Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Weber (Deutsches Bundesarchiv)
actueel

20 jaar holocaust- en genocidestudies aan de UvA: ‘Zo goed gaat het echt niet’

Dirk Wolthekker,
7 april 2021 - 13:22

Deze week bestaat de opleiding holocaust- en genocidestudies twintig jaar. Komende vrijdag vindt er in De Balie een symposium plaats. Hoogleraar Uğur Ümit Üngör over nut, noodzaak en toekomst van de opleiding.

Hoe belangrijk is het dat er een dergelijke leerstoel bestaat?

‘De leerstoel is rechtstreeks gelieerd aan het NIOD, dat van oorsprong eigenlijk vooral de Holocaust bestudeerde. Door dat te verbinden met onderzoek naar volkerenmoord hebben we het vakgebied verder kunnen brengen. Mijn collega’s Laurien Vastenhout, Thijs Bouwknegt en ik hebben alle drie de opleiding gevolgd. Daardoor hebben we een (master)opleiding vorm kunnen geven en uit kunnen bouwen met een vergelijkende benadering en aanpak van de twee begrippen. Daardoor kunnen we zowel over de Holocaust als over genocide veel leren.’

Foto: Niod
Uğur Ümit Üngör

De Holocaust was wel een genocide, maar andersom geldt dit niet per se. Wat is precies de relatie tussen die twee?

‘Binnen ons onderzoeksgebied kijken we vooral naar de criteria op basis waarvan we genocides, inclusief de Holocaust, met elkaar kunnen vergelijken. De begrippen “extreme ideologie” en “extreme macht” spelen daarbij een belangrijke rol. Zonder die twee kernbegrippen kun je niet spreken van een risico op genocide.’

 

Is de Holocaust niet een unieke genocide?

‘Alle gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis zijn uniek. In die zin was de Holocaust dat ook. We moeten niet denken in competities tussen genocides. Die zijn allemaal verschrikkelijk en onderdeel van de wereldgeschiedenis. Naast de Holocaust bestaan er genocides die ook uniek zijn in termen van aantal doden, wreedheid en collectieve haat. De dictaturen in Rusland en China onder Stalin en Mao, de moordpartijen in Cambodja en voormalig Joegoslavië. Allemaal genocides voortkomend uit extreme macht in combinatie met extreme ideologie.’

‘Laten we wel zijn: zo goed gaat het niet met de wereld’

Naast genocidestudies bestaat er ook nog zoiets als oorlogsstudies, maar die twee ‘praten niet meer met elkaar’, zei u in een ander interview. Wat bedoelt u daarmee?

‘In het onderzoeksgebied van oorlogsstudies wordt onderzoek gedaan naar veldslagen, wapenarsenalen en de inzet van legers. Onderzoek daarnaar hangt heel erg samen met het onderzoek naar genocides. Maar er wordt te veel gedaan alsof dat niet zo is. Dat is wat ik bedoel met “niet praten”. Dat zou dus wel moeten.’

 

Het onderzoeksgebied moet breder?

‘We willen met dit symposium in elk geval verkennen wat de mogelijkheden zijn om verschillende onderzoeksterreinen te verbreden en meer met elkaar te verbinden. Die breedte is er enerzijds al wel, maar individuele onderzoekers zijn vaak overgespecialiseerd, waardoor de breedte en multidisciplinariteit onvoldoende uit de verf komt. Sociologen, politicologen, antropologen, zij kunnen en moeten nadrukkelijk ook een bijdrage kunnen leveren aan ons onderzoek.’

‘Wij lopen echt achter en beseffen ons volstrekt onvoldoende wat voor koloniale misdaden er zijn gepleegd’

Hoe?

‘Problemen rond duurzaamheid en klimaat, de strijd om land en om water. Dat zijn nadrukkelijk problemen die ook aan ons onderzoeksgebied raken. Laten we wel zijn: zo goed gaat het niet met de wereld. Kijk naar de huidige discussie rond de vervolging van de Oeigoeren in China. Als je zo kijkt wordt ons onderzoek eigenlijk steeds belangrijker, te meer daar de getuigen van de Holocaust in de naaste toekomst zullen overlijden.

Zelf heb ik een Koerdische achtergrond, maar ik ben opgegroeid in Enschede. Daar leeft een grote Assyrische gemeenschap, waar ik mee ben opgegroeid. De verhalen die je dan oppikt zijn heel goed bruikbaar in ons onderzoek. De mondialisering van problemen dwingt ons over alle genocides na te denken.’

 

Volgende maand is het weer 4 mei, de dag waarop Nederland de doden herdenkt. Hoe kijkt u daar tegen aan?

‘Het is heel erg normerend dat een samenleving genocides herdenkt die men zelf heeft meegemaakt. We moeten ook nadenken over onze eigen rol in genocides en daar onszelf ook nadrukkelijk een rol in moeten geven als daders, bijvoorbeeld als we kijken naar de koloniale moorden die na 1945 zijn gepleegd in Indonesië. Ik denk dat we echt naar een veel inclusievere vorm van herdenken toe moeten, waarin we ook naar onszelf kijken en bovendien ook herdenken wat de Armeniërs of Bosniërs is aangedaan in de landen waar zij vandaan komen.’

 

Doen andere voormalige koloniale mogendheden het beter?

‘Wij lopen echt achter en beseffen ons volstrekt onvoldoende wat voor koloniale misdaden er zijn gepleegd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Frankrijk. Daar is veel meer discussie over het koloniale verleden dan hier. Het maakt daar deel uit van het collectieve geheugen, het wordt geproblematiseerd, op scholen wordt erover gepraat. Dat gebeurt hier echt te weinig. We hebben nog een lange weg te gaan, al zijn we nu goed op weg met het grootschalige onderzoek dat een aantal organisaties, waaronder ook het NIOD, verrichtten naar het gebruik van extreem geweld tijdens de dekolonisatieoorlog tegen Indonesië.’

 

Kijk hier voor meer informatie over het symposium in De Balie.