Foto: Steven Guzzardi (cc, via Flickr)
opinie

Op z'n Duits | Weekendwerk

Linda Duits,
13 april 2018 - 08:02

Een tijd lang sloeg ik mailtjes die ik in het weekend schreef eerst op als concept, om ze pas op maandagochtend te versturen. Ik vond het onwenselijk dat studenten zouden denken dat ik in het weekend aanmailbaar was.

Dat vind ik nog steeds, maar ik schrijf nu zelden nog mail in het weekend. Het voordeel van zelfstandige zijn is dat je zelf bepaalt hoe hoog je werkdruk is. Je beslist immers zelf of je een klus aanneemt of niet. Als ik het dan zelfverkozen druk heb, werk ik graag een weekendje door, maar liever niet. Ik ben ook een groot voorstander van de zesurige werkdag, zo rond een uurtje of 10 op kantoor zijn en om 16 uur weer naar huis. Dat kan makkelijk, want ik bespaar ongelooflijk veel tijd doordat ik nooit hoef te vergaderen.

 

Tegelijkertijd ben ik natuurlijk altijd aan het werk. Als ik ’s ochtends in bed door Twitter scroll, lees ik blogposts, nieuwsberichten en wetenschappelijke artikelen waar ik wat mee kan. Ze dienen als input voor eigen stukken, lezingen en onderwijs, nu of in de toekomst. Ik denk de hele dag na. Waar anderen in het weekend geesteloos Netflix kijken, doe ik dat met het oog van een mediawetenschapper.

Wat moet een wetenschapper nou met hobby’s? ‘Het is absurd om te spreken van een work-life balance bij een academicus.’

De recente, belangrijke discussie over de werkdruk in het hoger onderwijs leidde tot een mini-polemiek tussen Marc van Oostendorp en Anna-Luna Post. Van Oostendorp hekelde ‘mensen die zich in het weekeinde zorgen gaan maken over publicatiemogelijkheden’. Het weekend is volgens hem bij uitstek geschikt om na te denken over je vakgebied of om literatuur te lezen. Wat moet een wetenschapper nou met hobby’s? ‘Het is absurd om te spreken van een work-life balance bij een academicus.’ Ik ben het met hem eens.

 

Post reageerde dat wetenschap gewoon werk is, ook al gaat ze er met plezier heen. Naast haar promotieonderzoek heeft zij wel degelijk hobby’s. Bovendien ontkomt zij er niet aan om zich in het weekend druk te maken over publicatiemogelijkheden, omdat ze niet zeker is van een volgende baan. Die onzekerheid leidt tot stress. Ze schrijft: ‘Deze groep vertellen dat ze eigenlijk inferieure wetenschappers zijn ten opzichte van degenen die zich blijkbaar geen zorgen hoeven te maken om banale zaken als geld of hun cv, is een onnodige trap na.’ Ik ben het met haar eens.

De academische wereld is al een tijd een verziekte en ziekmakende omgeving is om in te werken

Van Oostendorp en Post zijn natuurlijk helemaal geen tegenstanders. De één haalt uit naar de managerscultuur van ‘verantwoording’ en ‘verslaglegging’, de ander is kritisch op de idee dat je wetenschap bedrijft omwille van een roeping en dat het dus impliciet okay is om die geroepenen eindeloos uit te buiten. De geobserveerde managerscultuur gaat samen met de gesignaleerde uitbuiting. Het is de reden dat de academische wereld al een tijd een verziekte en ziekmakende omgeving is om in te werken.

 

Als hoogleraar heeft Van Oostendorp makkelijker praten dan promovenda Post die zich nog moet bewijzen. Ik ben daarom geneigd het voor haar op te nemen. De wetenschap die Van Oostendorp voor ogen heeft bestaat bovendien niet meer aan de universiteit. Uiteindelijk heb ik daarom het makkelijkste praten. Als je niet doodgegooid wilt worden met beoordelingsprotocollen en verandersschema’s, dan ben je beter af zonder aanstelling. Dan kun je gewoon onderwijs geven en onderzoek doen omdat je er zin in hebt. Oh ja trouwens, omdat ik deze column in een weekend twee weken terug heb geschreven, zit ik als je dit leest op Cuba. Lekker na te denken zonder mail.

Lees meer over