Foto: Rogier Willems
opinie

‘Het schilderij van vijf vrouwelijke hoogleraren heeft meer weg van een theekrans dan van wetenschap’

Sophía de Vries,
23 mei 2019 - 12:06

Het schilderij van vijf vrouwelijke hoogleraren dat de UvA onthulde heeft meer weg van een high-tea, dan van het portret van wetenschappers vindt student Sophía de Vries. ‘Associaties als “huisvrouwen” “gezellig” en “theekrans” zijn eerder gelegd dan “kennis”, “kunde”, of “wetenschap”.’

Faculteit der Geesteswetenschappen onthult schilderij van vijf vrouwelijke hoogleraren’. Doorgaans stemt een dergelijke titel mij vrolijk. Ik, vrouw, voel mij daardoor sterk en hoopvol over de toekomst, en trots op mijn universiteit. Maar omdat de ervaring leert dit soort onthullingen vaak minder reden tot feest geeft, klik ik met sluimerende achterdocht verder om het artikel te lezen. Ik viel van mijn stoel.

 

Theekrans

Waar ik even hoopte dat de titel wat ongelukkig geformuleerd was – ‘Faculteit der Geesteswetenschappen onthult vijf schilderijen van vrouwelijke hoogleraren’, zou op zijn plaats zijn – zie ik tot mijn stomme verbazing een kiekje van een high-tea. Associaties als ‘huisvrouwen’ ‘gezellig’ en ‘theekrans’ zijn eerder gelegd dan ‘kennis’, ‘kunde’, of ‘wetenschap’. Erg jammer, vind ik zelf, want ik lees dat de UvA met dit werk aantoont ‘dat zij allang geen mannenbolwerk meer is, noch wil zijn’.

‘Duidelijk zichtbaar is dat de UvA geen idee heeft van wat er speelt in het debat over vrouwen, feminisme, gelijkheid’

Op dit schilderij zie ik echter hoogopgeleide vrouwen met een voorbeeldfunctie als gezellige tantes afgeschilderd. Ze kijken wat goedlachs voor zich uit, niet naar elkaar, noch naar hun werk of strak in ogen van het publiek. Bovendien staan twee van de vijf hoogleraren noodgedwongen, omdat er simpelweg geen plek voor ze is. Zoals de schilder zegt in het bijgevoegde filmpje zijn dit grote denkers ‘en ze staan wel voor iets’ maar God weet wat dat ‘iets’ is. Typerend is dat het eerste wat mw. dr. Matthijsen aangeeft, is dat ze zich niet kan herinneren dat ze ooit zo college heeft gegeven. Tot zover de representatie.

 

Tuttig

De compositie is tuttig, het licht is tuttig, en de kleuren zijn tuttig. Op tafel ligt papierwerk, waarop geen van de hoogleraren een belangrijk werk van haar hand vereeuwigd ziet. Een ‘Quoting Caravaggio’ zou het schilderij niet misstaan. Overigens mis ik de stapels boeken als weerspiegeling van hun kennis en kunde. Er hangt nog iets wat doet denken aan een boodschappenlijstje aan de muur. Bovendien is er geen spoor van activiteit te bekennen. Geen pen, laptop of voor mijn part typmachine waaruit blijkt dat er hard gewerkt is aan het intellectueel erfgoed van de UvA, van onze generatie.

 

De onthulling verraadt intellectuele luiheid. Duidelijk zichtbaar is dat de UvA geen idee heeft van wat er speelt in het debat over vrouwen, feminisme, gelijkheid. De universiteit is niet bewust geweest van mogelijke beeldimplicaties. Wellicht had de UvA goede intenties met dit gebaar, maar er is duidelijk niet over nagedacht.

‘Wellicht had de UvA goede bedoelingen met de vereeuwiging van deze vrouwen, maar er is duidelijk te weinig over gedacht’

UvA, als je daadwerkelijk van mening bent dat deze vrouwen, in een tijd dat dat nog altijd niet vanzelfsprekend is, veel betekend hebben voor de universiteit, draag dat dan uit. Vijf portretten graag, en met allure. Ik wil dat trots, eerbied, en intellect te ruiken is in de hal van het Bushuis. Liefst door nog natte verf, van echte purperslakken. Nu zie ik slechts een bestuur dat onder sociale druk aarzelend wat meer vrouwen aan de muur hangt.

 

Naam en toenaam

Nog te zwijgen over hoe de heren die het werk hebben mogen vervaardigen en onthullen direct met naam en toenaam worden genoemd. Hier viel mijn blik nota bene eerder op dan op de hoogleraren in kwestie. De weledel zeer hoog geleerde vrouwen hebben een bulletpoint voor hun naam staan in plaats van een titel. Ik geloof dat er had moeten staan: prof. dr. M.G. (Maria) Bal, hoogleraar Theoretische literatuurwetenschap; prof. A.G.A. (Anne) van Grevenstein- Kruse, hoogleraar Praktijk van conservering en restauratie; prof. dr. A.C.J. (Aafke) Hulk, hoogleraar Franse taalkunde en decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen tussen 2003 en 2008; Prof.dr. J.F.T.M. (José) van Dijck, hoogleraar Vergelijkende mediawetenschappen (tot 2016) en decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen tussen 2008 en 2011; prof. dr. M.T.C. (Marita) Mathijsen-Verkooijen, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde.

 

En ook niet onbelangrijk is dat al deze hoogleraren vrouwen zijn. Dat wordt dus: mw. prof. dr. M.G. (Maria) Bal, hoogleraar Theoretische literatuurwetenschap; mw. prof. A.G.A. (Anne) van Grevenstein- Kruse, hoogleraar Praktijk van conservering en restauratie; mw. prof. dr. A.C.J. (Aafke) Hulk, hoogleraar Franse taalkunde en decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen tussen 2003 en 2008; mw. Prof.dr. J.F.T.M. (José) van Dijck, hoogleraar Vergelijkende mediawetenschappen (tot 2016) en decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen tussen 2008 en 2011; mw. prof. dr. M.T.C. (Marita) Mathijsen-Verkooijen, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde. Zo, met de kracht van de herhaling.

 

Vijf portretten

Tot slot merk ik op dat ook weer vóór de subjecten prominent kenbaar wordt gemaakt hoe gróót het schilderij wel niet is. Dat zal wel een mannending zijn. Hoe dan ook, mijn boodschap moge helder zijn. Wellicht had de UvA goede bedoelingen met de vereeuwiging van deze vrouwen, maar er is duidelijk te weinig over gedacht. De gezellige groepsmedaille in olie op linnen doet geen recht aan de waarde die deze vrouwen hebben voor de UvA. Ere wie ere toekomt. Vijf portretten dus.

 

Sophía de Vries haalde haar master militair recht en volgt nu de master wijsbegeerte aan de UvA. Ze is de zus van drie vrouwelijke academici.