Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Publiek domein
opinie

‘Leven zonder smartphone kan goed, maar je plaatst jezelf buiten de maatschappij’

Samme Kors,
23 november 2020 - 11:31

Toen UvA-student Samme Kors (21) zich realiseerde dat zijn telefoongebruik trekjes van een verslaving begon te vertonen, nam hij het besluit zijn smartphone een maand lang op te bergen. ‘Ik had nogal wat twijfels bij mijn experiment. Wat als ik in deze coronatijden het contact met de buitenwereld compleet zou verliezen?’

Eerlijk is eerlijk, het heeft me de nodige moeite gekost. Maar, toen ik afgelopen zomer na jaren van ontkenning eenmaal aandurfde mezelf de diagnose ‘telefoonverslaafd’ te stellen, was het besluit om een digital detox te starten snel genomen. In een ultieme poging mijn hang naar het beeldscherm in te perken, begon ik eind september aan een maand waarin ik zonder smartphone door het leven zou gaan. Nu het experiment ten einde is, is het tijd om de balans op te maken. Waarom wilde ik ook alweer zo graag van die smartphone af? En nog belangrijker: is mijn doel bereikt, en is het me daadwerkelijk gelukt om af te kicken?

‘Hoeveel Tindermatches ging ik wel niet mislopen?’

Voor we de diepte ingaan, eerst even de feitelijkheden. Mijn smartphoneloze periode duurde precies vier weken, van 28 september tot en met 25 oktober. Ook niet onbelangrijk: ‘zonder smartphone’ betekent niet dat ik helemaal zonder telefoon heb geleefd. Ter vervanging van mijn hypermoderne Samsung, die ik diep opborg in de onderste la van de Ikeakast in de hoek van mijn kamer, heb ik namelijk een primitief aandoende Nokia gekocht, compleet met ouderwets nummertoetsenbord en klapscherm. Met een afgeroomde versie van WhatsApp erop, maar zonder Instagram, zonder Snapchat, zonder Twitter, zonder Facebook, zonder mailfunctie en, niet onbelangrijk, zonder Tinder.

 

Mijn ‘verslaving’
Een smartphone aan de kant leggen lijkt best een rare stap voor een twintiger als ik. Mijn generatie is immers opgegroeid met schermen en sociale media, en communiceren via internet is onze tweede, zo niet eerste natuur. Ik moet bekennen, ik had dan ook nogal wat twijfels bij mijn experiment. Wat als ik op het punt stond een soort sociale zelfmoord te plegen en ik in deze coronatijden het contact met de buitenwereld compleet zou verliezen? Welke Instagramposts zouden er aan me voorbijgaan? Over welke virale video’s en memes kon ik straks niet meer meepraten? En hoeveel Tindermatches ging ik wel niet mislopen? De potentiële nadelen waren talrijk en allesbehalve onbeduidend. Dat ik het leven zonder slimme telefoon toch een kans wilde geven, was dan ook niet zonder reden.

‘Het informatiebombardement aan foto's, video's en pushberichten begon me steeds meer tegen te staan, maar toch was ik vaak niet in staat me eraan te onttrekken’

Sinds twee jaar geleden in Amsterdam mijn studententijd begon, heb ik namelijk een behoorlijke antipathie tegen mijn smartphone opgebouwd. Ik was op mezelf gaan wonen en had zeeën van tijd die ik vaak alleen doorbracht. Zonder de corrigerende aanwezigheid van mijn moeder merkte ik hoe ik steeds meer en meer in mijn telefoon werd gezogen. Hele uren kon ik op mijn bed liggen terwijl er een schier eindeloze stroom aan vakantiefoto’s, nieuwsberichten, virale video’s, likes, comments, notificaties en pushberichten over mijn beeldscherm voorbijvloog. Dit informatiebombardement begon me met de dag meer tegen te staan, maar toch was ik vaak niet in staat me eraan te onttrekken. De zuigende werking van het scherm en de kortstondige genoegdoening die ik kreeg met ieder bericht, like of foto die voorbijkwam, waren stomweg te groot. Uiteindelijk, na vele maanden van ontkenning, durfde ik het aan mezelf een diagnose te stellen: ik zag in dat ik verslaafd was.

Niet de enige

Als ik mijn diagnose met leeftijdsgenoten besprak, merkte ik dat een boel jongeren mijn ervaringen in meer of mindere mate deelden. Vrijwel mijn hele generatie is compleet in de ban van de smartphone en een groot deel van de jongeren met wie ik sprak worstelt met zijn telefoongebruik. De meesten zien in dat ze hun telefoon (te) veel gebruiken, maar toch zijn er maar weinig die in staat of bereid zijn er echt iets aan te doen. Opvallend is dat excessief telefoongebruik niet iets is wat vaak besproken wordt onder jongeren, en het is al helemaal niet iets waar we elkaar op aanspreken. Ergens is dit ook niet zo gek. Want als iedereen verslaafd is, wie is er dan nog in de positie om er wat van te zeggen?

Zonder smartphone
Ondertussen ben al vier weken clean en is het experiment ten einde. Lang verhaal kort: de resultaten zijn precies zoals ik gehoopt had. Ik voel me beter dan ooit tevoren, heb niet langer de neiging de hele dag mijn telefoon in de gaten te houden, en de voorspelde sociale zelfmoord is gelukkig uitgebleven. Sterker nog, doordat ik me in plaats van een schier eindeloze stroom aan onbeduidende snaps en Instagramposts beperk tot de communicatie die er echt toe doet, sta ik misschien wel meer in contact met mijn naasten dan ooit tevoren. Na een (uit de hand gelopen) afspraakje met een meisje merkte ik zelfs op dat ik mijn telefoon bijna vierentwintig uur niet gecheckt had, gewoon omdat ik daar domweg niet aan gedacht had. De sluier die de constante aanwezigheid van de smartphone over mijn dag legde door constant een deel van mijn aandacht op te eisen, is verdwenen. Ook opvallend: ook het niet kunnen Tinderen is me al met al niet eens zo zwaar gevallen.

‘Helaas kleven ook nadelen aan leven zonder smartphone. Die problemen liggen niet zozeer bij het smartphonevrije bestaan zelf maar bij de wereld om me heen’

Alhoewel mijn experiment dus zeer geslaagd is, kleven er helaas ook de nodige nadelen aan een leven zonder smartphone. Die problemen liggen niet zozeer bij het smartphonevrije bestaan zelf – het leven zonder slimme telefoon is onze voorouders vele duizenden jaren geleden prima gelukt en ook mij ging het goed af – maar bij de wereld om me heen. In een tijd waarin iedereen 24/7 fanatiek appt, Tikkies het nieuwe handje contantje zijn en je QR-codes moet scannen om in een kroeg een drankje te bestellen (weet u nog?), is het niet hebben van een smartphone namelijk verdomde onhandig. Door zonder smartphone te leven plaats je jezelf in zekere zin buiten de maatschappij. #ikdoenietmeermee, maar dan anders. Ik kan me voorstellen dat dit voor oudere generaties een minder groot probleem is, maar voor een twintiger als ik, die zijn hele leven door zal moeten in een alsmaar digitaliserende wereld, wordt dit moedwillige uitstappen uit de maatschappij al snel onhandig. Zowel voor jezelf, omdat het niet prettig voelt steeds van anderen te vragen zich aan je aan te passen, als voor je omgeving, omdat die keer op keer een extra stap moet maken om aan jouw ‘voorwaarden’ te voldoen.

 

Dit in combinatie met enkele andere nadelen, zoals de matige werking van WhatsApp en het slome numerieke toetsenbord, maakt dan ook dat ik besloten heb mijn experiment niet voort te zetten nu de maand om is, hoe goed de digital detox ook geslaagd is en hoe fijn de rust in mijn hoofd ook was. Wel neem ik de ervaringen die ik de afgelopen weken op heb gedaan mee. Zo ga ik het aantal apps op mijn telefoon drastisch inperken. Alleen wat ik echt wil gebruiken, laat ik erop staan. Bijna alle notificaties zet ik uit, zodat ik zelf kan bepalen wanneer ik mijn telefoon wil checken en wanneer ik me liever met iets anders bezighoud. En verder bouw ik een veiligheidsmechanisme in. Wanneer ik het gevoel heb dat ik verval in oud gedrag, stap ik weer over op mijn klaptelefoon. Alles bij elkaar lijkt me dit een toekomstbestendig actieplan. Ik plaats mezelf immers wel weer in de maatschappij, wat voor een jonge student als ik wel zo prettig is, maar laat mijn dagelijks leven niet meer compleet door mijn smartphone bepalen. Of ik blij ben weer over te stappen naar mijn smartphone? Dat niet per se. Maar ik zal eerlijk zijn: stiekem heb ik er wel naar uitgekeken al mijn gemiste Tindermatches te bekijken.

 

Samme Kors zit in het derde jaar van de bacheloropleiding Scandinavië studies met hoofdvak Zweeds en in het eerste jaar van de bachelor English Language and Culture. Beide studies volgt hij aan de UvA.

Lees meer over