Negen vergaderzalen in de nieuwe UB – ooit het Binnengasthuis-ziekenhuis – zijn vernoemd naar baanbreeksters in de medische wetenschap. Het project moet deze ‘vergeten’ vrouwen uit de schaduw trekken.
Douwine Norel (1909-2000) was de eerste geregistreerde vrouwelijke chirurg in Nederland. Vanaf nu prijkt haar naam ook op het deurbordje van een van de nieuwe zalen in de Universiteitsbibliotheek.
Vrouwelijke pioniers in de wetenschap zijn historisch vaak onderbelicht gebleven: dat is het idee waarmee de UvA negen zalen in de UB vernoemde naar een vrouw. Dat die zalen nou juist verspreid liggen over de verdiepingen van Vleugel D, is geen toeval. In de tijd van het oude ziekenhuis woonden de verpleegsters hier. Zo slaat dit voormalige zusterhuis een brug tussen de zaalnamen en de geschiedenis van de zorg.
Anna Reynvaan (1844-1920)
Als adjunct-directrice bij het Buiten Gatshuis streed ze jarenlang – met succes – voor de professionalisering en modernisering van de verpleegkunde.
Catharine van Tussenbroek (1852-1925)
Van Tussenbroek was – na Aletta Jacobs – de tweede vrouwelijke arts in Nederland.
Charlotte Ruys (1898-1977)
De bacteriologe promoveerde in 1925 op de oorzaken van de pest.
Cornelia de Lange (1871-1950)
De Lange was de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland (gespecialiseerd in kindergeneeskunde),
Douwine Norel (1909–2000)
Norel was de eerste geregistreerde vrouwelijke chirurg in Nederland.
Heleen Brouwer-Robert (1887-1979)
Ze was het eerste vrouwelijke lid van de Vereniging voor Heelkunde.
Pietje Petronella Slaterus (1873-1945)
In 1902 trad zij als eerste vrouwelijke dokter in dienst bij het Binnen Gasthuis.
Rosalie Wijnberg (1887-1973)
Wijnberg was een van de eerste vrouwelijke chirurgen in Nederland.
Sophie Redmond (11907-1955)
Redmond was de eerste vrouwelijke arts van kleur in Suriname.
Vrouwelijke pioniers
Vleugel D bestaat uit kamers voor UvA-personeel en een aantal studieplekken. Hoewel de benoemde zalen in principe alleen door medewerkers worden gebruikt, krijgen toch ook sommige studenten er een van binnen te zien. In de Ruyszaal worden namelijk af en toe werkgroepen gegeven. Charlotte Ruys, naar wie de zaal is vernoemd, promoveerde in 1925 op de oorzaken van de pest.
Charlotte Ruys verdiende haar plek op de deurbordjes van de zalen – net als de andere acht vrouwen – niet willekeurig. Om een eerste selectie van kanshebbers te maken, werd grondig literatuuronderzoek gedaan. Die bestond uit: de eerste ‘damesstudenten’ geneeskunde, de eerste promovenda’s aan medische faculteiten, en de eerste afgestudeerde vrouwelijke artsen en chirurgen van Nederland. De negen opvallendste pioniers haalden uiteindelijk de lijst.
Expositie
De zaalnamen fungeren niet alleen als eerbetoon, maar maken ook deel uit van een kunstproject van de UvA. Zo zijn de muren in de negen vergaderzalen bekleed met foto’s van de ‘vergeten’ vrouwen en hun werk. Daaromheen staan citaten uit hun onderzoeken of korte toelichtingen over wie ze waren.
Om de werkelijke expositie te zien, moet je op de begane grond van Vleugel D zijn. Op de linkerwand prijken alle negen namen van de pioniers. Een passage eronder vat samen waarom ze zijn gekozen: ‘Zij maakten niet alleen de weg vrij voor volgende generaties vrouwen in medische studies en beroepen, maar maakten zich ook hard voor de rechten en positie van de vrouw in het algemeen.’
Het is uniek dat de zalen in het voormalige zusterhuis vernoemd zijn naar personen. In het overige deel van de UB kregen alleen onderwijszalen namen, waaronder de P.C. Hooftzaal en Spinozazaal. De elfhonderd studieplekken die de UB telt, moeten het – uit praktische overwegingen – doen met alleen een nummer.
De collages in de zalen – samengesteld door Tariq Heijboer (beeld) en Jilke Golbach (tekst) – bestaan uit foto’s, citaten en materiaal uit de UB-collectie.