Foto: Marc Kolle
opinie

‘Een afgekeurd onderzoeksvoorstel is ook nuttig’

Henkjan Honing,
14 september 2016 - 09:25

Zeker, de opbrengst van het schrijven van onderzoeksvoorstellen kan een wetenschapper behoorlijk pessimistisch maken, vindt ook hoogleraar Henkjan Honing. Toch roept hij collega-onderzoekers op niet bij de pakken neer te zitten.

‘Schrijven van onderzoeksvoorstellen kost te veel tijd,’ kopte NRC Handelsblad afgelopen week naar aanleiding van het verschijnen van de resultaten van een enquête die het wetenschappelijk bureau van de SP deed onder 977 wetenschappers.

 

Een meerderheid blijkt zo’n twintig procent van de werktijd te besteden aan het schrijven van onderzoeksvoorstellen, met, zo wordt gemeld, weinig kans van slagen. Zonde van de tijd, lieten veel respondenten weten.


Jaargesprek met jezelf

Het is waar dat het toekenningspercentage van onderzoeksaanvragen bij nationale en Europese fondsen klein is. Erg klein. Het pleidooi voor meer investeringen in onafhankelijke wetenschap is daarom zonder meer relevant en belangrijk, zoals al langere tijd diverse wetenschappelijke organisaties de politiek proberen duidelijk te maken.

‘Je kunt geen wetenschappelijk onderzoek starten zonder een goed doordacht plan’

Maar dat het schrijven van een onderzoeksvoorstel zoiets is als het invullen van een belastingformulier – en dus weggegooide tijd – is natuurlijk klinkklare onzin. Je kunt geen wetenschappelijk onderzoek starten zonder een goed doordacht plan. Alle toevallige ontdekkingen en inzichten ten spijt.

 

Het schrijven van een onderzoeksvoorstel dwingt je vanuit meerdere perspectieven, en voor een wat langere tijd dan normaal, te kijken naar een onderwerp. Welke vragen zijn actueel en urgent? Wat wil ik weten, waarom is dat relevant en hoezo nu? Wat voegen eventuele uitkomsten toe aan het vakgebied en wat is het mogelijk belang voor anderen?

 

Een dergelijke pas op de plaats helpt niet alleen in het onderbouwen van een financieringsaanvraag, het is tevens een leidraad. Zie het als een belangrijk jaargesprek met jezelf.

 

Blijf plannen maken

Afgelopen week rondde ik m’n zoveelste onderzoeksvoorstel af. Een twintigtal pagina’s over een onderwerp waar ik, samen met een collega van een andere universiteit, een groot deel van de zomer mee heb lopen worstelen, maar tegelijkertijd ook met veel plezier aan heb (samen)gewerkt. Maar het moet gezegd: van die tientallen voorstellen haalde in het verleden slechts een derde de eindstreep. En de laatste drie misten hun doel volledig. Daar zou je pessimistisch van kunnen worden.

‘Blijf plannen maken, schrijf ze op, vertel er veelvuldig over en voer ze voor zover mogelijk gewoon uit’

Toch denk ik dat het schrijven van een voorstel de tijdsinvestering meer dan waard is. Levert het geen onderzoeksfinanciering op, dan wel een degelijke introductie voor een nieuw artikel of een interessant project voor een master- of promotiestudent. En, net zo belangrijk: betere, meer precieze verwoordingen van de onderliggende onderzoeksvragen die maar al te vaak impliciet blijven. Dat is niet alleen van belang voor de onderzoeker zelf. De teksten vinden ook hun weg naar websites en jaarverslagen, en geven richting aan onderwijs en onderzoek op het betreffende vakgebied.

 

Een niet toegekend voorstel kan ook onverwacht wervend werken. Vorig jaar viel een omvangrijk voorstel al in de eerste ronde buiten de boot. Ik had een slechte week. Maar de inhoudelijke ideeën en de samenwerkingsverbanden die ik daarin voorstelde bleken voor een deel van die collega’s zo intrigerend dat zij spontaan medewerking en onderzoeksfaciliteiten aanboden.

 

Mijn ongevraagd advies is daarom: blijf plannen maken, schrijf ze op, vertel er veelvuldig over en voer ze voor zover mogelijk gewoon uit, al is het maar in het klein.

 

Henkjan Honing is hoogleraar muziekcognitie aan de UvA.