Medewerkers van de UvA willen dat er minder wordt gevlogen. Daarvoor moet het beleid echter wel veranderen. Cameron Brick deed onderzoek naar de vluchten die door de UvA’ers worden gemaakt. ‘Bewustzijn is onvoldoende.’
‘Ik probeer steeds minder naar conferenties te gaan,’ zegt UvA-psycholoog Cameron Brick. Hij deed onderzoek naar het vlieggedrag van medewerkers aan de UvA. Al jaren pakken wetenschappers, onderzoekers en medewerkers het vliegtuig voor dienstreizen. Denk bijvoorbeeld aan veldwerk, conferenties en gastlezingen. Er komt steeds meer bewustzijn over de klimaatimpact van vliegen. Maar de ‘vliegschaamte’ is niet voldoende om verandering teweeg te brengen, zegt Brick. ‘Het is niet genoeg om alleen bewuster te zijn. Er moet een omslag komen in wat we normaal en acceptabel vinden. Om de doelstellingen van de UvA te behalen is er betere regulering nodig.’
In 2021 werd er een nieuw duurzaam vliegbeleid geïntroduceerd, met het doel om de reisuitstoot (waar vliegen een groot onderdeel van is) in 2026 met minstens 25 procent te verminderen ten opzichte van 2019. Dit beleid richtte zich vooral op het verminderen van korteafstandsvluchten, door te benadrukken dat je beter met de trein kunt gaan. Voor bestemmingen die je in minder dan zes uur met de trein kunt bereiken, zou vliegen helemaal geen optie meer zijn.
Langeafstandsvluchten
Maar op het gebied van vliegen blijft de uitstoot alleen maar groeien, blijkt uit het onderzoek van Brick. Wat de exacte uitstoot nu is, blijft onduidelijk. Maar volgens het onderzoek van Brick ligt dit 30 procent hoger dan verwacht. En het blijft dus stijgen. In totaal is er volgens het onderzoek van Brick in 2024 ongeveer 31,3 miljoen kilometer gevlogen. Om te illustreren hoeveel dit is: dit zijn omgerekend 5.350 tripjes van Amsterdam naar New York. In 2023 ging het om grofweg 27,7 miljoen vliegkilometers. 4.735 tripjes naar New York dus. Deze cijfers zijn opgebouwd uit gegevens van het reisbureau waarmee de UvA samenwerkt, persoonlijke declaraties en een inschatting van de ‘minder betrouwbare’ gegevens.
De exacte aantallen zijn onbekend omdat niet alle declaraties volledig of betrouwbaar zijn. Dit heeft te maken met de manier van het indienen van declaraties, waarop nu niet altijd direct zichtbaar is of het om een vlucht gaat en wat de bestemming is. Het onderzoek van Brick is de eerste keer dat er wordt gekeken naar de reisdeclaraties. ‘We willen de boekings- en declaratiesystematiek herinrichten om beter inzicht te krijgen in de vliegbewegingen,’ meldt Richard Goldstein, vice voorzitter van het College van Bestuur (CvB). Zo kan er in de toekomst hopelijk beter inzicht komen in het daadwerkelijke vlieggedrag.
Wat vooral opvalt in het onderzoek van Brick is dat de uitstoot bijna helemaal kan worden toegeschreven aan langeafstandsvluchten. En daar gaat het in het huidige beleid dus mis, omdat dat vooral regels en richtlijnen biedt voor het beperken van de korteafstandsvluchten. Het onderzoek van Brick wijst daarnaast ook uit dat slechts tien procent van de medewerkers die voor werk vliegen verantwoordelijk is voor het grootste deel van de uitstoot (44 procent) en dat de meeste medewerkers helemaal niet vliegen.
Draagvlak
De behoefte voor een nieuw beleid komt vanuit de medewerkers zelf. Dit ‘draagvlak’ is ook aanwezig bij het Amsterdam UMC, zo blijkt uit een enquêteonderzoek dat daar werd uitgevoerd. 80 procent van de respondenten kunnen zich vinden in een strenger vliegbeleid. Ook bij het Amsterdam UMC wordt nog (te) veel gevlogen. Van de 168 respondenten pakt nog 72 procent voor dienstreizen het vliegtuig. En ook daar is een klein aantal werknemers verantwoordelijk voor de meeste uitstoot.
Keerzijde
Er is ook een keerzijde, want de ‘internationale wetenschap vereist soms fysieke ontmoeting’, aldus Goldstein. ‘Er wordt veel kennis opgehaald én gedeeld in gastcolleges, bij symposia, conferenties en andere netwerkbijeenkomsten.’ Volgens hem is het belangrijk om hier een balans in te vinden en meer duidelijkheid te creëren over wanneer een reis écht noodzakelijk is.
Of iets noodzakelijk is, blijft een inschatting van de reiziger en diens leidinggevende, legt Goldstein uit. Om daarbij te helpen komen er in het nieuwe reisbeleid kaders en werkt Brick aan een beslisboom. Brick: ‘We kunnen er wel over nadenken om jonge wetenschappers prioriteit te geven. Zij moeten hun carrière nog opbouwen.’
Aangescherpt reisbeleid
Maar hoe moet het nieuwe beleid er dan uit gaan zien? Er zou een maximale CO₂-uitstoot per medewerker moeten worden vastgesteld, reistijd in de trein moet ook als werktijd gelden en er moet een Sustainable Travel Fund komen dat het verschil in prijs tussen vlieg- en treinreizen kan bekostigen. Deze voorbeelden staan in het voorstel dat, gebaseerd op de resultaten van Brick, onlangs aan Goldstein en directeur financiën Peter Bosman werd gepresenteerd.
Het initiatief komt van onderaf, maar ook het CvB is ‘enthousiast’ over het onderzoek. ‘Wat mij betreft mag het beleid minder vrijblijvend: niet alleen de keus voor de meest duurzame optie, maar dat het de enige optie is,’ zegt Goldstein. Er gaat worden gewerkt aan een aangescherpt reisbeleid.
De meeste UvA-medewerkers kunnen zich dus vinden in nog meer aangescherpte vliegregels. Maar of ze de nieuwe regels ook zullen naleven, hangt volgens Brick af van de vraag of het beleid als ‘eerlijk’ wordt beschouwd, of medewerkers inspraak hebben gehad in de totstandkoming van de nieuwe regels en of er goede alternatieven zijn, zoals online deelname of reizen met de trein.