Nederlandse universiteiten gaan steeds nauwer samenwerken met Defensie. Het zou de samenleving ‘veiliger en weerbaarder’ maken, maar er klinkt ook kritiek: samenwerking zou de onafhankelijke positie van universiteiten kunnen beïnvloeden. Deze week in het Folia-opiniepanel: is intensievere samenwerking tussen de UvA en Defensie een goed idee?
Kevin Hoogeveen (28) is promovendus oude geschiedenis.
‘De voorgenomen intensievere samenwerking tussen Defensie en universiteiten is goed nieuws voor Nederland en de UvA. Zij biedt de academie een uitgelezen kans om nog meer bij te dragen aan het algemeen welzijn. Veiligheid en weerbaarheid zijn gemeenschappelijke ondernemingen.’
‘De intentieverklaring borgt de academische vrijheid en verwoordt expliciet het voornemen om met eerbied voor de autonomie van wetenschappers te streven naar een meer rechtvaardige samenleving. Opus iustitiae pax.’
‘Alle faculteiten hebben waardevolle kennis te bieden. Zo is militaire geschiedenis op mijn faculteit al jaren een goed vertegenwoordigd onderzoeksgebied. Bovendien is de master populair. Daarnaast biedt intensieve samenwerking juist de mogelijkheid elkaar scherp te houden op de in de intentieverklaring geformuleerde voorwaarden en doelstellingen.’
‘Een volgende stap zou kunnen zijn dat de universiteit het voor werknemers makkelijker maakt om reservist te worden. Dan hoeven collega’s die zich op deze manier willen inzetten voor hun naasten dat niet tijdens het weekend of met hun verlofdagen te doen.’
Erika Lippi (20) studeert politicologie en volgt een minor filosofie.
‘De afgelopen jaren is er al veel gezegd over de politieke rol van universiteiten. Veel bestuurders, onder wie het CvB, vinden dat de UvA neutraal en inclusief moet zijn. Een samenwerking met het leger staat daar haaks op. Door zich te verbinden aan politieke en militaire macht, wekt de universiteit op z’n minst de indruk bepaalde politieke standpunten te onderschrijven.’
‘Met deze samenwerking neemt de UvA een duidelijk standpunt in over de aard van nationalisme, de soevereiniteit van staten en de legitimiteit van imperialisme. Het gaat niet alleen om uitgesproken politieke standpunten; deze kwesties zijn bovendien zeer omstreden binnen de universiteit. De opvattingen die hiermee worden uitgedragen, worden door een groot deel van de studenten en medewerkers niet gedeeld.’
‘De UvA moet kiezen: óf zij is een politieke instelling, óf zij is dat niet. Ze kan niet enerzijds politieke eisen van studenten en medewerkers onder het mom van neutraliteit de kop indrukken en anderzijds besluiten om met het leger samen te werken.’
Nicos Starreveld (37) is docent bij het Korteweg de Vries Instituut voor Wiskunde.
‘Ik ben het eens met de stelling. Intensievere samenwerking zal de UvA in staat stellen actief bij te dragen aan de toekomstige ontwikkeling van Defensie. Het moderniseren van de nationale defensie-infrastructuur is een grote uitdaging, na vele decennia van onderfinanciering.’
‘Bovendien zijn militaire toepassingen in het verleden van groot belang geweest voor de exacte wetenschappen: van de ontwikkeling van de mechanica tot de atoomfysica, operationeel onderzoek (het toepassen van wiskunde en statistiek in militaire besluitvorming red.) en de speltheorie. In het Strategisch Defensieplan 2025–2029 zien we al interessante uitdagingen voor deze disciplines.’
‘Daarnaast is gemeenschappelijk onderzoek tussen Defensie en de sociale wetenschappen minstens zo belangrijk. Het kan bijdragen aan beleid, de maatschappelijke betrokkenheid vergroten en duidelijke grenzen stellen aan wat Defensie wel en niet mag doen. Denk bijvoorbeeld aan de ethische en juridische grenzen bij het verzamelen van informatie van en over burgers.’
‘Ook is het belangrijk om onderscheid te maken tussen gezamenlijk onderzoek en de daadwerkelijke toepassing van de resultaten van dat onderzoek. Hoe het onderzoek in de praktijk wordt toegepast is uiteindelijk een politieke keuze en moet onderwerp zijn van publieke controle.’