Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Oud-rector magnificus van de UvA Gerrit den Boef is afgelopen week overleden. Den Boef was in de periode 1976-1979 rector van de UvA, maar nam ‘met enig gevoel van opluchting’ afscheid van het rectoraat.

De emeritus hoogleraar analytische scheikunde Den Boef stond bekend als een bekwaam wetenschapper en bestuurder – hij was voor zijn rectoraat ook decaan van de toenmalige Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen – maar ook als iemand die zich in zijn rol als rector niet helemaal senang voelde omdat de (wettelijke) mogelijkheden tot goed universitair bestuur hem in zijn visie ontbraken. Hij hield het rectoraat na drie jaar dan ook voor gezien.

Bij zijn afscheid als rector op 8 januari 1979 zei hij de twistzieke universitaire cultuur onder de Wet Universitaire Bestuurhervorming uit 1970 wel zo’n beetje beu te zijn. Deze zogenoemde WUB regelde het medebestuur van studenten en medewerkers bij het besturen van universiteiten. In zijn rede – opgenomen in Folia Civitatis van 13 januari 1979 – zei hij dat deze wet had geleid ‘tot een bestuursstructuur vol onduidelijkheden, waarin vakgroep, faculteit, College van Bestuur en Universiteitsraad elkaar met de wet in de hand bestuursterritorium betwisten, zonder dat duidelijk wordt wie het bij het rechte eind heeft.’

Basketbal
In zijn jonge jaren als promovendus wis- en natuurkunde was Den Boef actief in de basketbalwereld: hij was prominent lid van de eerste Nederlandse basketbalvereniging AMVJ en werd later voorzitter van de Nederlandse Basketbal Bond (NBB). Die portretteert hem in een in memoriam deze week als een nuchter man. Bij zijn verkiezing tot voorzitter van de NBB eind jaren vijftig zou hij de gevleugelde woorden ‘en nu gaan we basketballen’ hebben uitgesproken.

Management
Den Boef was tamelijk kritisch ten aanzien van het benoemingenbeleid dat de Rijksoverheid toentertijd voerde ten aanzien van de rekrutering van universitaire bestuurders. Er werd daarbij volgens hem ‘te veel nadruk gelegd op deskundigheid in management en dan nog management meestal van instellingen, die met universiteiten weinig gemeen hebben.’ Terugkijkend op zijn rectoraat zei Den Boef: ‘Ik zou de ervaring niet gaarne hebben willen missen. Maar toch doe ik thans van het rectoraat met enig gevoel van opluchting afstand.’ Den Boef werd als rector magnificus opgevolgd door kunsthistoricus Joost Bruyn. Deze zou de functie van rector magnificus overigens maar twee jaar vervullen. Gerrit den Boef is 88 jaar geworden.