Op de Oudemanhuispoort kwam vanochtend Rethink UvA/FdR bij elkaar om opnieuw te praten over vernieuwing van de facultaire medezeggenschap en de bestuurscultuur aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Het in het Engels gevoerde debat, waaraan zo’n 150 medewerkers en studenten van de FdR deelnamen, ging vooral over de mogelijke invoering van een faculteitsraad: een faculteitsbrede medezeggenschapsraad waarin medewerkers en studenten samenwerken in één raad. In het huidige systeem is er een verschil tussen de studenten- en medewerkersraad, maar met de roep om democratisering wordt over de invoering van een gezamenlijke raad weer gediscussieerd. Het is een systeem dat aan sommige andere universiteiten – waaronder Leiden en Maastricht en Utrecht - ook in gebruik is. Op centraal niveau kan het dan ingebed worden in een uit medewerkers en studenten bestaande Universiteitsraad.

‘Not a top-down guy’
In de huidige organisatiestructuur van de FdR cirkelen ondernemingsraad en studentenraad om de decaan heen. Soms moet hen verplicht om advies worden gevraagd, bij andere zaken moet ook daadwerkelijk instemming plaatsvinden. ‘De faculteitsraad moet echt iets nieuws worden, met nieuwe en meer rechten, inclusief het budgetrecht en het initiatiefrecht,’ merkte een van de deelnemers vanochtend op. Met dit laatste recht zou de faculteitsraad  kwesties op de agenda van het faculteitsbestuur kunnen zetten, die het bestuur dan verplicht in behandeling zou moeten nemen. Decaan Du Perron zei schertsend dat hij ‘by nature not a top-down guy’ is.

Andere kwestie bij de mogelijke invoering van een faculteitsraad is de gescheiden benoemingstermijn van studenten en medewerkers: medewerkers worden tot nu toe voor drie jaar gekozen, studenten wisselen jaarlijks en zijn door de grote studiedruk meestal niet bereid langer in de medezeggenschap te participeren. 'Precies de reden waarom het niet perse goed werkt,’ zei een van de aanwezigen, die ervaring had met het systeem in Utrecht. ‘Omdat medewerkers langer in de raad zitten, hebben ze een kennisvoorsprong op studenten, die daardoor minder goed kunnen meebeslissen.’ Andere vraag was in hoeverre de belangen van studenten en medewerkers parallel lopen. ‘Is er niet vaak sprake van conflict of interest tussen medewerkers en studenten?’, vroeg een van de aanwezigen zich. ‘Helemaal niet,’ antwoordde een ander. ‘Veel belangen komen juist overeen. Kijk naar het onderwijs, iedereen heeft er belang bij dat dat goed is. Students and staff interact.’

Faculteitsstructuur
Met de invoering van een faculteitsraad – die dan vermoedelijk ook op andere faculteiten moet worden ingevoerd – gaat de facultaire bestuursstructuur flink op de schop. Hoe moeten bijvoorbeeld alle afdelingen, opleidingen en (programma)groepen ingebed worden in een nieuwe medezeggenschapsstructuur? ‘In ieder geval moeten ook kleine afdelingen en groepen zich goed vertegenwoordigd voelen,’ zei een van de aanwezigen. Daarnaast moeten er ook gekeken worden naar de opleidingscommissie en de examencommissie. Hoe gaan die zich verhouden tot een nieuwe faculteitsraad? Volgens Du Perron gaat het bovenal ‘om cultuur en niet om structuur’. Du Perron: ‘Ik ben vooral voorstander van een faculteitsraad omdat zo’n raad het gemeenschapsgevoel van de faculteit versterkt.’

Communicatie
Alle mogelijke veranderingen zouden op een uitgekiende manier moeten worden gecommuniceerd, want daaraan mankeert er nogal eens aan op de FdR, zei een van de deelnemers. ‘Transparantie en communicatie staat los van een eventuele invoering van een faculteitsraad,’ zei de voorzitter van de facultaire ondernemingsraad Dirk Korf. ‘Er moet een goede en transparante communicatiestrategie komen. Bij de lopende bezuinigingen op de faculteit worstelen we daar mee. We willen de mensen ook niet bestoken met een overload aan e-mails.'