Foto: Mina Etemad
opinie

‘Laat mij en anderen gewoon ons ding doen, we zijn niet incapabel’

Sophie Visser,
4 oktober 2018 - 15:12

Het is deze week de Week van de Toegankelijkheid. Drie UvA-studenten met een beperking van het Student Disability Platform schrijven daarom deze week een korte column voor ons. Vandaag sluit student biomedische wetenschappen Sophie Visser af. ‘Het lijkt natuurlijk hartstikke lief als mensen je willen helpen met van alles en nog wat, maar het is niet nodig.’

In deze week van de toegankelijkheid zijn wij, individuen met een beperking, zichtbaar. Ik doe deze week misschien nog wel harder mijn best om mensen wat uit te leggen: ‘Nee, ik ben niet zielig. En nee, je hoeft niet te helpen als ik er niet om vraag. Als ik het niet vraag, kan ik het zelf.’ Als student met een fysieke en visuele beperking weet ik dat alles goed bedoeld is, maar het frustreert me. Mijn zicht is niet helemaal je van het, maar ik heb wél inzicht. Inzicht in de blik van onze maatschappij.

‘Nee, ik ben niet zielig. En nee, je hoeft niet te helpen als ik er niet om vraag’

Onze maatschappij kijkt namelijk op een heel vreemde manier naar mensen met een beperking. Aan de ene kant zijn wij volgens anderen zielige wezens die met alles geholpen worden, en aan de andere kant zijn we subsidieslurpers die de maatschappij niets opleveren. En daar gaat het mis. Ik heb zeker hulp nodig zo nu en dan, en ik slurp ook de nodige subsidie. Maar tegelijk studeer ik, werk ik en doe ik mijn best bij te dragen aan de maatschappij, dat is de hele reden dat ik die subsidie überhaupt slurp.

 

Ik zal ook toegeven dat ik soms, vooral vroeger als opperpuber van 13, iets te koppig was voor mijn lijf. ‘Ik kan best alle dagen naar school, die aangepaste stoel kun je laten, want daar ga ik toch niet in zitten en ik ga in het weekend toch proberen op een tweewieler te fietsen ook al weet ik al dat dat misgaat.’ Hoe ik in die tijd mezelf heb overleefd is me nog steeds een raadsel.

‘Het is frustrerend wanneer een andere student de stoel ongeveer uit mijn hand grist’

Gelukkig heb ik ondertussen het licht gezien. Die driewielfiets, die aangepaste stoel, die vergrotings- en -spraaksoftware zijn er nu allemaal en ik ben enorm gelukkig met ze. Mijn stoel en ik zijn zielsverwanten, mijn fiets en ik gaan dagelijks op een date en ik voer diepe gesprekken met mijn laptop vol kleurmarkeringen en absurd grote letters. Waar ik ooit beschaamd was, zie ik het nu als iets dat volkomen normaal is, deze ‘extra’s’ maken mij namelijk zelfstandig.

 

Gek genoeg zijn het de dingen die mij zelfstandig maken die het hardst naar de omgeving ‘help mij!’ lijken te roepen. Het lijkt natuurlijk hartstikke lief als mensen je willen helpen met van alles en nog wat, maar het is niet nodig. Wanneer ik op de UvA met mijn stoel naar college loop, is het niet alleen frustrerend, maar ook denigrerend wanneer een andere student zegt ‘Zal ik je even helpen met je stoel?’ en hem zo ongeveer uit mijn hand grist.

 

Het frustreert nog meer als je het aan vrienden vertelt en die zeggen ‘Maar dat is toch chill? Hoef je hem zelf niet te duwen. Ik zou het ook wel willen.’ Wat er niet gezien wordt is dat dit voor mij is het een belediging is, omdat het impliceert dat ik het niet zelf zou kunnen. Daar komt bij dat ik erg achterdochtig ben, en ik verwacht dat die persoon mijn stoel steelt of hem crasht, of zo.

 

Dus laat mij en anderen gewoon ons ding doen, we zijn niet incapabel. Tenzij we om hulp vragen natuurlijk.