Foto: Teska Overbeeke (UvA)
opinie

‘Het is tijd voor verandering, het is tijd voor vrouwelijke decanen’

15 januari 2019 - 09:29

Het zou in 2019 niet moeten kunnen dat de enige vrouwelijke decaan aan de UvA een interimmer is, schrijven studenten Alba van Vliet en Esther de Boer van Asva Studentenunie. ‘Dat er meer mannelijke dan vrouwelijke hoogleraren zijn, mag geen excuus zijn.’

Vorige week, tijdens de dies natalis, kreeg je de kans om eens goed om je heen te kijken wie er eigenlijk hoogleraar of bestuurder op de UvA zijn. Dat levert een ontluisterend beeld op. Terwijl de aanwezigen de 387e verjaardag van de UvA aan het vieren waren in de Aula, werd direct één ding pijnlijk duidelijk: hoe hoger je komt op de academische ladder, hoe minder diversiteit er is. De aanwezigen in toga lijken niet alleen in hun kleding op elkaar. De meerderheid is wit en mannelijk.

 

Dit geldt ook voor de decanen van de UvA, met uitzondering van één interim-aanstelling op de Faculteit der Maatschappij- & Gedragswetenschappen (FMG) zijn alle decanen witte mannen. Dit betekent dat de decanen alles behalve een goede afspiegeling zijn van de verschillende groepen binnen onze academische gemeenschap. Onder andere vrouwen en mensen van kleur, maar ook andere gemarginaliseerde groepen zijn sterk ondervertegenwoordigd.

 

Belangrijke posten

Decanen zijn belangrijke bestuurders op de UvA. Niet alleen zijn ze elk eindverantwoordelijk voor het reilen en zeilen van hun faculteit, ook overleggen ze regelmatig samen met het College van Bestuur over zaken die de hele universiteit aangaan. Wanneer deze groep een meer diverse samenstelling heeft, zal het beleid dat uiteindelijk gemaakt wordt beter aansluiten bij de verschillende groepen waar de UvA uit bestaat en zal de UvA als geheel beter presteren.

‘Het gebrek aan diversiteit is een urgent probleem: niet alleen maken decanen beleid, decanen zijn vaak ook betrokken bij het aanstellen van nieuw personeel’

Het gebrek aan diversiteit is een urgent probleem: niet alleen maken decanen beleid, decanen zijn vaak ook betrokken bij het aanstellen van nieuw personeel en verantwoordelijk voor aanstellingen van gezichtsbepalende functies: hoogleraren en universitair hoofddocenten. Hierdoor brengt een gebrek aan diversiteit in de groep van decanen het risico met zich mee dat ook de diversiteit onder hoogleraren en universitair hoofddocenten achterblijft.

 

Implicit bias

Onder andere de League of European Research Universities (LeruLeru is the League of European Research Universities. Haar rapport Implicit bias in academia: A challenge to the meritocratic principle and to women’s careers – And what to do about it is hier te vinden.), waar de UvA deel van uitmaakt, schrijft over het probleem dat implicit bias (impliciete vooroordelen) vormt aan universiteiten. Universiteiten moeten vaak keuzes maken tussen mensen: wie krijgt er geld voor onderzoek en wie niet, wie wordt er benoemd tot hoogleraar en wie niet? Als deze keuzes gekleurd worden door impliciete vooroordelen, zullen bepaalde groepen benadeeld worden en zal er uiteindelijk kwaliteitsverlies optreden. De Leru beveelt onder andere fatsoenlijke representatie van vrouwen in leidinggevende posities aan als middel om onbewuste vooroordelen tegen te gaan. Ook in het onderzoeksrapport Diversiteit is een werkwoord geven verschillende geïnterviewden aan dat meer diversiteit binnen bestuurlijke functies zou helpen bij het aanjagen van diversiteit binnen de gehele UvA.

‘Dat er meer mannelijke dan vrouwelijke hoogleraren zijn mag geen excuus zijn’

Universiteiten komen soms in een lastig parket terecht als zij een meer diverse groep bestuurders willen aanstellen. Wettelijk is bepaald dat je hoogleraar moet zijn om tot decaan benoemd te kunnen worden. De groep hoogleraren op de UvA is niet bepaald divers te noemen - zo is slechts 22 procent vrouw en zijn er weinig hoogleraren van kleur. Dit beperkt de keuze enigszins. Toch zou dit geen excuus mogen zijn. Het aanstellen van diversere bestuurders kan immers uiteindelijk leiden tot meer diversiteit onder medewerkers, ook op andere hoge en belangrijke functies. Daardoor kan vervolgens ook weer makkelijker gezocht worden naar bestuurders die een goede afspiegeling zijn van de universitaire gemeenschap.

 

De UvA moet haar verantwoordelijkheid nemen. Het is tijd voor bestuurlijke diversiteit, die op zijn minst een goede weerspiegeling is van de universiteit zelf. Hier zou ook verder gekeken moeten worden dan enkel gender, want momenteel schort het aan vrijwel elke vorm van diversiteit binnen de bestuurlijke lagen van de UvA. Hoewel de UvA zegt dat ze diversiteit op de universiteit belangrijk vindt, zien we hier in de praktijk weinig van terug. Op de FMG en de tandheelkundefaculteit Acta worden binnenkort nieuwe decanen benoemd. Wij roepen het College van Bestuur op om hier niet weer in haar oude gewoontes te vervallen, maar nu écht aan representatie te denken bij de benoeming van een nieuwe decaan. Het is tijd voor verandering.

 

Alba van Vliet is student Politics, Psychology, Law & Economics en is voorzitter van Asva studentenunie, Esther de Boer is masterstudent biomedische wetenschappen en coördinator wo bij Asva.