Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
De UvA en de HvA scoren slecht als het gaat om de begeleiding van studenten met een functiebeperking. Dat blijkt uit het rapport Studeren met een Handicap 2014 van onderwijscentrum CHOI. Studenten met een functiebeperking zijn in toenemende mate ontevreden over de faciliteiten die hun geboden worden om te studeren.

Beide onderwijsinstellingen bungelen onder aan de ranglijst van hogescholen en universiteiten. Met een totaalscore van een 5,8 behoort de HvA tot de drie slechtst beoordeelde hogescholen op dit gebied. De UvA staat met hetzelfde cijfer zelfs helemaal onder aan de lijst van universiteiten. De VU doet het met een 5,9 net iets beter. Het landelijk gemiddelde voor hogescholen is een 6,3; voor universiteiten een 6,4.

Het rapport wordt gebaseerd op de oordelen van studenten met een functiebeperking over de wijze waarop zij worden opgevangen, begeleid en gefaciliteerd door hun opleiding. De doelgroep bestaat uit studenten met één of meer functiebeperkingen die een belemmering vormen bij het studeren. Daarbij valt te denken aan dyslexie, concentratieproblemen, vermoeidheid, ADHD, psychische problemen, migraine, autisme en chronische pijnklachten.

Het is niet de eerste keer dat UvA en HvA een slechte beoordeling krijgen bij de CHOI-toets. In 2013 en 2012 haalden de instellingen vergelijkbare cijfers.