Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Marc Kolle
actueel

‘Shell is een verschrikkelijk bedrijf’ lijkt sentiment in gesprek over samenwerking fossiele industrie

Sija van den Beukel,
30 maart 2023 - 12:06

De UvA moet de banden met Shell verbreken. Daar leek de krappe meerderheid van de sprekers het over eens te zijn, in de eerste dialoog die de UvA woensdagochtend online organiseerde vanuit de Amsterdam Business School. ‘Onderzoekers die samenwerken mét de fossiele industrie publiceren vaker positieve resultaten óver de fossiele industrie.’

We moeten zo snel mogelijk naar een duurzamere wereld zien te komen, was de gemene deler van het eerste UvA-brede online debat over samenwerkingen met derden. Hoe, daar verschilden de sprekers die aan het woord kwamen nog over van mening.

 

Van de tweehonderd deelnemers die zich hadden aangemeld, waren er uiteindelijk honderdtwintig aanwezig op de woensdagochtend, midden in de tentamenweek. Onder de deelnemers waren studenten, promovendi, decanen, hoogleraren, klimaatactivisten, medewerkers en het College van Bestuur (CvB). Alle faculteiten waren vertegenwoordigd.

 

Het Science Park – waar de meeste samenwerkingen met de fossiele industrie lopen – was in verhouding zelfs oververtegenwoordigd, de faculteiten tandheelkunde, geneeskunde, geesteswetenschappen en economie en bedrijfskunde wat ondervertegenwoordigd.

 

Wetenschappelijk coördinator Arno Kourula gaf het woord aan tien, hoofdzakelijk mannelijke sprekers om hun perspectieven over samenwerkingen met derden in vijf minuten toe te lichten. Het doel: zoveel mogelijk perspectieven op tafel krijgen voor een discussie die in de komende maanden gevoerd zal worden.

‘Hoeveel wetenschappelijke ontdekkingen moeten er nog worden gedaan om al het bloed dat Shell heeft vergoten weg te wassen?’

‘Er bestaan nauwelijks bedrijven die generiek “slecht” zijn,’ opent John Grin, hoogleraar Public Policy and Governance het debat. ‘Een oordeel over samenwerking is afhankelijk van de context, in dit geval de energietransitie en klimaatverandering. De vraag die we ons nu moeten stellen is: kan samenwerking met de fossiele industrie bijdragen aan de energietransitie en brede welvaart?’

 

‘Nee’, is het duidelijke antwoord van een spreker B. die wegens veiligheidsredenen anoniem wil blijven. Hij spreekt namens de actiegroep UvA Rebellion, die in januari een pand van de UvA bezette en opriep de banden met Shell te verbreken. B. noemt de enorme olievervuiling van Shell in Ogoniland in Nigeria waar uiteindelijk negen Nigeriaanse activisten om het leven kwamen door militaire escalaties. ‘Hoeveel wetenschappelijke ontdekkingen moeten er nog worden gedaan om al het bloed weg te wassen?’, vraagt hij. ‘We moeten de samenwerkingen met Shell en de fossiele industrie stoppen.’

 

Leidersrol

Er zijn meer onderzoekers die Shell als bedrijf niet vertrouwen. ‘Minder dan 3 procent van Shells investeringen gaat naar duurzame energie,’ zegt onderzoeker psychologie Disa Sauter. ‘Maar ook onszelf kunnen we niet vertrouwen,’ zegt ze. ‘Onderzoekers die samenwerken mét de fossiele industrie publiceren vaker positieve resultaten óver de fossiele industrie.’

 

‘Shell heeft de sociale licentie van een samenwerking met de universiteit nodig voor greenwashing’, zegt student Renad Mangoud, die namens de centrale studentenraad (CSR) spreekt. ‘Bovendien heeft de fossiele industrie geen enkele ambitie om de energietransitie te versnellen.’

 

Pik niet één bedrijf eruit

Kritiek op de fossiele industrie is gerechtvaardigd, zegt hoogleraar Sustainable Energy Technology Bob van der Zwaan en wetenschapper bij TNO. ‘Maar één sector eruit pikken doet geen recht aan de schaal van het probleem. Klimaatverandering is een systemische uitdaging, waarin alle onderdelen van de maatschappij en wijzelf als individuen een rol spelen.’

‘Fundamenteel gezien verplicht het internationaal recht bedrijven om te streven naar zo min mogelijk emissies’

‘Er zijn al veel emotionele argumenten voorbijgekomen’, concludeert een van de laatste sprekers, hoogleraar katalyse Joost Reek die samenwerkt met Shell voor de productie van waterstof en de omzetting van CO₂ zijn perspectief eerder in Folia toelichtte.

 

‘Die emotie voel ik ook. Maar we moeten ook kijken naar de technische kant. Onze hele samenleving is gebaseerd op olie, voor brandstof maar ook voor medicijnen, materialen en kunststoffen. We hebben investeringen en kennis in opschalen nodig voor de energie en chemie transitie en dat kan alleen met grote bedrijven zoals Shell, de kennisinstellingen en de politiek samen. Als we niet samenwerken en op ons eiland blijven dan gaat deze transitie tientallen jaren langer duren. Dat kunnen we ons niet veroorloven.’

 

Academische vrijheid

Waar het in deze kwestie ook om gaat is de academische vrijheid, is het slotbetoog van rechtendecaan André Nollkaemper. De academische vrijheid van de UvA kan beperkt worden wanneer ‘partners zich schuldig maken aan ernstige schendingen van fundamentele normen van het internationale recht’. Dat is bijvoorbeeld gebeurd om samenwerkingen met bedrijven die de apartheid in Zuid-Afrika steunde te verbieden. ‘De fossiele industrie past niet helemaal in deze categorie (het Akkoord van Parijs verbiedt fossiele industrie niet), maar fundamenteel gezien verplicht het internationaal recht bedrijven om te streven naar zo min mogelijk emissies. En dus acht ik het relevant voor het beoordelen van deze samenwerkingen.’

 

In breakoutrooms gaan de deelnemers vervolgens in gesprek om tot een probleemstelling over samenwerkingen met de fossiele industrie te komen. ‘Ik ging de discussie in met het idee dat samenwerking met Shell onder voorwaarden mogelijk was’, zegt een PhD-kandidaat biologie. ‘Maar inmiddels raak ik steeds meer overtuigd dat het onze morele plicht is om de samenwerking te stoppen, als een signaal aan de samenleving.’ Twee studenten in de breakoutroom waren al van mening dat het tijd was de banden met Shell te verbreken.

 

‘Dat Shell een vreselijk bedrijf is, zijn we het hier allemaal over eens,’ vat de beleidsadviseur van de UvA die betrokken is bij de organisatie van de dialoog het gesprek samen. ‘Maar dat geldt ook voor bedrijven als Google en Huawei. Waar trekken we de grens? Zou dat een probleemstelling kunnen zijn?’ Beter is: ‘hoe’ trekken we de grens, herformuleren de studenten de vraag. En wat zijn de alternatieven als we niet samen willen werken met de fossiele industrie?

 

Het doel van eerste dialoog was nadrukkelijk niet om tot een referendum van voor of tegen samenwerkingen te komen, licht wetenschappelijk coördinator Kourula toe. ‘We willen vooral de complexheid van het onderwerp laten zien.’ Mensen die zich niet gehoord voelen in de perspectieven die tot zo ver aan bod zijn gekomen worden, kunnen die nog delen in komende discussies, of (anoniem) een bericht sturen naar de organisatie samenwerkingen met derden

 

Die discussie zal de komende maanden fysiek op verschillende faculteiten verder gevoerd worden. In de zomer, uiterlijk september, zal het College van Bestuur een besluit nemen over de samenwerkingen met de fossiele industrie.