Foto: Daniël Rommens
opinie

Eva’s waslijst | ‘Pas na de aanschaf van hangpotten, zaadjes en kunstmest, besefte ik dat ik niet van tuinieren houd’

Eva Hofman,
23 april 2019 - 13:57

Faalangst, prestatiedruk en keuzestress: hoe leuk is studeren nog? En dan heb je ook nog eens een waslijst aan praktische dingen te leren op weg naar die verdomde volwassenheid. Stella en Eva schrijven het om en om van zich af. Dit keer: Hoe zorg je ervoor dat je plant niet doodgaat?

Het is lente, en voor mij betekent dat: tijd om nieuwe planten te kopen. Ik ben een sucker voor kamerplanten. Ik ben er namelijk van overtuigd dat ze je huis gezonder maken. Hoe meer groen in mijn huis, des te minder schuldig ik me voel over het feit dat ik zelden mijn ramen openzet of überhaupt pogingen doe om een gezonde leef- en studeeromgeving in te richten. Planten staan bovendien heel Volwassen, net als sierkussentjes en van die weckpotten met pasta erin.

‘Nooit zul je zo’n idyllisch huishouden hebben als de Dille & Kamille je doet geloven’

Vroeger had ik een palm. Het leek me wel mooi, zo’n plant op mijn kamer. Dat planten best veel moeite kosten was niet bij me opgekomen. En dus vergat ik hem soms wekenlang water te geven. Verdorde waaiers knipte ik eens in de zoveel tijd af, verschimmelde aarde schepte ik zacht vloekend om.

Voor wie toch planten wil onderhouden, de volgende tips
  1. Nooit zul je zo’n idyllisch huishouden hebben als de Dille & Kamille je doet geloven. Ook niet als je er katoenen tricot-tuinhandschoenen koopt voor 4,50.
  2. Vraag even aan de plantenverkoper hoe vaak je je nieuwe aanwinst moet bijknippen/wateren/verpotten. Dat scheelt tranen.
  3. Urban junglehuizen doen het goed op Instagram, maar zijn misschien minder praktisch als je nu al je kont niet kunt keren in je studentenkamer van tien vierkante meter. Overweeg een hangplant.
  4. Ja, planten geven zuurstof. Maar je raam openzetten heeft wel ongeveer hetzelfde effect.
  5. Geen bloemen is nog altijd beter dan kunstbloemen. Zeker als je sowieso al niet van schoonmaken houdt en er zich dus een permanent stoflaagje op het plastic vormt.

Die palm is inmiddels natuurlijk hartstikke dood. Net als mijn orchidee, mijn azalea en mijn guzmania. De overgebleven kamerplanten in mijn huis worden in leven gehouden door mijn huisgenoot. Die kon het allemaal niet meer aanzien en heeft daarom zelf maar opgezocht hoe vaak een cactus water nodig heeft.

 

Vorig jaar rond deze tijd begon ik vol goede moed aan een moestuintje op mijn balkon. Inspiratie voor deze briljante manoeuvre haalde ik uit VTwonen, de Dille & Kamille en vage fantasieën over mezelf als ultieme urban farmer. Pas na de aanschaf van hangpotten in landelijke stijl, zaadjes en een soort vloeibare kunstmest, besefte ik dat ik niet van tuinieren houd. Mijn tomaten en spinazie hebben het niet eens tot de zomer gered.

 

Van mijn tuinier-avontuur hield slechts één oersterke plant het vol. Ik ken zijn naam niet, en ik weet ook niet hoe ik hem officieel had moeten verzorgen. ‘s Zomers stond hij buiten, en afgelopen winter binnen op een kastje. Af en toe kreeg hij water van me, nooit hoefde ik ook maar een beetje schimmel weg te scheppen. Hij was mijn grote trots. Vorige week donderde het kastje om, inclusief plant en pot. Dat is tip 6: zet je plant op een goede plek.