In de dagvaarding van de UvA tegen de Bungehuisbezetters, die in het bezit van Folia is, eist de universiteit dat allen die zich in het Bungehuis bevinden het pand verlaten. De UvA stelt namelijk dat het Bungehuis 'niet op een veilige en verantwoorde manier [kan, red.] worden gebruikt door medewerkers, onderzoekers en studenten van de UvA.'

Daardoor ondervindt de UvA grote moeilijkheden, zo stelt zij. Volgens de UvA kunnen de P&O-medewerkers geen personele mutaties doorvoeren noch salarissen op tijd uitbetalen, loopt het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Amsterdam grote financiële risico's doordat zij haar kantoren niet in kan en dreigen er verschillende onderzoeken door gaten in data niet meer bruikbaar te worden.

'Ook is, vanwege het ontbreken van controle op het in het Bungehuis aanwezige materiaal onbekend of er wellicht met onderzoeksdata (bewust of onbewust) wordt geknoeid, zodat de data daardoor mogelijk onbruikbaar worden. Tot slot geldt dat de onderzoeken die op subsidiebasis worden uitgevoerd direct gevaar lopen vanuit financieel oogpunt. Indien (de onderzoekers van) de UvA de verplichtingen niet kan (kunnen) nakomen, kan terugbetaling van subsidies aan de orde zijn,' zo luidt de argumentatie.

Bezemschoon
Op basis van dit al eist de UvA dat alle gedaagden één dag na het vonnis het pand verlaten, het pand bezemschoon opleveren en opdraaien voor de kosten van een eventuele ontruiming en het herstel van aangerichte schade. Daarnaast eist de UvA dat het vonnis tegen 'een ieder die nadien zonder toestemming verblijft in voornoemde onroerende zaak [het Bungehuis, red.] of daar binnentreedt, ten uitvoer kan worden gelegd, zulks op straffe van de verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,--, of een bedrag dat uw Voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, voor elke dag of deel daarvan dat de gedaagden niet aan deze veroordeling voldoen.'

Dat houdt in dat de UvA bij iedere bezetter die er de dag na een eventueel veroordelend vonnis nog zit, een ton mag innen. Of dat lukt, is natuurlijk een tweede.

De zitting van het kort geding is morgenmiddag om 15.30 uur.