Het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten (H.NU) bracht in kaart wie het langst in tijdelijke dienst is van een Nederlandse universiteit. AMC-medewerker André Linnenbank ‘won’ met 304 maanden tijdelijke dienstverbanden.

Volgens de Volkskrant, die vandaag over de ‘wedstrijd’ bericht, is het geval van fysicus Linnenbank (51 jaar) ‘een extreem geval’, maar lang niet het enige geval van universitaire medewerkers die van contract naar contract lopen, steeds voor enige maanden of jaren. In de krant zegt Linnenbank: ‘Al met al ben ik afgelopen jaren veelvuldig van werkgever veranderd, maar feitelijk nooit van werkplek of onderzoekslijn.’

Naast Linnenbank – inmiddels zit hij thuis en heeft hij zich als zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel – worden ook een 52-jarige informaticus en een 48-jarige ingenieur & filosoof in het artikel opgevoerd. Zij eindigden op de tweede en derde plaats met respectievelijk contracten van in totaal 303 respectievelijk 276 maanden.

Continuïteit
De voortschrijdende flexibilisering van de universitaire arbeidsmarkt baart veel betrokkenen al langere tijd zorgen. Zo zegt een bestuurslid van de vakbond voor wetenschappelijk personeel (Vawo) in het Volkskrant-artikel: ‘Voor goed onderzoek en goed onderwijs is continuïteit nodig. Dat gaat een stuk lastiger als iedereen maar een paar jaar blijft.’

De Vereniging Universiteiten (VSNU) reageert een stuk luchtiger. Een woordvoerder laat aan de krant weten: ‘Het huidige model is gericht op talentselectie. Onderzoek is veel competitiever dan vroeger. Wetenschappers strijden met elkaar om de pot met geld. Dat is uitdagend, maar betekent soms ook dat er onzekerheid is over een aanstelling of over het voortbestaan van een vakgroep.’  Zie hier voor het hele artikel in de Volkskrant.

UvA
Aan de UvA als geheel is de situatie niet veel beter dan blijkt uit het artikel in de Volkskrant. In een eind vorig jaar uitgebracht advies van de centrale ondernemingsraad, onder meer gebaseerd op een rapportage in Folia, blijkt onder meer dat van het totale aantal personeelsleden (zowel wetenschappelijk als ondersteund) 61 procent geen vast dienstverband heeft. Gerekend naar fte gaat het om 47 procent, beide percentages over het jaar 2012. Het percentage niet vaste dienstverbanden ligt bij het wetenschappelijk personeel bovendien veel hoger dan bij het ondersteunend personeel.

Zie hier voor voor de dienstverbandenrapportage van de centrale ondernemingsraad van de UvA (oktober 2013).