren van opleidingen en onderzoekscholen, en vervolgens iedere bestuurlijke laag daarboven, van de Graduate Schools tot de medezeggenschapsorganen en facultaire besturen. Die ‘systeemdwang’ ervaren we allemaal, in elke positie, waarbij het er eigenlijk niet toe doet wie bepaalde functies vervult: een systeem van regelgeving, controle en financiële sturing, met het schaarser worden van financiële middelen als katalysator, zoals Science in Transition al constateerde. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een ondermijning van de idee van de universiteit als een academische gemeenschap. Sterker nog: terwijl maatregelen en kaderstellingen van boven naar beneden worden afgegeven, wordt de ‘schuldvraag’ van beneden naar boven doorgeschoven.

De belangrijkste opgave ligt erin manieren te vinden om – zonder te vervallen in vrijblijvendheid – ruimte te creëren die meer recht doet aan de idee van de universiteit als publieke instelling en vrije academische gemeenschap. Ook binnen de bestaande financiële kaders, want op meer geld lijken we voorlopig niet te mogen rekenen.

Frank van Vree is decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen