Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Dirk Gillissen (UvA)
opinie

‘De Opening van het Academisch Jaar had weinig met wetenschap te maken’

Walter Hoogland,
5 september 2019 - 11:07

Ook al is hij een zelfbetitelde ‘notoire brompot’, toch moest voormalig bètadecaan Walter Hoogland iets van het hart na de Opening van het Academisch Jaar. ‘Was dit nu een bijeenkomst die je het gevoel gaf deelgenoot te zijn van een universiteit, die tot de top honderd behoort van beste universiteiten ter wereld? ’

Afgelopen maandag was ik aanwezig bij de opening van het academisch jaar. Een gevarieerd programma, zoals dat gebruikelijk is, moest dit luister bijzetten, tonen dat het CvB vastberaden is het goede met de UvA na te streven en getuigen van de diversiteit en medemenselijkheid van zijn staf en studenten. Het werd kortom een politiek correcte happening. Maar was het nu ook een bijeenkomst die je het gevoel gaf deelgenoot te zijn van een universiteit, die tot de top honderd behoort van beste universiteiten ter wereld? Het antwoord daarop is simpel: nee. Tijdens de borrel bleek niet alleen ik als notoire brompot dat oordeel te vellen, maar vrijwel al de borrelgenoten die ik sprak. Geen niveau, provinciaal was het breed gedeelde oordeel.

‘Weliswaar was het thema van de bijeenkomst het belang van wetenschap voor de samenleving, maar de wetenschap zelf was in het programma nauwelijks te ontdekken’

Fantastisch en aangrijpend, maar waar is de wetenschap?

Weliswaar was het thema van de bijeenkomst het belang van wetenschap voor de samenleving, maar de wetenschap zelf was in het programma nauwelijks te ontdekken. Een presentatie van Amade M’Charek over bootvluchtelingen en de verschrikkelijke gevolgen van hun poging de Middellandse Zee over te steken was zeer schokkend en aangrijpend, maar wat de wetenschappelijke inhoud is van de bewering van de spreekster dat de zorg voor lichamelijke resten en toebehoren van migrantenslachtoffers ons in staat stelt het forensische te verbreden en te herdefiniëren is volstrekt onduidelijk.

 

Eenzelfde gebrek aan wetenschappelijke inhoud toonden de twee videopresentaties. Het is fantastisch dat een medewerkster van de UvA er mede voor gezorgd heeft dat een slachtoffer van het Egyptische regime uit de gevangenis ontslagen is, maar wat demonstreert dat over het belang van de wetenschap? Dat geldt in iets mindere mate ook voor de belastingjurist, die eraan bijdroeg dat het kabinet Rutte zijn plannen voor het afschaffen van de dividendbelasting moest laten varen. Objectiviteit gelijk stellen met wetenschap zoals in de video werd gedaan lijkt me een brug te ver.

‘Over het belang van de wetenschap voor de samenleving hoorden we afgezien van de gebruikelijke dooddoeners heel weinig’

En dan was daar Daan Roovers, Denker des Vaderlands. Ik had daar hoge verwachtingen van, maar in de loop van haar betoog moest ik die steeds verder terugschroeven. Veel weinig verrassende en vervolgens ook nog aanvechtbare gedachten over de impact van de digitale revolutie op het publieke debat met als uitsmijter een trivialiteit van jewelste, ook al achtte de collegevoorzitter het een eyeopener: data is geen kennis.

 

Wat wil en kan de universiteit zijn?

En tenslotte was daar de collegevoorzitter zelf. Over het belang van de wetenschap voor de samenleving hoorden we afgezien van de gebruikelijke dooddoeners heel weinig. Dat ze haar verontwaardiging toonde over de door de overheid gewenste overheveling van budget van alfa- en gamma- naar bètawetenschappen en techniek was voorspelbaar en gezien alle commotie daarover begrijpelijk, maar het zou haar hebben gesierd daar uitgebreider, meer analytisch en genuanceerder op te zijn ingegaan. De onderbekostiging van het hoger onderwijs wordt steeds nijpender maar zou het niet kunnen zijn dat het advies van de commissie van Rijn een bewuste provocatie is om via het voorspelbare rumoer dat op haar advies volgde het maatschappelijke en politieke debat daarover aan te zwengelen?

 

Hoe moeten we omgaan met het door Geert ten Dam terecht benoemde probleem van het steeds uitdijend aantal opleidingen, waarbij op de achtergrond de fundamentele vraag speelt wat de universiteit wil en kan zijn: enerzijds een hoeder van wetenschappelijke excellentie en anderzijds het instrument voor hoger onderwijs voor velen? En als ze dat laatste mede tot haar taak rekent moet ze dan doorgaan met het aanbieden van opleidingen met geringe beroepsperspectieven? Meer aandacht voor de noden van de medewerkers die verondersteld worden zowel de academische top te bereiken als succesvol opleider te zijn van steeds grotere massa’s studenten is een prijzenswaardig voornemen, maar zoals Geert ten Dam terecht opmerkte, doorzettingsmacht behoort niet tot de bestuurlijke sterktes van de UvA.

 

Walter Hoogland is emeritus hoogleraar experimentele hoge-energiefysica en voormalig decaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica.

Lees meer over