Het recente besluit van het bestuur en de decanen van de UvA om voorlopig geen institutionele samenwerkingen met Israëlische partners meer aan te gaan en opzegging van lopende Horizon-projecten te onderzoeken, roept ernstige zorgen op, betoogt rechtenstudent Feike Otto van der Zee. ‘Dit besluit weerspiegelt een universiteit in crisis.’
Een van de zorgen die het besluit oproept is dat het universitaire kernwaarden ondermijnt, zoals open debat, academische vrijheid en inclusiviteit. Hoewel het streven naar ethische verantwoordelijkheid begrijpelijk is, rust de boycot op een wankele fundering. Dit besluit wordt genomen zonder feitelijk en gedegen vooronderzoek. Het roept meer vragen op dan antwoorden en verdeelt de academische gemeenschap in plaats van deze te verenigen.
Eenzijdige ethiek
De UvA rechtvaardigt de boycot met de stelling dat er ‘steeds meer (wetenschappelijk) bewijs is dat er sprake is van een genocide in Gaza , verwijzend naar een rapport van de Human Rights Council van de VN. Maar waar zijn de details? Welke specifieke bevindingen dwingen tot zo’n drastische maatregel? De term ‘genocide’ is juridisch zwaarwegend en vereist bewijs van handelingen met de specifieke intentie om een etnische, religieuze, raciale of nationale groep uit te roeien.
Dit benadrukt ook hoogleraar militair recht Zwanenburg in de context van de zaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof. Zelfs wijdverspreide schendingen van het oorlogsrecht, zoals beperkte humanitaire hulp aan Gaza, zijn niet noodzakelijkerwijs genocidaal zonder dit ‘bijzondere oogmerk’. Door dit te presenteren als een groeiende consensus zonder tegenargumenten of nuance, schiet de UvA tekort in academische zorgvuldigheid: precies het principe dat zij zegt te koesteren. Zo'n gebrek aan concrete academische onderbouwing maakt het besluit speculatief en vatbaar voor kritiek dat het meer een politieke geste is dan een goed doordachte beleidslijn.
Selectieve focus
Nog zorgwekkender is de selectieve focus. Terwijl de brief Israël en Gaza centraal stelt, maakt zij geen melding van andere conflictgebieden zoals Soedan, Jemen of Myanmar, waar mensenrechtenschendingen evengoed aan de orde zijn, zie ICC Darfur. Desondanks kiest de UvA voor het uitsluitend boycotten van Israëlische instellingen. Deze inconsistentie suggereert een vooringenomen agenda, wat de geloofwaardigheid van het besluit ondermijnt en de indruk wekt dat het bestuur meer reageert op interne druk dan op universele ethische principes.
Speculatief
De brief stelt dat samenwerkingen met Israëlische instellingen mogelijk bijdragen aan mensenrechtenschendingen vanwege hun banden met de Israëlische overheid. De UvA erkent dat deze instellingen niet direct verantwoordelijk zijn voor overheidsbeleid. Toch vormt hun overheidsverbinding volgens haar een risico. Dit verband blijft speculatief: er zijn geen concrete voorbeelden of mechanismen die de claim onderbouwen, zoals specifieke samenwerkingen die schendingen faciliteren. Zonder bewijs blijft de boycot een hypothese, geen feit. Dit maakt het besluit arbitrair. Bovendien neemt de UvA geen vergelijkbare maatregelen tegen instellingen in landen met soortgelijke problematische regeringen. Dit symbolische gebaar schaadt de academische dialoog, die juist een platform kan bieden voor kritische reflectie – zonder impact op de situatie in Gaza.
Isolatie
De UvA benadrukt academische vrijheid als kernwaarde, maar beperkt juist de mogelijkheden voor Israëlische wetenschappers en studenten. Velen van hen zijn kritisch op hun regering. Het handhaven van individuele contacten terwijl institutionele banden worden doorgesneden, is inconsistent. Academische vrijheid draait om het vrije verkeer van ideeën, ongeacht nationale grenzen of politieke contexten. Door institutionele samenwerking te staken, sluit de UvA de deur naar onderzoeksprojecten en uitwisselingen die dialoog en begrip kunnen bevorderen. In plaats van een platform voor vrede te bieden, kiest de UvA voor isolatie. Dit versterkt polarisatie en maakt de campus minder inclusief.
De brief noemt het uitblijven van een reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) als context. Dit wordt niet als rechtvaardiging gebruikt, maar het besluit lijkt afhankelijk van externe validatie. Dit ondermijnt de autonomie van de UvA. Een universiteit die academische integriteit hooghoudt, zou zelf onderzoek moeten doen of dialoog zoeken met betrokken partijen, zoals Israëlische en Palestijnse academici. In plaats daarvan kiest de UvA voor een eenzijdige boycot. Dit wekt de indruk van overhaaste besluitvorming. Een onafhankelijk onderzoek naar de ethische implicaties van samenwerkingen zou beter passen bij de academische missie.
Interne verdeeldheid
De UvA erkent dat dit besluit geen verandering teweegbrengt in Gaza en dat haar invloed beperkt is. Dit roept de vraag op waarom deze stap wordt genomen. De boycot kan de interne verdeeldheid onder studenten en wetenschappers vergroten, zonder constructieve bijdrage. Dit is zorgelijk, gezien de spanningen op de campus. Folia meldde in 2024 een onveilige sfeer door protesten sinds oktober 2023. Studenten ervaren gevoelens van onveiligheid door deze polarisatie. Een boycot kan deze spanningen verder aanwakkeren en de academische gemeenschap fragmenteren.
Juridische en academische risico’s
Het voornemen om Horizon-samenwerkingen – gefinancierd door de EU - te beëindigen, wijst op juridische en reputatierisico’s. Het verbreken van onderzoekscontracten kan leiden tot geschillen of reputatieschade. Dit tast de positie van de UvA als betrouwbare academische partner aan. In een tijd van financiële en organisatorische uitdagingen kan dit besluit verdere instabiliteit veroorzaken. Dit schaadt het vertrouwen van studenten in de instelling.
Herziening
In het belang van alle studenten roep ik de UvA op om af te zien van deze boycot. De UvA moet terugkeren naar haar kernmissie: open debat en internationale samenwerking faciliteren. Een inclusieve campus vereist nuance en dialoog, niet eenzijdige uitsluiting. Studenten zouden kunnen pleiten voor een onafhankelijke commissie om spanningen en polarisatie aan te pakken. Een open dialoog met de academische gemeenschap stelt de UvA in staat om ethische overwegingen te toetsen zonder academische vrijheid te beperken. Laten we samen bouwen aan een campus waar dialoog en inclusiviteit bloeien, in plaats van verdeeldheid te zaaien.