Generatieve AI verandert het hoger onderwijs ingrijpend, maar een overmatige focus op veilige toetsing kan schadelijk zijn, schrijft Nicos Starreveld. ‘Het echte gevaar schuilt in het voortdurend hameren op, en toetsen van, louter inhoudelijke prestaties en kennis.’
Ik kan me nog heel goed herinneren hoe ik in november 2022 voor het eerst experimenteerde met ChatGPT. Ik was erg benieuwd hoe dit nieuwe programma werkte en wilde ontdekken hoe het omging met wiskundige vraagstukken. Sindsdien is deze technologie alleen maar verbeterd. Inmiddels kunnen AI-modellen uitstekend code, tekst, beelden en ook wiskundige uitwerkingen – momenteel op olympiade-niveau – genereren. Met generatieve AI (GenAI) kon ik alles sneller en beter doen.
Toch merkte ik dat ik, naarmate ChatGPT steeds beter werd, juist steeds meer verlangde naar zelfstandigheid en regie. Op een gegeven moment realiseerde ik me ook dat ik na een paar weken weinig had onthouden van wat ik met behulp van GenAI had gemaakt. Een gevoel dat ondersteund wordt door recent onderzoek en dit alarmerende artikel in Trouw. Na vier jaar vraag ik me vooral af: ben ik productiever of juist gehaaster geworden? Het leidde tot een periode van reflectie over mijn omgang met GenAI. Reflectie zonder ChatGPT.
Standpunten van de UvA
Om te bepalen waar ik als docent sta in de AI-discussie, verdiepte ik me daarom allereerst in de standpunten van de UvA. Het Beleidskader en richtlijnen GenAI in het onderwijs biedt wat eerste handvatten aan docenten en studenten met betrekking tot AI. Bovendien geeft het alvast een voorproefje van wat we kunnen verwachten in de nieuwe onderwijsvisie van de UvA, die in september verschijnt.
Als je – ter vergelijking – de huidige onderwijsvisie uit 2017 leest, zie je vooral een nadruk op een ambitieus leerklimaat research-based teaching, en opleidingen die ontwikkeld zijn vanuit de beoogde leerdoelen voor studenten. Belangrijke positieve stappen met een grote impact op de manier waarop opleidingen zijn ingericht. Tegelijkertijd was ik verbaasd dat er in die onderwijsvisie zo weinig aandacht besteed werd aan het bouwen van een vertrouwensrelatie tussen docenten en studenten. Onderling vertrouwen en elkaar leren kennen, hebben namelijk altijd centraal gestaan in de manier waarop ik mijn eigen onderwijs inricht.
Zorgen
Momenteel bestaan er zorgen dat studenten AI-tools niet op een verantwoorde manier gebruiken. Examencommissies willen zeker weten dat studenten niet zouden kunnen frauderen. Daarnaast willen studenten graag zien dat opleidingen hun best doen om de waarde van diploma’s te waarborgen. Dat zie je allemaal terug in het beleidskader. Er gaat veel aandacht naar de verantwoordelijkheid van studenten over het werk dat ze presenteren. Thuisopdrachten staan op een zwarte lijst. Bovendien zie je veel zorgen over scripties, die soms ook door ghostwriters werden geschreven.
We hoeven natuurlijk niet te ontkennen dat deze uitdagingen bestaan. Maar als wiskundige probeer ik altijd de axioma’s te vinden: de belangrijkste uitgangspunten waarop een theorie of discussie gebaseerd is. Is een veilige toetsing het belangrijkste uitgangspunt van de discussies over het gebruik van GenAI? Of misschien het leren en het welzijn van de docenten en studenten? Misschien een efficiëntere inzet van middelen en personeel? Als het over een combinatie van al deze drie gaat, waar ligt dan de gulden snede?
Na het lezen van de verschillende rapporten is mijn indruk dat – op institutioneel en beleidsniveau – de meeste aandacht uitgaat naar AI-veilige toetsing. Als docent baart dat me grote zorgen. Veilige toetsing centraal stellen, is een teken dat we onze studenten niet kunnen en willen vertrouwen. Een houding die heel schadelijk zal zijn voor het hoger onderwijs.
Kennisinstelling
Uiteraard is de kwaliteit van de toetsing van een opleiding heel belangrijk. Maar we moeten niet vergeten dat de universiteit in de eerste plaats een kennisinstelling is, niet een competitief toetsingscentrum. Een veilige toetsing is geen doel an sich! De student als persoon, hun welzijn en leren dienen altijd centraal te staan. De nieuwe onderwijsvisie biedt een unieke kans om vertrouwen weer centraal te stellen, in plaats van GenAI en de toetsing.
De UvA heeft veel expertise en ondersteuningsstructuren, wat ruimte biedt om een onderwijssysteem te ontwikkelen waarin vertrouwen centraal staat. Ook de onderwijskundige literatuur geeft handvatten om een leerklimaat en toetsing zo in te richten dat vertrouwen tussen docent en student groeit. Een handig hulpmiddel is de taxonomie van Bloom, die leerdoelen verdeelt in drie domeinen: kennis en denkvaardigheden (cognitief), praktische vaardigheden (psychomotorisch) en houding, motivatie en waarden (affectief). Veel opleidingen richten zich momenteel vooral op het cognitieve domein. Dat betekent dat studenten vooral worden beoordeeld op hun kennis en technische vaardigheden. We moeten collectief en op curriculumniveau meer aandacht besteden aan het affectieve domein.
AI-veilige toetsing
Ik vind de film Freedom Writers daarbij een mooi voorbeeld om te illustreren wat dat affectieve domein inhoudt. In deze film inspireert Erin Gruwell (Hilary Swank) – een jonge lerares op een school in Los Angeles met een raciaal verdeelde leerlingenpopulatie – haar klas met risicoleerlingen, die als ongeschikt voor leren worden beschouwd, om tolerantie te leren, zich in te zetten en na de middelbare school verder te studeren.
Hoe doet ze dat? Ze geeft haar leerlingen een dagboek waarin ze helemaal vrij mogen schrijven wat ze voelen en denken. Ze schrijven en ze laten hun schriften achter in de klas. Elke dag iets schrijven, met pen en papier. Zo simpel kan het zijn. Zo AI-veilig bovendien. AI-veilige toetsing draait uiteindelijk niet om GenAI zelf. Het echte gevaar schuilt in het voortdurend hameren op, en toetsen van, louter inhoudelijke prestaties en kennis.
De meeste aanbevelingen over AI-veilige opdrachten vloeien dan ook voort uit het affectieve domein. Het zijn interventies die eigenlijk jaren geleden al geïmplementeerd hadden moeten worden, lang vóór de komst van GenAI. Puur omdat ze studenten helpen om beter te leren en het vertrouwen tussen docenten en studenten vergroten. Deze stap vereist wel middelen en educatoren die bereid zijn om – naast een inhoudelijke – ook een emotionele inspanning te verrichten om hun studenten te leren kennen. Maar laten we die stap zetten en de nieuwe onderwijsvisie gebruiken om de student weer centraal te stellen, in plaats van de scriptie.
Nicos Starreveld is docent aan de bacheloropleiding wiskunde.