Op 8 januari bestaat de UvA officieel 380 jaar. De UvA verjaart, zo gezegd. Het is een dag die jaarlijks wordt gevierd met veel universitaire pracht en praal. Maar eigenlijk is de UvA pas 135 jaar een échte universiteit. Vijf vragen over de dies natalis.

Dies natalis? Vertel.
Letterlijk  vertaald uit het Latijn betekent het ‘geboortedag’, verjaardag dus. De UvA viert dat altijd op 8 januari, want op die dag, in het jaar 1632, werd het Athenaeum Illustre geopend, gevestigd in de Agnietenkapel op de Oudezijds Voorburgwal. Dit athenaeum was weliswaar een instelling voor hoger onderwijs, maar examens afleggen, een graad behalen of promoveren kon niet. Hiervoor moest je tot 1877 altijd naar een van de universiteiten in het land, zoals Leiden, Utrecht of – tot 1811 - Harderwijk. Op 15 oktober 1877 werd het athenenaeum een echte universiteit met promotierecht. Als universiteit bestaat de UvA dit jaar dus eigenlijk niet 380 jaar, maar 135. Dit jaar valt 8 januari op een zondag. Er wordt daarom op 6 januari al gefeest.

Oud-studenten zeggen vaak dat ze ooit studeerden aan de GU. Hoezo?
GU staat voor Gemeente Universiteit. In de volksmond werd de UvA vroeger wel zo genoemd, maar de universiteit heeft nooit zo geheten. In weerwil van die mythe heeft de in 1877 geopende Universiteit van Amsterdam nooit anders geheten dan Universiteit van Amsterdam. Deze naam kreeg zij al in artikel 1 van de gemeentelijke verordening tot regeling van de universiteit: ‘Het Athenaeum Illustre wordt ingerigt tot eene Universiteit, die den naam draagt van “De Universiteit van Amsterdam”.’ Wel is het zo dat UvA tot 1961 op de begroting van de gemeente stond. In dat jaar nam het Rijk de financiering van de UvA voor 95 procent over en vanaf 1970 voor honderd procent.

Wat gebeurt er allemaal op zo’n universitaire verjaardag?
De dies is, samen met de opening van het academisch jaar, een belangrijke universitaire feestdag. Alles wordt dan ook uit de kast getrokken om dat feest luister bij te zetten: hoogleraren zijn in vol ornaat, de rector houdt een toespraak, er zijn vertegenwoordigers van andere universiteiten, alumni en een handjevol studenten. De prijs voor de beste docent van het jaar wordt uitgereikt evenals eredoctoraten. De universitaire ceremoniemeester, de pedel, heeft de organisatie van de dag in handen. Na afloop is er een feestje in het Maagdenhuis.

Eredoctoraten?
Jaarlijks tijdens de diesviering worden er één of meer eredoctoraten uitgereikt. Een eredoctoraat, officieel een ‘doctoratus honoris causa’ wordt uitgereikt aan personen die een uitzonderlijke wetenschappelijke prestatie hebben geleverd zonder dat daarover een verslag bestaat in de vorm van een proefschrift. Een eredoctor krijgt zo’n doctorstitel dan alsnog.
Sinds 1897 heeft de UvA meer dan tweehonderd eredoctoraten uitgereikt aan mensen als Maria Montessori, Henriëtte Roland Holst, koningin Wilhelmina en Joop den Uyl. In 1932 vierde de UvA haar 300-jarig bestaan waarbij maar liefst 39 eredoctoraten werden uitgereikt. Journalist Anton Constandse tekende toen in een pamflet protest aan tegen deze ‘inflatie’ van het eredoctoraat. Dit jaar worden eredoctoraten uitgereikt aan Peter Zoller, Willem Buiter, Martin van den Brink en Daniel Dennett.

Het klinkt als een feestje voor bobo’s.
Dat is het inderdaad, al wordt er wel geprobeerd studenten er ook bij te betrekken. Zo is de verkiezing van de Docent van het Jaar in handen van studenten. Een studentenjury bepaalt wie gewonnen heeft. Dit jaar bestaat de door studenten samengestelde shortlist uit David Rijser, Dorothee te Riele, Gabor Linthorst, Jook Walraven en Gerben Moerman.