Woede over het 'Profiel 2016' waarmee de Faculteit der Geesteswetenschappen op de schop gaat, is een van de aanleidingen voor de Bungehuisbezetting. Maar wat staat er eigenlijk in dat plan? In Folia Magazine deze week een dossier over de bedreigde talenstudies. Vier vragen over de kleine talen.

1. Wat is de UvA van plan met de kleine talenopleidingen?
In het voorgestelde Profiel 2016 – tweede versie – komt er één cluster international studies en regiostudies. De bestaande bacheloropleidingen Nederlands, Engels, Duits, Frans en Spaans blijven daarin behouden en worden aangevuld met een opleiding Russisch. Daarnaast worden ook de bachelor Europese studies en de nieuwe opleiding internationale studies erin ondergebracht. Binnen deze twee bachelors worden achttien majors aangeboden. Naast zes majors in de kerntalen als Frans of Duits, komen er vier in de Europese studies (bijvoorbeeld Europees recht of economie) en acht in de internationale studies. Die laatste zijn nieuw, en heten onder andere Midden-Oostenstudies, Middellandse Zeegebied-studies, Lage Landenstudies en Scandinavië-studies.

Zes talen verdwijnen daardoor als zelfstandige opleiding: Arabisch, Hebreeuws, Italiaans, Nieuwgrieks, Scandinavische talen en Slavische talen. Wel komen deze talen terug in de taalverwervingsminors. Daar zitten ook Turks, Portugees en Catalaans bij. Naast een major kiezen studenten ook voor zo’n minor. Straks ben je dus bijvoorbeeld een student internationale studies, die een major Midden Oostenstudies doet met een minor Arabisch. Een mond vol dus. Overigens blijven de gymnasiumtalen Grieks en Latijn als opleiding wel gehandhaafd.

Studentenaantallen voor kleine talenstudies aan de UvA. | Beeld: Victor van Werkhooven Studentenaantallen voor kleine talenstudies aan de UvA. | Beeld: Victor van Werkhooven2. Waarom kiest de UvA voor deze oplossing?
De UvA heeft om inspiratie op te doen goed naar andere universiteiten gekeken. Daar werden de afgelopen jaren al eerder zogenaamde regiostudies opgetuigd, waar in één opleiding meerdere talen samenkomen. Via een speciaal traject kun je dan alsnog één specifieke taal bestuderen. In die nieuwe organisatie kun je twee modellen onderscheiden. Allereerst zijn er universiteiten die hun talenopleidingen hebben opgeheven en daarvoor in de plaats één brede bachelor aanbieden, zoals bijvoorbeeld de Rijksuniversiteit Groningen. Maar er zijn ook universiteiten die hun talenopleidingen grotendeels behouden en daarnaast als extra een brede opleiding ontwikkelen waarbinnen een student zich op een taal of regio kan richten, zoals in Leiden.

De UvA kiest voor dat laatste, hoewel er een aantal heel kleine studies alsnog sneuvelen. In Leiden is het model overigens succesvol in het trekken van studenten. En succes betekent in dezen: geld. Hoe meer studenten, hoe hoger de subsidie in de eerste geldstroom. Leiden heeft bovendien ook een Academic Language Centre opgericht, waar iedereen talencursussen kan volgen in kleine talen als Dari, Perzisch, Swahili of Pasthu. Voor prijzen vanaf € 80 per uur per persoon; extra kassa dus.

3. Hoeveel taal blijft er in zo'n bulkstudie over?
Wat precies het verschil tussen het huidige en toekomstige traject gaat zijn, moet nog blijken. Maar we kunnen alvast wel naar de andere universiteiten kijken. Tijdens een UvA-bachelor Italiaans worden in de huidige situatie ten minste 96 punten volledig in het Italiaans aangeboden. In de overige ruimte volgen studenten 42 punten aan Nederlandstalige achtergrondvakken over de Italiaanse cultuur, de rest is keuzeruimte.

Ter vergelijking: een student Europese talen & culturen in Groningen die de variant ‘Italiaans’ kiest, krijgt in zijn bachelor nog maar 55 studiepunten in de Italiaanse taal. Beduidend minder dus. In Leiden loopt het volgens docent Arabisch Richard Kon nog niet zo’n vaart. ‘Als je het aantal studiepunten in het Arabisch vergelijkt, zal dat niet veel verschillen van de opleiding oude stijl.’ Al denkt hij wel dat studenten van de nieuwe opleiding Midden-Oostenstudies uiteindelijk minder regels Arabisch hebben gelezen en minder routine in de taal hebben. ‘Maar de uren die we geven hebben we wel geïntensiveerd. We organiseren gespreksgroepjes met native speakers. En studenten gaan nog steeds verplicht op uitwisseling. Ik zie nog steeds evenveel haarscherpe analyses over de taal voorbij komen.’

Tekst loopt verder onder dit beeld

Waar kun je in Nederland nog welke taal studeren? | Beeld: Victor van Werkhooven Waar kun je in Nederland nog welke taal studeren? | Beeld: Victor van Werkhooven

4. Wat betekent het voor het niveau van de afgestudeerden?
Het is nog te vroeg daarover iets algemeens te zeggen, denkt universitair hoofddocent Scandinavische talen & culturen Petra Broomans. Zij geeft les bij de Groningse opleiding Europese talen & culturen, waarin vier jaar geleden zeven talenstudies werden samengevoegd. ‘Vroeger kon je afgestudeerden echt Scandinaviëspecialist of Italiëkenner noemen. De nieuwe stijl weet van allerlei landen iets, en over een land van één onderdeel veel. Wellicht levert dit mensen op die bijvoorbeeld goed Duits spreken en veel over Duitsland en de EU weten, maar heel weinig over de Duitse taalkunde en literatuur.’

Die bredere blik vinden sommige studenten fijn, merkt Kon in Leiden. ‘Sommige vinden de regio interessant, maar hebben weinig met taal. Die kunnen zich hier dan toch in de expertise wentelen.’ Hij is gematigd positief over het nieuwe systeem in Leiden. ‘Wat voor uithangbord je eraan hangt is ook niet zo belangrijk. Ik noem mezelf nog steeds arabist. En als je kijkt naar welke vakken studenten verplicht moeten volgen: dat verschilt niet zoveel met voorheen. Ook al heeft de opleiding nu een andere naam.’

Lees deze week het volledige dossier over de kleine talen in Folia Magazine: