Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Jérôme (cc, via Wikimedia Commons)
opinie

Le Plat Pays | Een tsunami van hollandisering

Ruben Claesen,
2 oktober 2016 - 10:16

We schrijven ergens in het jaar 2036. In het gesloten terugkeercentrum voor EU-onderdanen ondervraagt een inspecteur een pas binnengebrachte clandestiene student uit Nederland.

‘Meneer, volgens onze gegevens had u hier niet mogen zijn.’

 

De student blijft onbewogen. Zijn lot staat immers vast: terug naar Nederland.

 

‘U beseft dat uw aanwezigheid in Vlaanderen een buitensporige last op de schouders van onze verzorgingsstaat is?’

 

De student zwijgt.

 

‘U beseft dat niet, naar ik uit uw stilzwijgen mag opmaken?’

 

De student, eerst nog als een sfinks zo onbewogen vastgekluisterd aan zijn stoel, beweegt zijn romp een tikje naar voren. Met opgetrokken wenkbrauwen begint hij aan zijn deel van zijn verklaring. ‘Ik betwist uw beschuldiging, mevrouw.’

 

‘Ik heb de wet aan mijn kant, meneer. De feiten zijn zonneklaar. Laat ik u meenemen op uw pad naar illegaal verblijf hier in Vlaanderen, meneer. U hebt de Nederlandse nationaliteit, correct?’

 

Knik.

En wie had de buik vol van dat jong, beroepsuitstellend studiegrut met een Nederlands paspoort dat hier kwam om te studeren op hun kosten? Inderdaad, de Vlaamse belastingbetaler

‘U was op de hoogte van het Decreet ter bescherming van de Vlaamse Universitaire Ruimte, correct?’

 

Knik.

 

‘En toch bent u, ondanks uw kennis van het Decreet, ondergedoken in Vlaanderen om onderwijs te genieten aan een Vlaamse universiteit, onderwijs waarvan u wist dat het door de Vlaamse belastingbetaler bekostigd wordt?’

 

‘Ik beroep mij op het Europese vrije verkeer van personen.’

 

De inspecteur grimast. ‘Maar meneer, toe nou: we leven hier niet meer in 2016. Laten we serieus blijven. Ofwel krijgt u een beurs van het Erasmusprogramma – maar als ik zo uw studieresultaten bekijk, zal Pasen nog eerder op een maandag vallen – ofwel heeft u hier een vaste betrekking zodat u toetreedt tot de belastingbetalersklasse. Dan kan u in uw vrije tijd studeren. Uw dossier beantwoordt aan geen van beide criteria, dus alstublieft: waar, denkt u, heb ik de wet niet aan mijn zijde?’

 

‘Ik kon het studiegeld in Nederland niet betalen.’

 

‘U kon lenen.’

 

‘Mevrouw, de afbetalingstermijnen zijn in vijftien jaar tijd verdrievoudigd. Als ik me inschijf aan een Nederlandse universiteit, moet ik werken tot voorbij mijn dertigste om de studie af te betalen. Om nog maar te zwijgen van het risico op studiefaling.’

 

‘Ik zie dat uw ouders een eigen huis hebben. Ze hadden daar een hypotheek op kunnen nemen.’

 

‘Mevrouw, beseft u wat u zegt?’

 

‘Meneer, ik kijk enkel naar het dossier. U studeerde clandestien aan een Vlaamse universiteit. U bewist dat niet eens. Ik herhaal: welk aspect van mijn betoog is niet in overeenstemming met de wet?’

 

‘Ik ben een Europees burger, mevrouw!’

 

‘Inderdaad, meneer, u hebt een Nederlands paspoort. Net als al die andere clandestienen met een Nederlands paspoort die tijdens de jaren voor het Decreet naar Vlaanderen kwamen om te studeren, verslaafd aan onze lagere studiegelden. De hele aula, uitpuilend van mensen zoals u, meneer. Wie bekostigde dat? Inderdaad, de Vlaamse belastingbetaler. En wie had de buik vol van dat jong, beroepsuitstellend studiegrut met een Nederlands paspoort dat hier kwam om te studeren op hun kosten? Inderdaad, de Vlaamse belastingbetaler. Hier profiteren, het aulazitje afnemen van onze eigen zonen en dochters en vervolgens terugkeren naar Nederland om daar het diploma ten gelde te maken: zo rekbaar is dat vrije verkeer van personen van u niet, meneer. Het is de wil van het volk, de wil van de belastingbetaler die het parlement vertegenwoordigt en daarom het Decreet goedgekeurd heeft en ik, als administratief ambtenaar, heb me daar maar bij neer te leggen, meneer met het Nederlands paspoort. Heeft u nog iets toe te voegen?’

 

De student zwijgt.

 

‘Hier hebt u uw treinticket. Ik raad u aan om morgen op het vermelde uur ook die trein te nemen. Weigert u, dan zijn we genoodzaakt u onder politionele escorte naar Nederland te begeleiden die u zal moeten betalen.’

 

‘Tenzij ik naar de rechter trek en mijn gelijk krijg.’

 

‘U heeft uw rechten, meneer. Maar wij hebben de onze, en in dezen ben ik stellig: het gelijk is aan onze kant, want de wet staat aan onze kant.’

 

‘Wat als ik daarna terugkeer naar Vlaanderen?’

 

‘Wij kennen u nu. Wij vinden u wel. Een goeie terugreis, meneer. En sluit u de deur? Anders tocht het en daar wordt een mens ziek van.’

 

De student, bij het deurgat intussen, kijkt een laatste keer om.

 

‘Inderdaad, ik ben best trots op die metafoor.’

 

Ruben Claesen is de Vlaanderen-blogger van Folia. Hij schrijft over overeenkomsten en verschillen tussen hoger onderwijs en wetenschap in Nederland en Vlaanderen en wat we van elkaar kunnen leren.

Lees meer over