actueel

Commissie financiën stelt concept-begroting op van meer dan half miljoen euro

4 december 2015 - 16:40

De commissie die onderzoek doet naar de financiën en de huisvesting van de UvA heeft deze week een werkbegroting aangeleverd bij het College van Bestuur van 568.000 euro. Dit is veel hoger dan het ‘redelijke bedrag’ dat het college eraan wil uitgeven. Collegelid Hans Amman laat desgevraagd per telefoon weten dat de redelijkheid bestaat uit hooguit twee ton. Hij vindt dat eigenlijk ook voldoende en spreekt nu van ‘een budgettair probleem’.

 

 

Hoe de begroting van de commissie op zo’n bedrag uit kan komen is niet direct duidelijk: in een bijeenkomst vanmorgen heeft de commissie laten weten pas later een begroting naar buiten te brengen, maar Amman bevestigt het bedrag van 568.000 euro. Wel is inmiddels duidelijk wat de vergoeding is die de commissie voor zichzelf heeft vastgesteld.

 

De commissie heeft de afgelopen maanden een reglement opgesteld. Artikel 9 daarvan gaat over de bezoldiging van de commissieleden. Daarin staat dat die ‘wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984’. Het maximum van deze schaal is trede 10 en bedraagt € 8.541,18 bruto per maand. De arbeidsduurfactor van de commissieleden bedraagt 0,2 fte. De voorzitter ontvangt een beloning gebaseerd op 0,3 fte. De commissieleden ontvangen ook een vergoeding voor gemaakte verblijfs- en reiskosten.

 

Communicatie

Amman zegt dat er een collegebesluit is genomen om elke commissie – er is ook nog een commissie democratisering en decentralisering – te voorzien ‘van een redelijk bedrag’. Dat is volgens hem ‘maximaal twee ton’ per commissie. Amman: ‘We hadden aanvankelijk een eigen boekhoudkundig onderzoek verricht naar wat die commissies zouden mogen kosten. Dat hebben we afgerond op een ton per commissie, maar omdat de situatie rond alle bezettingen lastig is geweest en we het belangrijk vinden dat die onderzoeken worden verricht, hebben we gezegd: laten we er twee ton per commissie van maken. Overigens kan ik niet garanderen dat dit goed is gecommuniceerd aan de commissies. Het kan zijn dat zij niet op de hoogte zijn van die twee ton.’

 

‘Wij bepalen zelf wat nodig is’

Commissievoorzitter Hendrik van Moorsel zei tijdens de presentatie vanmorgen niets de weten van een maximumbedrag voor het onderzoek. ‘Wij zijn een onafhankelijke commissie en bepalen zelf wat er nodig is,’ aldus Van Moorsel. Wel vindt hij het goed dat het CvB kritisch kijkt naar de begroting van de commissie. ‘Stel dat het CvB wél een maximum budget stelt, dan is het aan onze commissie om te bepalen of we de opdracht daarbinnen kunnen uitvoeren. Mijn verwachting is dat we hier goed uit gaan komen.’

 

Volgens Van Moorsel is de begroting niet alleen nog niet ingediend, maar ook nog niet opgesteld, 'al hebben we er natuurlijk wel al over nagedacht.' Hij wil de begroting woensdag indienen bij het CvB. Volstrekt willekeurig lijkt het bedrag niet te zijn. ‘Als je kijkt naar wat we vandaag hebben gepresenteerd, naar de inzet van capaciteit, dan is dat een mogelijke uitkomst.’ 

 

De commissie stelde wel alvast een overzicht ter beschikking van de werkinzet. Daarin wordt uitgegaan van een totale inzet van 556 dagen. De commissieleden zullen gemiddeld anderhalve dag per week werken en willen daarnaast nog 2,5 à 4 dagen per week onderzoekers van buiten de commissie inzetten ter ondersteuning. Van Moorsel stelt dat hij ‘door slim te onderhandelen en de markt te kennen’ het onderzoek kan uitvoeren voor 40 procent onder de marktprijs.

 

Tekst loopt door onder foto.

Foto: Steffi Weber
De benodigde inzet volgens de commissie.

 Verder werd er vanochtend vooral het plan van aanpak gepresenteerd. Althans, een ’95-procentversie’ daarvan: helemaal rond is het namelijk nog niet. De commissie buigt zich over vier deelonderzoeken: de financiële gezondheid van de UvA, de financieringswijze, het allocatiemodel en huisvesting. Verder zal er worden gekeken naar ‘significante financiële risico’s’ en eventuele ‘perverse prikkels’. Oftewel: leidt het beleid tot ongewenst gedrag?

 

‘Meer beelden dan feiten’

De commissie gaat nadrukkelijk géén onderzoek doen naar het handelen van de individuele bestuurders. Ook de HvA, het personeelsbeleid – bijvoorbeeld flex-contracten – en de werkdruk van docenten laten ze buiten beschouwing. ‘Tenzij het leidt tot financiële risico’s, natuurlijk,’ aldus Van Moorsel.

'Wie hooggespannen verwachtingen heeft over lijken die uit de kast komen, zal worden teleurgesteld'

Sinds eind september is de commissie bezig geweest met een vooronderzoek, dat tot nu toe 690 MB aan informatie heeft opgeleverd. De opvallendste uitkomst daarvan vindt Van Moorsel dat de meningen zo erg verschillen: iedereen heeft een ander idee van hoe het werkt. Waar de één vindt dat alles anders moet, denkt een ander juist dat er niet zoveel aan de hand is. Het is voor de commissie nog onduidelijk wat de opvatting is van de ‘zwijgende meerderheid’. Van Moorsel vindt wel dat de discussie ‘teveel wordt gevoerd vanuit beelden, eerder dan vanuit feiten. Voor een wetenschappelijke omgeving vind ik dat er opmerkelijk veel beelden circuleren.’ Hij ziet het als zijn missie om de feiten te leveren zodat er op basis daarvan een debat kan worden gevoerd.

 

Het onderzoek is vooral bedoeld om transparant te maken wat er in het verleden is gebeurd en mensen op de hoogte te brengen van de huidige positie. Er zal dan maandelijks dan ook een voortgangsbericht op de site komen te staan. Er is behoefte aan het onderzoek vanuit het niet weten, het niet kunnen duiden, het niet vertrouwen en het er niet mee eens zijn, aldus de commissie. ‘Die eerste twee kunnen we oplossen met het onderzoek, aan het vertrouwen kunnen we bijdragen door transparant te zijn. Alleen de ontevredenheid lossen we waarschijnlijk niet op, maar na het eindrapport komt er wel een debat waarin ook daar aan wordt gewerkt,’ zegt Van Moorsel. Er zullen bovendien verbetervoorstellen voor de toekomst komen.

 

Hooggespannen verwachtingen

Jaap Oosterwijk, voormalig lid van de facultaire studentenraad geesteswetenschappen en bemiddelaar tijdens de Maagdenhuisbezetting, is tevreden over het gepresenteerde plan van de commissie. ‘Maar wie hooggespannen verwachtingen heeft over allerlei lijken die uit de kast komen, zal worden teleurgesteld. De commissie gaat onderzoeken of de bestuurders deden wat ze zeiden dat ze zouden doen, maar de onvrede van de prostesten kwam eerder voort uit een normatief idee van wat de bestuurders zouden móeten doen.’ Oosterwijk noemt het onderzoek ‘nuttig en noodzakelijk. Maar de uitkomsten zijn het begín van het debat, niet de conclusie.’ Volgens het reglement van de commissie zal er uiterlijk 1 juni 2016 een eindrapport worden gepresenteerd.

 

Ook studentassessor Lianne Schmidt vindt het een helder plan. ‘Ongeacht de uitkomsten, is het waardevol dat het wordt onderzocht. Ik heb er alle vertrouwen in. Ik hoop alleen dat de rapportage ook voldoende inzichtelijk is voor de academische gemeenschap.’