Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Monique Kooijmans (UvA)
opinie

‘Geef alle gekwalificeerde academici het recht om promotor te zijn’

Guy Geltner,
25 april 2022 - 12:09

Veel universitair docenten doen aan de UvA zeer wezenlijk en onmisbaar werk als begeleider van promovendi, maar het is voor hen vaak moeilijk om officieel promotor te zijn. De universiteit moet hen snel de erkenning geven die ze verdienen, vindt hoogleraar Guy Geltner.

Van alle flagrante onrechtvaardigheden waar Nederlandse academici tegenaan lopen, zijn er maar weinig zo gemakkelijk te corrigeren als de enge concentratie van het Ius promovendi, het recht om een doctorsgraad te verlenen. Dit privilege komt toe aan ‘leerstoelhouders’ of hoogleraren, ongeacht of zij daadwerkelijk de dagelijkse begeleiding van een promovendus op zich nemen.

 

Tegelijkertijd worden universitair docenten (UD) en universitair hoofddocenten (UHD) uitgesloten of gemarginaliseerd als ‘dagelijkse begeleider’ of ‘tweede begeleider’. Zij ontvangen een beperkte vergoeding voor en institutionele erkenning van hun werk. Symbolisch betekent dit onder meer dat zij geen toga mogen dragen tijdens de zeer formele verdediging van de promovendus die ze begeleidden. Dergelijke indelingen, formaliteiten en titels kunnen (!) een afspiegeling zijn van praktijken in het diepere verleden. Maar de toenemende atomisering van kennis en de verschuivende institutionele verantwoordelijkheden binnen de academische wereld betekent dat de rol van UD’s en UHD’s bij de begeleiding van promovendi zowel gebruikelijk als vaak essentieel is.

‘In de praktijk is het voor een promotie gemakkelijker om een kleine groep hoogleraren met algemene kennis uit te nodigen, dan UD’s met directe expertise’

Uitgebreid ius promovendi

Onlangs werden wijzigingen aangebracht in de regeling die het ius promovendi regelt. Daardoor kunnen UHD’s het ius promovendi ontvangen, en dus promovendi begeleiden. Deze nuttige, zij het late stap, creëerde ook een mogelijkheid voor UD’s om dit in uitzonderlijke omstandigheden te doen. Dat gebeurt echter zelden, en dat demoraliseert een grote groep wetenschappers. Het zijn collega’s wier academische rang in het rigide Nederlandse systeem noch hun vaardigheden noch hun ervaring weerspiegelt, of anders hun verlangen remt om deze op te bouwen.

 

Een terughoudendheid om het privilege breder te delen houdt UD’s in de wurggreep. Ze kunnen in Nederland, waar de scheiding tussen mensen met en zonder het ius promovendi het lidmaatschap blijft dicteren (en hier beginnen we zichtbaarder raakvlakken te krijgen met gender en andere vormen van ongelijkheid), moeilijk toetreden tot promotiecommissies. In de praktijk is het voor een promotie op veel gebieden gemakkelijker om een kleine groep hoogleraren met algemene kennis van het onderwerp uit te nodigen, dan UD’s met directe expertise op te nemen.

 

Structureel probleem

Het probleem is in wezen structureel. De Nederlandse academische wereld houdt nog steeds grotendeels vast aan een verouderd model van hiërarchische ‘leerstoelgroepen’, geleid door hoogleraren die toezicht houden op een vast aantal UD’s en een nog kleiner aantal UHD’s. In dit piramidespel zullen de meeste UD’s (die het grootste segment van het academisch personeel met een vaste aanstelling vormen) nooit UHD’s worden. Dat komt door een extern effect: hun bevordering zou gevolgen hebben voor het budget van een groep of afdeling, en bovendien zou het de verhouding tussen mensen met een vast contract veranderen.

‘Zolang de arbeid van onze collega’s onvoldoende wordt gewaardeerd, roep ik op af te zien van de universitaire toga’

Bovendien zijn niet alleen UHD-posities schaars, sommige collega's krijgen die rang als erkenning voor hun talenten als bestuurder, of klimmen op de ladder dankzij subsidiegeld dat ze hebben gekregen van externe financieringsorganen als NWO of ERC. Wat de verdiensten van beursaanvragen ook mogen zijn (en die zijn er), ze betekenen ook dat veel van degenen die regelmatig promovendi begeleiden (of dat zouden kunnen doen) nooit formeel gewaardeerd worden. Er zijn zelfs gevallen waarbij UD-docenten een subsidie voor een onderzoeksproject krijgen, maar niet de promovendus van dat project mogen begeleiden.

 

Vakspecifieke criteria, in plaats van een dichte deur

Het structurele probleem kan in dit geval op een eenvoudige, en bovendien kosteloze, manier worden opgelost. Het is bovendien een oplossing die de bezorgdheid van rectoren en decanen over het scheppen van ‘gevaarlijke precedenten’ zal wegnemen. Aangezien UD’s volgens het promotiereglement al promovendi mogen begeleiden ligt het voor de hand om vakspecifieke criteria op te stellen zodat alle gekwalificeerde collega’s verder kunnen met hun belangrijke promovendibegeleiding. Zo kunnen ze de nodige vaardigheden ontwikkelen, en hun unieke en significante bijdrage leveren, die soms zelfs groter is dan die van gewone hoogleraren.

 

Dit is al een gangbare praktijk op andere gebieden van de academische wereld, bijvoorbeeld bij wetenschappelijke publicaties, subsidieaanvragen en presentaties. Het vaststellen van criteria en trajecten om daaraan te voldoen kan per vakgebied gebeuren op het niveau van een vakgroep of faculteit, die het dichtst bij dergelijke praktijken staan. Naast het toekennen van het ius promovendi aan gekwalificeerd personeel, kunnen afdelingsdirecteuren en decanen dus ook meewerken aan het goedkeuren van het lidmaatschap van externe wetenschappers in promotiecommissies. Zij zullen moeten toezien op het erkennen van hun relevante disciplinaire expertise. Op deze manier kan de UvA het voortouw nemen bij de aanpak van één aspect van een breder structureel probleem.

 

De toga

Tot die tijd pleit ik er echter voor om af te zien van het gebruik van de universitaire toga. Zolang de arbeid van alle experts onvoldoende wordt gewaardeerd door hun instelling, zowel in panelsamenstellingen als bij de plechtigheden, roepen onze toga's hiërarchie omwille van de hiërarchie op. Als zodanig zouden zij geen plaats mogen hebben in onze procedures.

 

Guy Geltner is hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de UvA.

Lees meer over