Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Peter Geymayer (cc, via Flickr)
actueel

Vrouwen hebben kleinere kans op toekenning onderzoeksfinanciering

Dirk Wolthekker,
22 september 2015 - 10:12

Uit een wetenschappelijke analyse van drie Veni-subsidierondes van NWO blijkt dat vrouwelijke aanvragers door wetenschappelijke beoordelaars lager gewaardeerd worden dan mannen. Dit zou een rol kunnen spelen bij de nog steeds bestaande ondervertegenwoordiging van vrouwen in academische topposities. Aan de UvA lijkt het beeld redelijk gebalanceerd.

Dat concluderen psychologen Romy van der Lee (Universiteit Leiden) en Naomi Ellemers tot voor kort Universiteit Leiden, nu Universiteit Utrecht) in een onderzoek dat deze week wordt gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS. De onderzoekers voerden hun studie uit in opdracht van NWO in het kader van de evaluatie van de eigen procedures en het genderdiversiteitsbeleid van NWO. Doel was meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de verschillen in honoreringspercentages voor mannelijke en vrouwelijke aanvragers van onderzoeksfinanciering.

 

Van der Lee en Ellemers onderzochten de dossiers van alle mannelijke en vrouwelijke aanvragers over een periode van drie jaar: 2823 aanvragen in totaal. Deze aanvragen werden – onder regie van NWO – beoordeeld door wetenschappelijke commissies bestaande uit mannen en vrouwen. De resultaten tonen aan dat de honoreringspercentages voor vrouwelijke aanvragers (14,9 procent) systematisch lager zijn dan die voor mannelijke aanvragers (17,7 procent). Ellemers: ‘Als we het aandeel vrouwen onder de aanvragers vergelijken met het aandeel vrouwen onder de toekenningen, zien we een verlies van vier procent’. Volgens de onderzoeksters is dit niet uitsluitend een Nederlands fenomeen: de cijfers zijn vergelijkbaar met de uitkomsten van eerder onderzoek naar de Europese ERC Starting Grants over de periode 2007-2013.

‘Opvallend is dat de onderzoeksvoorstellen van vrouwen en mannen wel even positief beoordeeld worden. De beoordelaars zien dus geen kwaliteitsverschil in het werk dat mannen en vrouwen afleveren'

Gendered taalgebruik

De studie laat verder zien dat vrouwen minder positief beoordeeld worden op hun kwaliteiten als onderzoeker dan mannen. ‘Opvallend is dat de onderzoeksvoorstellen van vrouwen en mannen wel even positief beoordeeld worden. De beoordelaars zien dus geen kwaliteitsverschil in het werk dat mannen en vrouwen afleveren’, zegt Romy van der Lee. Als mogelijke oorzaak van de verschillende oordelen analyseerden de onderzoekers het taalgebruik in de instructies en formulieren die gebruikt worden om de kwaliteit van kandidaten te beoordelen. Hierin is volgens hen duidelijk sprake van ‘gendered taalgebruik’: de woorden waarmee kwaliteit moet worden aangegeven, zijn veelal woorden waarvan uit eerder onderzoek is gebleken dat zij met name verwijzen naar het mannelijke gender stereotype (zoals ‘uitdagend’ en ‘excellent’). Van der Lee: ‘Hierdoor lijkt het alsof mannen eerder aan de gestelde eisen voldoen, omdat de beoordelingscriteria beter passen bij de eigenschappen die volgens het stereotype vooral bij mannen voorkomen.’ NWO gaat naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek het genderbewustzijn van beoordelaars explicieter aandacht geven in haar werkwijze en procedures.

 

UvA

Aan de UvA lijkt de verdeling van Veni's over de seksen redelijk gebalanceerd; dit jaar werd zelfs aan meer vrouwen dan aan mannen een Veni toegekend, al moet daarbij de kanttekening worden gemaakt dat niet bekend is hoeveel UvA-mannen en -vrouwen in totaal een Veni aanvroegen. Het kan dus zijn dat veel meer vrouwen dan mannen een Veni aanvroegen.

 

Verdeling gehonoreerde Veni-subsidies aan de UvA 2013-2015:

            

  M V TOT  
2013 10 9 19  
2014 15 13 28  
2015 10 13 23