Foto: Ka-Wing Falkena
opinie

Op z'n Duits | Hoe de roostermaker mijn onderwijs slechter maakt

Linda Duits,
7 juni 2019 - 08:13

Ooit, lang lang geleden, werkte ik in een stokoud UvA-pand in de binnenstad. Het gebouw was zo oud dat verhuizen onvermijdelijk was, zo werd ons verteld. De verhuismanagers beloofden gouden bergen. We zouden naar het eiland van melk en honing gaan, met fonkelnieuwe wc’s en een overdaad aan onderwijszalen.

Dat oude pand ging niet tegen de vlakte. Het voldeed blijkbaar nog prima. Sterker nog, het huisvest nu elite-instituut NIAS – zeg maar het Nyenrode van ware wetenschap – waar uitverkorenen zonder onderwijscorvee tussen glazen deuren en marmeren gangen in alle rust aan hun onderzoek kunnen werken. Mijn oude collega’s daarentegen werden afgescheept naar een nieuwbouwflat, waar ze ziekmakende flexplekken moesten delen en in de herrie van het nooit eindigende bouwproject dat REC heet vaststelden dat de onderwijszalen niet alleen te klein, maar nog steeds schaars waren.

‘In Utrecht had ik de dubbele graveyard-shift: ik gaf werkgroepen op vrijdagmiddag tot 17 uur en keerde dan maandagochtend om 9 uur weer terug’

Inroostering is een breed universitair probleem dat niet alleen aan de UvA speelt. Onder mijn collega’s in Utrecht spelen zelfs heftigere angsten dan in Amsterdam. Als gezegend medewerker binnenstad kan je namelijk ineens afgescheept worden naar een zaaltje op – de horror – de Uithof, het Utrechtse equivalent van het Science Park dat alleen met openbaar veevervoer te bereiken is.

 

Los van locatie is er de universele angst voor de slechte tijden. Afgelopen najaar had ik in Utrecht de dubbele graveyard-shift: ik gaf werkgroepen op vrijdagmiddag tot 17 uur en keerde dan maandagochtend om 9 uur weer terug in hetzelfde zaaltje ergens middenin een woonwijk. De consequentie voor zowel mij als mijn studenten: werken in het weekend. Mag dat eigenlijk wel?

 

Het is opvallend lastig om daar een antwoord op te vinden op het toch al onmogelijk te navigeren intraweb. Toen ik als secretaresse voor de UvA werkte, was mij bij aanstelling verteld dat ik om 9 uur moest beginnen en om half zes de deur uit mocht. Met wetenschappelijk medewerkers worden zulke afspraken nooit gemaakt. Ik check het met P&O. De personeelsconsulent bevestigt dat er geen afgebakende werktijden bestaan voor onderwijs- en onderzoekspersoneel. Hij verwijst me door naar de cao Nederlandse universiteiten. Die biedt inderdaad soelaas.

‘Als studenten en docenten werk moeten verrichten tussen bijeenkomsten in, moet daarvoor tijd ingeroosterd worden’

Afwijkende werktijden zijn alleen geformuleerd voor ondersteunend en beheerspersoneel, dat namelijk als enige aanspraak kan maken op overwerk. Dat geldt overigens alleen voor de mensen die in een lagere salarisschaal dan 11 zitten. Dat betekent niet dat de rest altijd maar ingezet kan worden.

 

Artikel 4.2 heet Werktijdenregeling en daarin staat in lid 5: ‘Geen arbeid wordt verlangd op zaterdagen, zondagen en op feestdagen’. Nuancering: ‘Van het gestelde in lid 4 en 5 kan worden afgeweken, indien het belang van de instelling dat onvermijdelijk maakt’. Eerstejaars huiswerk is niet zwaarwichtig in het belang van de uni. Zorgen voor genoeg onderwijszalen wel.

 

Zaalroosteren is een onmogelijk moeilijke taak. Er zijn ontzettend veel variabelen waarmee rekening gehouden dient te worden, met als belangrijkste de overlap met vakken binnen dezelfde opleiding en de tijd die nodig is om van de ene op de andere plek te komen.

 

Maar het mag nooit de bedoeling zijn dat de zaalroosteraar met zijn lastige taak invloed heeft op de didactische vorm en inhoud van een cursus. Als studenten en dus docenten werk moeten verrichten tussen bijeenkomsten in, moet daarvoor tijd ingeroosterd worden. Weekenden tellen niet als beschikbare tijd. Ook de zaalroosteraars dienen zich immers aan de cao te houden.

 

Linda Duits is een weggelopen wetenschapper, gespecialiseerd in populaire cultuur; in het bijzonder op het gebied van gender en seksualiteit.