Minister Eppo Bruins van OCW wil een einde maken aan de publieke bekostiging van universitaire sport- en cultuuractiviteiten, zoals Crea en het Universitair Sportcentrum (USC). Dat zorgt namelijk voor oneerlijke concurrentie, vindt de minister. De UvA noemt het ‘doorgeslagen bureaucratie’ en blijft Crea en het USC steunen.
Crea en het Universitair Sportcentrum moeten in de toekomst hun eigen broek gaan ophouden. Dat is ten minste de wens van minister Bruins van OCW, die cultuur en sport beschouwt als ‘private activiteiten’, die daarom niet langer betaald zouden moeten worden met publiek geld.
Dat gebeurt nu wel. De UvA ontvangt jaarlijks een Rijkssubsidie vanuit het ministerie, ook wel de lumpsum genoemd, en verdeelt dat geld dan weer intern. Crea en het Universitair Sportcentrum (USC) krijgen daarvan ook een deel. Daardoor kunnen zij voor relatief lage prijs activiteiten aanbieden.
Dat is oneerlijk, vindt de minister: het verstoort de markt. Immers: algemene sportcentra of culturele instellingen krijgen die financiële steun niet altijd en moeten dus hogere prijzen rekenen. In de brief die hij naar de onderwijsbesturen heeft gestuurd worden horeca- en sportvoorzieningen genoemd als private activiteiten, net als mogelijk universiteitsmusea.
Surrealistisch
De kantines op de UvA zullen er in elk geval geen last van hebben. Zij hebben honderd procent een commercieel contract en zijn dus niet afhankelijk van de UvA. Dat ligt anders bij Crea en het USC, die naast de UvA ook gesubsidieerd worden door de HvA. Wordt dat stopgezet, dan zal Crea de prijzen moeten verhogen. Een ‘surrealistisch ervaring’ noemt Crea-directeur Dennis van Galen dat. ‘Want dat nu vanuit de politiek voorgesorteerd lijkt te worden op een landschap in het hoger onderwijs waar cultuur nu ontoegankelijk (want duur) wordt gemaakt voor studenten is onbegrijpelijk.’
In de brief worden Studium Generalia, plekken die academische kennis toegankelijk maken voor een groot publiek, uitgezonderd van de nieuwe regel. Volgens Van Galen vervult Crea juist precies die rol op de UvA met de aangeboden cursussen, lezingen en debatten. ‘In artikel 1.3 lid 5 van de Wet op het hoger onderwijs staat juist dat instellingen zoals de UvA niet alleen kennis moeten overdragen, maar ook de persoonlijke ontplooiing en het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef van studenten moeten bevorderen,’ aldus Van Galen. ‘Crea vult deze opdracht op dagelijkse basis concreet in.’
Het USC zal net zo goed geraakt worden door het besluit. De vraag is alleen hoe hard. ‘De minister spreekt van kostendekkend,’ zegt USC-directeur Marco Hoekstra. ‘Dat betekent dat er geen euro vanuit de universiteit of hogeschool mag komen en dat wij als USC alle kosten zelf moeten dragen. We hebben 22.000 leden: 12.000 studenten en 1500 medewerkers. Studenten betalen nu 19 euro per maand, medewerkers 33 euro. Om kostendekkend te zijn hebben we het straks over bedragen van meer dan 50 euro in de maand. Dat gaan studenten niet betalen.’
De woordvoerders van OCW hebben het daarentegen over ‘marktconform’, zegt Hoekstra. ‘En dat zijn wij al redelijk: een maandabonnement kost bij ons 19 euro. Bij Basicfit is dat zo’n 25 euro. Dus als we moeten verhogen, zou dat kunnen: de organisatie zal nog steeds standhouden.’ Hoekstra trekt op met de andere USC’s in het land, die gezamenlijk worden bijgestaan door Universiteiten van Nederland.
Profijt voor hele sportmarkt
Hoekstra vindt de interpratie dat USC’s de markt verstoren met lagere tarieven, niet kloppend. ‘In veel gevallen gaat het om studenten die anders nooit waren begonnen aan sport. Een student is gemiddeld nog geen twee jaar lid bij een USC, daarna studeert hij/zij af en waaiert uit naar andere commerciële sportaanbieders of burgerverenigingen. De gewoonte om te sporten wordt gelegd bij de USC's, daar profiteert de hele sportmarkt van.’
CvB-lid Jan Lintsen zegt dat de UvA zal blijven proberen het ministerie op andere gedachten te brengen. ‘Het is doorgeslagen bureaucratie, nergens voor nodig, dit is geen bezuiniging voor het ministerie of iets dergelijks. Het is een verkeerd soort marktdenken, met hele nadelige effecten: juist studentensport en cultuur dragen bij aan ontwikkeling en welzijn van studenten. Dat moet je behouden, universiteiten willen dat blijven doen.’ En dus wil de UvA Crea en USC gewoon financieel blijven steunen. ‘Ook in tijden van bezuiniging willen wij bijdragen aan toegankelijke sport en cultuur voor studenten. Het ministerie zou dat moeten toejuichen in plaats van dwarsbomen.’
Het Allard Pierson, dat formeel ook door de UvA wordt gesubsidieerd wordt, zou ook kunnen vallen onder de nieuwe beleidsregel van OCW. Maar dat hangt ervan af: ‘kennisoverdracht ten behoeve van de maatschappij’ kan zowel onder een publieke als private activiteit vallen. En dat maakt weer verschil tussen het wel of niet krijgen van Rijkssubsidie. Het Allard Pierson was zelf niet bereikbaar voor commentaar.