Vorige week ging hij in Amerika in première en vanaf deze week draait hij ook in de Nederlandse zalen: de langverwachte nieuwe verfilming van The Great Gatsby. Deze roman van F. Scott Fitzgerald verscheen voor het eerst in 1925, maar kreeg slechts matige recensies en verkocht slecht. Toch verscheen de eerste verfilming al meteen in 1926. Na de tragische dood van Fitzgerald op 44-jarige leeftijd werd het boek eind jaren veertig alsnog door de critici ontdekt en groeide het uit tot een van de meest gelezen en gerespecteerde boeken in de Amerikaanse geschiedenis. Regelmatig wordt The Great Gatsby dan ook beschreven als 'the great American novel’. Kan zo'n literair meesterwerk wel verfilmd worden op een manier die niet per definitie tegenvalt? Regisseur Baz Luhrmann ging de uitdaging in ieder geval aan.
Al maanden voordat de film in première ging, gonsde het van de geruchten over deze productie. Oorspronkelijk zou hij met kerstmis 2012 verschijnen, maar uiteindelijk werd deze premièredatum met een halfjaar naar achteren verplaatst, in de hoop dat het een succesvolle zomerfilm zou worden. Na de eerste weekendrecette in de VS lijkt deze strategie ondanks alle negatieve buzz de studio geen windeieren te hebben gelegd, want ondanks zeer matige recensies is de film een flinke hit bij het publiek. Het is niet de eerste keer dat Luhrmann met een literatuurverfilming komt die een groot en overwegend jong publiek weet aan te spreken.
In 1996 brak de Australische regisseur wereldwijd door met zijn verfilming van Shakespeares Romeo + Juliet, waarin een 21-jarige Leonardo DiCaprio een van de hoofdrollen speelde. Het vernieuwende aan de film was niet alleen dat de klassieke tragedie in een modern jasje was gestoken, maar vooral ook dat het op imposante manier gebruikmaakte van de stijlmiddelen en montage van de 'MTV-generatie': snelle shots, felle kleuren en virtuoze camerabewegingen. Daarnaast werd op opvallende manier gebruik gemaakt van bewerkte popnummers die van de soundtrack ook een bestseller maakten.
Dit karakteristieke gebruik van popmuziek en MTV-stijl werd nog verder doorgevoerd in Luhrmanns volgende film, de popmusical Moulin Rouge! Hierin werden twintigste-eeuwse popklassiekers als 'Roxanne' en 'Material Girl' opgevoerd in een negentiende-eeuws bordeel in Parijs, en opnieuw liep het publiek er ondanks de overwegend lauwe kritieken wel warm voor Luhrmanns eigenzinnige visie.
Voor The Great Gatsby is deze herkenbare visuele overdaad nog wat verder opgeschroefd, dit keer door het gebruik van 3D. De decadente feesten van de tragische 'self-made man' Jay Gatsby worden met meer sensationele camerabewegingen in beeld gebracht dan de fantastische omgevingen van een film als The Hobbit, en ook de anachronistische popmuziek is weer aanwezig, dit keer van de hand van hiphop-superster Jay-Z. Maar net als bij de vorige grote verfilming van het boek uit 1974, waarin Robert Redford de hoofdrol speelde, is het weer een teleurstellend oppervlakkig spektakel geworden. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht van het boek is de decadente pracht en praal van de het centrale stel feestbeesten tijdens de 'Jazz Age' van de jaren twintig. Maar dit op overdonderende wijze in beeld brengen is niet genoeg om door te dringen tot de werkelijke fascinatie van het verhaal: de subtiele manier waarop Fitzgerald de melancholie van Gatsby beschrijft, blijkt maar heel moeilijk naar filmbeelden te vertalen. Ook het gebruik van 3D blijkt in dit geval paradoxaal genoeg niet garant te staan voor enige diepte in deze ongrijpbare literatuurverfilming.