Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Marc Kolle
opinie

‘Hoe gemotiveerde Ghanezen het Nederlands kunnen redden’

Dan Afrifa,
21 november 2019 - 10:15

Schrijver en kersvers UvA-alumnus Dan Afrifa ziet het overal om zich heen: de verengelsing in media en in het onderwijs. Zijn oplossing: neem een voorbeeld aan trotse buitenstaanders, zoals Ghanezen die Nederlands hebben moeten leren en die de taal nog wel koesteren.

Naar aanleiding van een Nieuwsuur-reportage op 11 februari 2018 werd het kleine land te klein. Nergens leek nog plek voor de Ghanese gemeenschap, nadat voorganger Emmanuel Koney van de Pentecost Revival Church – een variant op de pinkstergemeente – homoseksualiteit gelijkstelde met criminaliteit. Oud-Kamerlid en Ghanese Amsterdammer Amma Asante (PvdA) bluste in dezelfde reportage het vuurtje: volgens haar vertegenwoordigde Koney niet de mening van alle Ghanezen. De Stichting Ghanese Gemeenschap Nederland (Recogin) bekrachtigde dat middels een ferme veroordeling van de homofobe uitlatingen. De cirkel van zelfcorrectie was de volgende middag rond, nadat voorganger Koney zich verontschuldigde. Zijn woorden hebben echter niet alleen kwaad bloed gezet; ze hebben mij geïnspireerd.

 

Duister land
In de gewraakte reportage zei voorganger Koney ook het volgende: ‘De Nederlanders hebben het christendom naar Afrika gebracht. Nu brengen wij het terug, anders wordt Nederland een duister land.’ In een Facebookreactie werd gevraagd waarom er überhaupt sprake was van een Ghanese gemeenschap in Nederland. De man in kwestie kon zich geen burgeroorlog of dergelijke vluchtelingencrisis in Ghana herinneren. Vermoedelijk is hij later op die dag in onwetendheid naar bed gegaan, want ik voelde me geenszins geroepen om duidelijkheid te verschaffen. Dat ik geschiedenis studeerde maakte mij nog geen Facebookdocent. Ondanks de online onbetrokkenheid zie ik mijzelf, ruim een jaar later, toch genoodzaakt het antwoord te formuleren. Wie anders zal openbaren dat de Ghanese aanwezigheid dé oplossing is voor het Nederlandse probleem? Dat wij hier niet zijn om Gods wil op te dringen, maar het geloof in jullie taal.

Zelfs in kwaliteitskranten is het dagelijks uitverkoop, alsof journalisten en columnisten denken in cursieve woorden

Onze roeping doet denken aan de inquisitie, want in de beeldenstorm van de eenentwintigste eeuw wordt het Nederlands ontheiligd. Zoals voormalige katholieken jezusbeeldjes vernielden, zo behandelt het verengelsende Nederland de oorspronkelijke taal. Waar kathedralen werden geschonden lijkt het nu de beurt aan de inheemse woordenschat. Door niet-geretourneerde leenwoorden belanden Nederlandse synoniemen in de etalage.

 

Zelfs in kwaliteitskranten is het dagelijks uitverkoop. Alsof journalisten en columnisten denken in cursieve woorden. Issues verschijnen waar kwesties horen te zijn, in environments in plaats van omgevingen. Wie de redacteur probeert te plezieren moet kennelijk millennials pleasen. Op krantenpapier is het storend; pas in levenden lijve doet het pijn.

 

Verloochening
Waar Amsterdam tot ver in de Tachtigjarige Oorlog een katholiek bolwerk bleef, loopt mijn stad nu voorop in de omwenteling, afglijdend naar sferen waar men niet wordt geacht Nederlands te leren. Tussen de 180 nationaliteiten heeft ook de verloochening een multicultureel karakter. Ondanks de decennia durende instroom van laagopgeleide immigranten zit een groot deel van het probleem hogerop. Vraag het – in het Engels – aan de niet-inburgerende expat en de hoogopgeleide local, samen aan tafel in een Nederlands-onvriendelijke horecagelegenheid.

Superlocals

Waar komen locals toch vandaan?

Provincies hier ver vandaan!

Wonen daar ook superlocals?

Ja daar wonen superlocals!

Vinden locals studies fijn?

Als ze maar verengelst zijn!

Geluiden zoals dit liedje hiernaast [variant op een door Ajax-fans gezongen tekst, D.A.] klinken vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, want ook in het hoger onderwijs is het zwaartepunt verschoven naar internationale verbinding, resulterend in nationale inbinding. Het financieringssysteem voor onderwijsinstellingen leert dat buitenlandse munten zwaarder wegen dan binnenlandse belangen. Ook mijn universiteit wordt per student beloond en per internationale student wordt zij veel meer beloond, maar de uiteindelijke bijdrage aan de Nederlandse maatschappij wordt niet meegerekend.

 

Kennis wordt opgedaan en geëxporteerd, want na afloop van de studie vestigt het gros van de internationale studenten zich elders. De kapitaalvlucht brengt geld in het laatje maar duur verkochte diploma’s schuiven het sneeuwbaleffect niet onder tafel. Studies die deels of volledig in het Engels worden aangeboden rukken op, terwijl Nederlandstalige opleidingen er budgettair van langs krijgen.

 

Verketterde reactionairen
Zo doemt een sombere variant van de toekomst op. Over enkele jaren zullen loyale academici zich afvragen waarom ze het Nederlands trouw zwoeren. Met de last van aflopende contracten, werkgroepen waar Engelse vertalingen van Nederlandse klassieken worden behandeld, en klachten over het niet-Amerikaans klinkende accent. Als verketterde reactionairen zullen deze wetenschappers toevlucht zoeken bij elkaar. Op adem komend met de allereerste uitgave van de Dikke van Dale in de personeelskamers. Gedurende de collegejaren zal de verbroedering geleidelijk plaatsmaken voor ellebogenwerk, want voor de laatste aanstelling bij Dutch as second language moet er strijd worden geleverd. Hoewel het uitsterven van neerlandici tegen die tijd enige verlichting zal bieden zal de concurrentie van uitgerangeerde Vlaamse collega’s niet mals zijn.

Het is nog niet te laat, maar als we op de wil van politiek Den Haag blijven wachten zal de schade onherstelbaar zijn. De noodzaak heeft mij via buitenparlementaire overdenkingen naar een hoopgevende boodschap geleid. De boodschap die rechts Nederland zal inspireren om de grenzen open te zetten. Immigrantenknuffelaars op links zullen zeggen dat zij het bij het juiste eind hadden, maar de plukkers van de vrucht mogen zich nimmer de trots van de planter aanmeten. Het is immers aan postkoloniaal wanbeleid te danken dat er een redelijk aantal Ghanezen in Nederland is. Daardoor kan ik nu vertellen dat zij ons als gidsen uit het verengelsende duister kunnen leiden. Met mijn mensen voorop zal het Nederlands opnieuw worden gekoesterd.

 

Beeld je voor het gemak de lijdensweg van de inburgeringscursus in. Nadat de nieuwe normen en waarden zijn ingeprent moet je ook de taal leren. In plaats van geld sturen naar je familie in Kumasi of Accra moet je het in studieboeken steken. Ondergedompeld in teksten en opdrachten waar je zelfs na de verplichte lessen niets van begrijpt, ook niet nadat je kinderen er naar hebben gekeken. Hoe streng je het ook vraagt, beter uitleggen kunnen ze niet.

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Tim Strater (cc, via Flickr)

Bijlmerflat
Daar zit je dan aan de keukentafel, in een Bijlmerflat op zes hoog, met pen en papier. Je bent naar Europa gekomen voor een tweede jeugd, maar van maan-roos-vis word je almaar grijzer. De kleuren uit je overzeese droom vloeien weg naarmate de eindtoets nadert. Uit wanhoop begin je oude brieven te lezen. Wat de woningcorporatie over kapotte liften schreef is opeens interessant. Elk beetje Nederlands neem je op. In plaats van Radio Recogin zet je het Achtuurjournaal op. De kinderen vraag je niet meer om hulp want die lachen je uit. In hun gelach probeer je gestampte woorden te herkennen. Dat werkt zo goed dat het zelfvertrouwen toeneemt terwijl drempels verlagen.

 

Van buren in de lift eis je dat ze jou in het Nederlands groeten. Vooral op de grote dag wil je niets anders horen. Omringd door zwetende kandidaten lever jij de toets als eerste in. Je slaagt met vlag en wimpel en bij de eindceremonie zing je het Wilhelmus luidkeels mee. Thuis wrijf je al zingend de overwinning in.

‘Tot voor kort was ik als de dood wanneer een Ghanees een gesprek in het Nederlands met mij wilde voeren’

Als je ziet hoe trots een buitenstaander kan zijn op het machtig worden van de Nederlandse taal dan wordt duidelijk wat voor moois Nederland in handen heeft. Soms is er niets anders dan een rolmodel nodig om de bal weer aan het rollen te krijgen. Zoals de ondernemer geïnspireerd kan worden door de ijverige stagiair, leerlingen de leraar aan zijn passie voor het vak herinneren, of dankbare burgers ervoor zorgen dat de politieagent niet met vervroegd pensioen gaat.

 

Pseudoschrijver
Het Nederlands is gedurende het grootste gedeelte van mijn leven mijn voorkeurtaal geweest, maar op bepaalde momenten heb ik dat anders beleefd. Tot voor kort was ik als de dood wanneer een Ghanees, van een oudere generatie, een gesprek in het Nederlands met mij wilde voeren. In de kerk, wanneer we thuis bezoek hadden of, en meestal, in de metro. Ik voelde de ogen van omstanders prikken wanneer mijn gesprekspartner bleef haken in de altijd lastige ‘g’- en ‘sch’-klanken.

 

Erger werd het wanneer mij enthousiast werd verzocht mijn antwoord in het Nederlands te formuleren. Net alsof een pseudoschrijver terugkoppeling eist over zijn afgewezen manuscript, stiekem wetend dat hij er niets van kan. Mijn antwoorden gaven aanleiding voor nieuwe glijpartijen over verkeerd geplaatste klemtonen. Gestrompel dat ook nog eens overbodig was. De combinatie van onze eigen taal en het Engels was toch toereikend?

‘Het is makkelijker om een taal niet te leren dan je spraakkanaal in onwennige posities te manoeuvreren’

Een paar maanden na de gehekelde uitspraken van voorganger Koney belandde mijn moeder op de eerste hulp. De schrik zat er goed in, maar tijd voor stilstaan was er niet. Na een kort verblijf in het ziekenhuis werd ze overgebracht naar een revalidatiecentrum. Daar ontvouwde zich een andere lijdensweg. Haar relatieve onmacht over de Nederlandse taal maakte van mij een ongediplomeerde tolk.

 

Hogere wiskunde
Soms mochten mijn inspanningen niet baten. Met mijn gebrekkige beheersing van onze eigen taal leken doktersadviezen veelal op hogere wiskunde. Tijdens moeizame gesprekken met zorgverleners maakte ik mij constant zorgen over het juiste vertaalwerk en het overbrengen van de boodschap. Het was op zulke momenten dat ik mijn eerdere arrogantie vervloekte en wenste dat ik nooit had weggekeken wanneer een praatgrage Ghanees in de metro oogcontact zocht. Had ik maar als kind geweten van de toekomstige communicatieproblemen tussen mama en haar kamergenoten. Dat de stress voor alle betrokkenen veel minder zou zijn geweest als ik haar van jongs af aan uitsluitend in het Nederlands had aangesproken. Als de toekomst zichzelf tóén kenbaar had gemaakt had ik mama zelfs in het Nederlands leren denken.

‘Aanschouw hoe gemotiveerde Ghanezen jullie taal op handen dragen en aap hen na’

Waar ik voorheen gefixeerd was op het vallen over woorden, juich ik tegenwoordig het opstaan toe. Elke sprong over spreekvaardige onzekerheid moet gevierd worden. Het is makkelijker om een taal niet te leren dan je spraakkanaal in onwennige posities te manoeuvreren. Zeker als je met een beetje Engels ook je weg vindt, want daar gaat het dus mis. Het verschil tussen je weg vinden en werkelijk onderdeel zijn van de samenleving is immens. De brug tussen beide bestaat uit de beheersing van de taal. Het belang van het Nederlands kan niet overschat worden. Een besef dat laat, maar als een bom bij mij insloeg.

 

Gemotiveerde Ghanezen
Met de wijsheid die achteraf is gekomen, wil ik de escalatie van het verengelsingsprobleem vóór zijn. Terwijl het naar omstandigheden goed gaat met mijn moeder, kan het met de waardering voor het Nederlands stukken beter.

 

Aanschouw hoe gemotiveerde Ghanezen jullie taal op handen dragen en aap hen na. Wanneer het Nederlands weer op een voetstuk staat, kunnen de beleidsmakers er niet meer omheen. Expats zullen het willen leren en voormalige locals zullen klaarstaan met privélessen. Als het voorbeeld van de rolmodellen toch niet genoeg blijkt te zijn doen we er een schepje bovenop. De zwarte ster in onze rood-geel-groene vlag wordt dan voor de gelegenheid in oranje gedoopt. We plaatsen het midden in het rood-wit-blauw, als herinnering aan de belofte die we met zijn allen zullen doen: wij laten de verengelsing niet zomaar zijn gang gaan! Wie dat anders ziet mag er gezellig mee op de brandstapel staan.

 

Dan Afrifa studeerde geschiedenis aan de UvA. Bovenstaande tekst komt uit het boek Against English - pleidooi voor het Nederlands, dat op 19 november is verschenen en waarvan Dan Afrifa mede-auteur is.