Foto: Sam Hames (cc, via Flickr)
actueel

Financiën hoger onderwijs krijgen pluim van Onderwijsinspectie

Dirk Wolthekker,
22 december 2015 - 17:05

De kritiek die de UvA het afgelopen jaar heeft gekregen op haar financiën vindt vooralsnog niet zijn weerslag in het onderzoek dat de Onderwijsinspectie heeft verricht naar de financiën van Nederlandse onderwijsinstellingen. Volgens de inspectie heeft het wetenschappelijk onderwijs ‘de afgelopen jaren een financieel stabiele ontwikkeling doorgemaakt’.

Dit staat in het rapport 'De financiële situatie in het onderwijs 2014', dat de Onderwijsinspectie afgelopen week naar buiten bracht. In het rapport wordt een algemeen beeld geschetst van de financiële situatie in het hele onderwijs. Het rapport is opgesteld per onderwijssector en niet per instelling en bestrijkt de jaren 2010-2014.

 

Specifieke gegevens over UvA en HvA ontbreken in het rapport, dat vooral algemene trends aangeeft. Opvallend is dat het, in elk geval op het eerste gezicht, financieel heel goed gaat met zowel het hbo als het wo. Uit het hoofdstuk ‘Balansen & Staten van Baten en Lasten’, blijkt dat de vermogenspositie van beide sectoren is versterkt

 

Stijgende vermogens en winsten

Om te beginnen het hbo (in totaal 33 instellingen); daar is het totale eigen vermogen in de onderzochte periode gestegen van 1,26 miljard euro naar 1,71 miljard euro, een stijging van 35,7 procent. De schulden (langlopend en kortlopend vreemd vermogen bij elkaar opgeteld) van de sector zijn gelijktijdig afgenomen van 2 miljard naar 1,8 miljard, een daling van 10 procent.

 

De zogenoemde ‘kengetallen’ waarmee de financiële soliditeit van een organisatie wordt doorgemeten – rentabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit – zijn volgens de inspectie dan ook goed.  Ook het netto resultaat (inkomsten min kosten) na belastingen is flink gegroeid: van 134 miljoen naar 159 miljoen.

 

Het wo (in totaal 18 instellingen) heeft het in financieel opzicht ook goed gedaan volgens de inspectie: een flinke groei van het eigen vermogen, namelijk van 2.95 miljard naar 3,38 miljard, een stijging van 14,6 procent. De schulden (langlopend en kortlopend vreemd vermogen) zijn echter ook gestegen, namelijk van 2,61 miljard naar 3,03 miljard, een stijging van 16,1 procent.

 

Opvallend is dat de groei van de schulden vooral zit in het langlopend vreemd vermogen (+31,4 procent). Langlopend vreemd vermogen wordt vooral gebruikt voor de financiering van langlopende projecten, bijvoorbeeld huisvesting.

 

Huisvesting

Ondanks de grote kritiek die er het afgelopen jaar is geweest op het huisvestingsbeleid van de universiteiten en op dat van de UvA in het bijzonder (er zou veel te veel geld gestoken worden in nieuwbouwprojecten), gaat het met de universitaire huisvesting in het algemeen juist goed, meent de inspectie.

 

Het vastgoed is in het hbo voor 33 procent, en in het wo voor 18 procent gefinancierd met langlopend vreemd vermogen. De rest is gefinancierd met eigen vermogen. De inspectie constateert dat de huisvesting, zowel in het hbo als het wo ‘solide is gefinancierd’.

 

Kamerbrief

In een begeleidende Kamerbrief concluderen de bewindslieden van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap – minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker – dat de financiële positie van de onderwijsinstellingen in de afgelopen jaren ‘flink is verbeterd’.

 

De bewindslieden: ‘Het doet ons deugd om te mogen concluderen dat de sectoren financieel gezond zijn. Tegelijkertijd beseffen we dat dit beeld op macroniveau niet per definitie een afspiegeling is van de financiële positie van alle individuele schoolbesturen. Niet elk bestuur is even goed in staat om zorg te dragen voor een prudente besteding van publieke middelen en het vermijden van financiële risico’s.’

 

‘Daarom houden wij de financiële positie van de schoolbesturen in alle onderwijssectoren nauwlettend in de gaten. We blijven samen met de inspectie werken aan het vergroten van het inzicht in financiële risico’s en het verder verbeteren van de financiële deskundigheid in het onderwijs.’

 

Zie hier voor een link naar het rapport van de Onderwijsinspectie en de begeleidende Kamerbrief.