Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Geert ten Dam
opinie

Overdenkingen op de fiets

Geert Ten Dam,
15 augustus 2016 - 15:38

Toen de redactie hoorde dat ik begin augustus naar Berlijn ging fietsen, werd ik prompt gevraagd om een column te schrijven onder het motto: ‘Hoe fiets ik de eerste paar UvA-maanden van me af?’ (en eerste HvA-maanden, Folia!).

Om meteen een misverstand uit de weg te ruimen: ik ben géén fietsfanaat. Ik doe in Amsterdam vrijwel alles met de fiets omdat het sneller is dan met de auto of het openbaar vervoer. Voor een fietsvakantie laat ik me bijna altijd verleiden, omdat je zo vanzelf in een rustig ritme terecht komt. Je maakt je ‘hoofd leeg’.

 

Als bestuursvoorzitter moet je zorgen dat je fit en voldoende uitgerust bent om met de hectiek om te gaan en de lange lijnen niet uit het oog te verliezen. Ik heb een aantal strenge leefregels, zoals aantal koppen koffie beperken, geen alcohol door de week, sociale media om 22.00 uit en elke nacht 7 uur slapen. Mijn wekelijkse poweryoga op het Entrepotdok houd ik in ere.

 

In mijn bestuurswerkzaamheden heb ik mij gehouden aan twee adviezen die ik ooit van iemand kreeg: ’Laat medewerkers niet naar jouw kamer komen, zoek ze op, loop door de gebouwen’ en ‘probeer zoveel mogelijk elke dag, ook bij avondbijeenkomsten, je jas thuis op te hangen, zodat je even loskomt van je werk (oftewel: zo weinig mogelijk werkdiners)’. Iedereen is snel gewend geraakt aan mijn routine. Zo worstelde ik mij op een maandagochtend door de krochten van het achterhuis van het Maagdenhuis, en werd ik lachend opgewacht met de mededeling: ‘Ik dacht wel dat het je moeite zou kosten om mij te vinden’.

Fietsen en trein zijn mijn standaardopties. Daardoor voorkom ik dat ik ongemerkt in ‘de Maagdenhuis-bubble’ terecht kom

De dienstauto is wel een ‘dingetje’. In het Maagdenhuis was men ervan overtuigd dat ik niet zonder zou kunnen. Het was toch veel efficiënter? En hoe kwam ik dan bij het AMC als het regende? Fietsen en trein zijn mijn standaardopties. Als het moet pak ik mijn eigen auto. Daardoor voorkom ik dat ik ongemerkt in ‘de Maagdenhuis-bubble’ terecht kom. De agenda wordt daar nu op afgestemd. Een oude gewoonte die ik ook aantref is ‘geïnstitutionaliseerd wantrouwen’. Brieven over en weer, e-mails met ongenoegen (vergezeld van veel cc’s), waar vaak een simpel telefoontje had volstaan.

 

Maar mijn eerste twee maanden heb ik toch vooral genoten van alle kennismakingsbezoeken aan de UvA- en HvA-faculteiten, en niet te vergeten, de diensten. We realiseren prachtig onderwijs en onderzoek. Een paar voorbeelden: de thesis van een New Media-student over social media in de Arabische landen; de academische werkplaats Polifysiek van HvA en AMC voor revalidatie van patiënten; de Google Glass-bril die ICT Services inzet bij autisme-onderzoek; de plantenkassen bij de bètafaculteit; de buurtwinkels waar rechtenstudenten van de HvA bewoners helpen met juridische problemen; de afdeling Facility Services die geen enkel contract afsluit met leveranciers zonder tegelijkertijd stageplaatsen voor studenten te bedingen. En ik wil niet onvermeld laten dat Karen Maex en ik in de Simodont Dental Trainer van Acta onze eerste tanden hebben geboord. Al fietsend bedenk ik me dat het al met al een mooie job is.