In zijn rede tijdens de Dies Natalis pleitte Peter-Paul Verbeek voor academisch burgerschap als redmiddel om de kloof tussen wetenschap en samenleving te verkleinen. Maar als je kijkt hoe de UvA haar campussen inricht, zie je vooral een afstandelijke en gesloten instelling, betoogt Bor van Zeeland.
Covid heeft ons laten zien wat het belang is van fysieke samenkomst binnen de academische gemeenschap. Zonder ontmoetingen in de fysieke ruimte kan zij niet bestaan. Zonder campus voelt een opleiding als een online cursus. Dat het delen van ruimte of het toe-eigenen daarvan een kernelement is van de academische ervaring, wordt ook bewezen door het belang dat wordt gehecht aan bezettingen; de letterlijke toe-eigening van ruimtes of gebouwen van de universiteit door betrokken academici en studenten is het hoogste middel in de escalatieladder voor protestgroepen.
De UvA lijkt totaal geen gevoel te hebben voor het belang van ruimte en dat is jammer, want daardoor voelt de instelling gesloten voor buitenstaanders en het verhindert het vormen van een academische gemeenschap.
Verhuizing UB
Een pijnlijk voorbeeld hiervan is toch wel de verhuizing van de Universiteitsbibliotheek. De oorspronkelijk opdracht die de UvA in 2013 opstelde voor de nieuwe UB staat direct in lijn met het idee van academisch burgerschap: ‘maak een bibliotheek als een plein, waar de universiteit in contact staat met de samenleving’. Van die visie is weinig terechtgekomen: het is moeilijk contact hebben met die samenleving als je een UvA-pasje nodig hebt om überhaupt het gebouw te mogen betreden.
Dan hebben we het niet eens over wat de UvA hiervoor achterlaat: de UB-Singel en de bibliotheek van het P.C. Hoofthuis. Het gebouwencomplex van de UB aan het Singel is wellicht wel het oudste publieke gebouwencomplex van Amsterdam. Al sinds het begin van de zestiende eeuw heeft dit complex een publieke functie gehad. Eerst voor de schutterij, later voor het Athenaeum Illustre en de UvA. Ik roep hierbij stadshistorici op om een gebouw in de stad te vinden dat langer een publieke functie heeft dan de oude UB.
Zonder gêne of omkijken naar de rijke, monumentale, publieke rol van dit gebouw doet de UvA het in de verkoop aan de hoogste bieder, die het waarschijnlijk zal veranderen in een anoniem kantorencomplex. Dat de UvA zich gedraagt als een op winst beluste vastgoedboer doet toch weinig goeds voor de pogingen om over te komen als een maatschappelijk betrokken organisatie.
Langzame dood
Het PC-Hoofthuis is een langzamere dood toebedeeld. Jaar na jaar verdwijnen daar de voorzieningen: de sportschool, de onderwijsbalie en de bibliotheek. Wie er nu rondloopt wordt vooral geconfronteerd met pijnlijke leegstand, terwijl elders studenten nog steeds krampachtig op zoek zijn naar een studieplek. Ook dit gebouw staat op de verkooplijst van de UvA. Buurtbewoners roepen al jaren op om rekening te houden met de publieke functie van het gebouw bij de verkoop, maar de universiteit heeft daar nog weinig gehoor aan gegeven. Hoe kan je contact leggen met een samenleving als je als instelling niet naar haar luistert?
Nietszeggende slogans
Op diplomafabriek Roeterseiland zijn dingen gelukkig anders. Daar geen toegangspoortjes, verloedering of verkoop, dat moet ik toegeven. Echter, hier druipt het gebrek aan inspiratie van de muren. Het epicentrum ervan ligt in REC-A. Heb je daar ooit het aantal grijze muren geteld? Ondanks dat REC de plek is waar het grootste deel van de studenten en de academische staf zich bevindt, is nergens in het gebouw te zien waar al die mensen mee bezig zijn en wat voor projecten ze uitvoeren. Laat staan dat er iets te vinden is over de 394-jarige geschiedenis van de UvA. Het enige dat op de muren prijkt zijn nietszeggende slogans als ‘Navigating a complex world’.
Grijze muur
Hoe moeten wij het belang van de UvA naar de samenleving brengen als de universiteit dit niet eens kan uitleggen aan haar eigen gemeenschap? Elke grijze muur en lege ruimte is gelukkig een kans: geef studenten, docenten, de schoonmakers de ruimte om te laten zien waarom en waarvoor zij iedere dag naar de campus komen en wat ze daar doen. Geef Crea, Spui25, Vox, het Allard Pierson – instellingen die onze contactpunten zijn met de samenleving – de ruimte om hun programmering te promoten op een plek die waardiger is dan een prikbord in een donker hoekje.
Laat de muren onze muzen zijn. Gebruik de lege lokalen en gebouwen om een plek te bieden aan initiatieven die er niet meer tussen komen in de stad. Neem publieke waarden mee in je vastgoedstrategie. UvA, zorg goed voor je gemeenschap en omgeving. Zo win je het vertrouwen terug.
Bor van Zeeland is masterstudent Urban Planning aan de UvA en beleidsmedewerker huisvesting bij de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).