Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Wouter van der Wolk (UvA)
opinie

‘We moeten het vak Nederlands van onderaf opnieuw opbouwen’

Tycho Maas,
19 maart 2019 - 11:38

We moeten het verlies van de studie Nederlands aan de VU niet bagatelliseren, zoals UvA’s geesteswetenschappendecaan Fred Weerman deed, schrijft promovendus Tycho Maas. ‘Om het vak aantrekkelijker te maken in het hoger onderwijs, moeten we van onderaf de inhoud weer opbouwen.’

Op 28 februari betoogde Fred Weerman, decaan van de Faculteit der Geestwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, dat de media overdrijven wanneer zij stellen dat de Vrije Universiteit ‘de bachelor Nederlands zou hebben opgeheven’. In zijn vlogDe vlog staat op het intranet van de universteit en is hier te bekijken. doet Weerman de commotie hierover in de politiek af als ‘verkiezingsretoriek’. Deze uitspraken baren me zorgen. Opleidingen, middelbare scholen en het ministerie moeten een landelijk probleem onderkennen en de handen ineenslaan – nu het nog kan.

 

Nederlands of niet

De laatste VU-hoogleraar taalkunde is tien jaar geleden al met pensioen gegaan en dus was er al lang ‘geen Nederlands meer aan de VU,’ aldus Weerman. De realiteit is echter dat de traditionele tweedeling in taal- en letterkunde waarop hij zinspeelt, in Amsterdam nergens meer bestaat. Nederlands aan de UvA bestaat uit gemeenschappelijke vakken in jaar één en twee; specialisatie in taal, letterkunde of taalbeheersing volgt in het derde jaar.

‘Het echte probleem – decaan Weerman laat dit onbenoemd – is dat de studentenaantallen Nederlands in heel het land dramatisch dalen’

De VU handhaafde alleen letterkunde, binnen de bredere opleiding literatuur & samenleving. In de praktijk kunnen er evenwel net zoveel studiepunten Nederlands aan de VU worden gehaald als aan de UvA, namelijk driekwart van het totaal aantal in het eerste en tweede jaar, en minstens de helft in het derde. De universiteiten zijn zich dus wel zeker van elkaar gaan onderscheiden wat betreft diepte en breedte van het cursusaanbod, maar uitgedrukt in studiepunten zijn de bachelors aan de UvA en de VU allebei evenzeer ‘Nederlands’.

 

Het kan ook anders

Het echte probleem – Weerman laat dit onbenoemd – is dat de studentenaantallen Nederlands in heel het land dramatisch dalen, van 500 aanmeldingen tien jaar geleden naar 220 vorig studiejaar, schreef de Volkskrant. Hoe komt dat? VU-hoogleraar Johan Koppenol (Nederlands) merkte eind februari in het Radio 1-programma De taalstaat op dat leerlingen het schoolvak Nederlands niet aantrekkelijk vinden, dat het te lijden heeft onder de als nuttiger ervaren exacte vakken. Het manifest Nederlands op school van de meesterschapsteams Nederlands (2016) stelde dat het vak de afgelopen jaren is ontzield, en uitgekleed tot louter trucjes om te kunnen tekstverklaren, want dat is wat het centraal examen toetst.

‘Het curriculum in het voortgezet onderwijs is aan herziening toe’

Zelf heb ik in Kaapstad aan een Nederlandse school lesgegeven. In het buitenland kan geen centraal examen worden gedaan. Dat was eigenlijk maar goed ook, want zo had ik ruimte voor dat wat leerlingen uitdaagt en enthousiast maakt: creatieve en identiteitsvormende oefeningen, en inzicht in het systeem ‘taal’. Ik deed met mijn leerlingen, in verhouding tot hun leeftijdgenoten in Nederland, veel aan schrijf- en spreekvaardigheid. Ze schreven bijvoorbeeld regelmatiger creatief dan een technisch boekverslag. We keken samen naar poëzie, want juist daar wordt soms heel precies met taal gespeeld, een mening uitgedaagd, en dus uitdrukkingsvaardigheid getoetst. We bespraken de verwantschap tussen Nederlands en Afrikaans, lazen stukjes uit oude boekjes, en begrepen daardoor beter hoe onze taal nu in elkaar steekt. Nu ik weer in Nederland meedraai zie ik echter dat er nagenoeg geen eindtermen (meer) zijn op deze gebieden.

 

Uit het slop

Weerman had dus beter kunnen constateren dat er iets veranderd is in hoe wij in Nederland onze identiteit beschouwen, waarderen en verankeren. Politieke aandacht lijkt me daarbij meer dan terecht, en ook wenselijk. Een jaar of tien geleden stelde het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap een commissie in om het onderwijs in de klassieke talen op het voortgezet onderwijs uit een dip te trekken. Onder leiding van twee hoogleraren werden Latijn en Grieks met goed gevolg klaar gemaakt voor de toekomst. Zoiets zou ook moeten voor Nederlands. Om het vak aantrekkelijker te maken in het hoger onderwijs, moeten we van onderaf de inhoud weer opbouwen. Het curriculum in het voortgezet onderwijs is aan herziening toe.

 

Voor nu verdwijnt er een volwaardige plek van de Neerlandistiek. Er verdwijnen een hooggespecialiseerde wetenschappelijke staf, en onderzoekszwaartepunten die nergens anders in Nederland voorkomen. Bovendien verdwijnt er een plek waar men zich over dit alles kan bezinnen. Als we de Neerlandistiek toekomst willen geven, moeten we de handen ineenslaan – het ministerie, het voortgezet, en het hoger onderwijs –, en niet meewaaien met de bagatelliserende woorden van de decaan.

 

Tycho Maas is promovendus aan de UvA en alumnus Latijn en Nederlandse letterkunde van de VU.