Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Princeton heeft zijn keuze gemaakt. Uit 26.498 aanmeldingen, meer dan ooit tevoren, allemaal met uitstekende papieren, zijn er 1931 gelukkigen geselecteerd. Uiteindelijk hoopt men 1290 nieuwe studenten ‘van de klas van 2017’ aan te kunnen nemen.

In Nederland vergeten we vaak hoe klein de Amerikaanse topinstellingen zijn. Zo is het aantal eerstejaars in Harvard dit jaar 2076 en in Yale 1356. Deze drie universiteiten nemen dus met elkaar zo’n 5000 studenten aan, minder dan de 7148 eerstejaarsstudenten aan de Universiteit van Amsterdam. Er wordt tegenwoordig veel gesproken over de 1 procent – de selecte groep die de overige 99 procent van de wereld beheerst. Maar volgens deze berekening kan van de 5 miljoen Amerikaanse achttienjarigen maar 0,1 procent naar een van deze drie topuniversiteiten. En dan houd ik geeneens rekening met het feit dat een derde deel van de studenten uit het buitenland komt.

Het kan trouwens nog erger. Onlangs werd in een ranglijstje Caltech genoemd als de beste universiteit van de wereld. Daar worden ieder jaar maar zo’n 250 studenten binnengelaten, minder dan het aantal fulltime hoogleraren.

Deze (kleine) cijfers geven echter niet de juiste vergelijking. De Verenigde Staten is namelijk een groot land. Er zijn zo’n 300 miljoen Amerikanen, twintig keer Nederland. We krijgen dus een beter perspectief als we alle bovenstaande cijfers door twintig delen. Verkleinen we Princeton tot Hollands Madurodam-formaat, dan houden we een klasje van 60 leerlingen over.

Het is niet moeilijk zo’n elitegezelschap in Nederland te vinden. Je nodigt bijvoorbeeld van ieder gymnasium de beste leerling uit en klaar. Ik weet zeker dat die 60 jongens en meisjes het uitstekend zullen doen, het prima met elkaar kunnen vinden, en later allemaal belangrijke dingen in hun leven gaan doen. Maar is Nederland echt geholpen met een topuniversiteit met 60 studenten? Ik denk het niet. ||| Robbert Dijkgraaf