Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Onbekend (Anefo)
actueel

Biografie voor Ivo Samkalden, UvA’s laatste ‘president-curator’

Dirk Wolthekker,
6 november 2019 - 14:56

Alles moest anders, beter en vooral democratischer toen Ivo Samkalden (PvdA) in 1967 burgemeester van Amsterdam werd nadat Gijs van Hall de laan was uitgestuurd. Voor de UvA gaat hij de geschiedenis in als de laatste ‘president-curator’ en als de burgemeester die een einde maakte aan de iconische Maagdenhuisbezetting van mei 1969.

Acht zilveren erepenningen zijn er ooit uitgereikt aan de UvA, een onderscheiding die werd verleend aan een persoon die voor de universiteit ‘bijzondere verdiensten’ had verricht op het gebied van de wetenschapsbeoefening of op het gebied van het universitair bestuur. De eerste zilveren erepenning ging in 1967 naar vertrekkend burgemeester en president-curator van de UvA Gijs van Hall, die de penning kreeg uit handen van zijn opvolger, burgemeester Ivo Samkalden. Samkalden had de penning speciaal voor zijn voorganger laten ontwerpen door grafisch kunstenaar en beeldhouwer Joost Baljeu.

 

Het uitreiken van de eerste zilveren erepenning, die in 2003 voor het laatst werd uitgereikt, was de eerste UvA-daad van Samkalden, die naast de nieuwe burgemeester ook de nieuwe (en laatste) president-curator van de UvA was, tot 1970 een belangrijke nevenfunctie van de burgemeester van Amsterdam.

Samkalden had niet alleen management- kwaliteiten, maar ook Haagse rugdekking, en af en toe een beetje mazzel

Indië

Lang hebben we niets meer over en van de Amsterdamse burgemeester Ivo Samkalden (1912-1995) vernomen, maar nu is er dan de biografie Ivo Samkalden. Een rechtlijnig democraat, geschreven door UvA-emeritus-hoogleraar economisch ordeningsrecht Martijn van Empel. Een kloek boek over het burgemeesterschap (en veel meer) van deze indoloogIndologie is de de wetenschappelijke studie van de vroegere kolonie Nederlands-Indië en het huidig Indonesië. Het was een Leidse studie die opleidde tot bestuursambtenaar in de koloniën. van Leidse komaf, grootvader van kleinkunstenaar Daniël Samkalden. Hij vervulde het burgemeesterschap tussen 1967 en 1977 en was daarnaast ook toezichthouder van de UvA, namelijk president-curator, een soort voorzitter van de Raad van Toezicht, maar dan eentje in gemeentelijke dienst. Via de president-curator was er een directe lijn tussen de UvA en het gemeentebestuur, dat tot in de jaren zestig de baas was over de UvA en om die reden in de volksmond vaak ‘gemeente-universiteit’ werd genoemd.

 

De biografie is voor het grootste gedeelte gewijd aan Samkaldens Indische en Haagse jaren. Niet helemaal vreemd, want het grootste deel van zijn leven bracht hij door als bestuursambtenaar in toenmalig Nederlands-Indië en, na de oorlog, als politicus in Den Haag. Als minister van Justitie las hij nota bene zijn voorganger Gijs van Hall geregeld de les las als deze in de ogen van Samkalden weer eens een  juridische blunder had begaan, rond het optreden van de politie of Provo. Anders dan Van Hall beschikte Samkalden niet alleen over managementkwaliteiten, maar ook over Haagse en partijpolitieke rugdekking en had hij af en toe een beetje mazzel. Zo hief Provo zichzelf een paar maanden voor het aantreden van Samkalden op en verkocht haar archief voor 13.010 gulden aan de UB. Dat was alvast weer een last minder voor de nieuwe burgemeester.

 

Dubbele pet

‘Het ging echter niet altijd goed,’ schrijft Van Empel. En inderdaad: als president-curator van de UvA kreeg Samkalden in mei 1969 te maken met de (achteraf) iconische Maagdenhuisbezetting, een eigenaardig bestuursakkefietje waarbij hij een dubbelrol speelde als toezichthouder van de universiteit én als burgervader belast met het handhaven van de openbare orde. Het duurde even voordat Samkalden in actie kwam, want hij was op vakantie.

Maar toen hij uiteindelijk bij het Maagdenhuis stond, was de vraag: hoe stond hij daar? Als burgemeester of als toezichthouder van de UvA? Het was een van de redenen waarom het goed was dat die dubbele pet het jaar daarop door de wetgever gedwongen werd afgezet en Samkalden uitsluitend als burgemeester doorging. Van Empel concludeert terecht dat Samkalden ‘met een gevoel van grote opluchting’ afscheid moet hebben genomen van zijn functie als president-curator van de UvA.

 

Traangas

De Maagdenhuisbezetting van 1969 liep, evenals latere Maagdenhuisbezettingen, niet goed af voor de bezetters. Als president-curator schreef Samkalden op 19 mei 1969 een brief aan de Asva waarin hij zich bereid verklaarde om, als de bezetting uiterlijk om 23 uur die avond zou zijn beëindigd, de Tweede Kamer te vragen een commissie aan te wijzen om maatregelen te verzinnen voor universitaire hervormingen en democratisering. De Asva voelde niets voor dat voorstel en bezette voort. Uiteindelijk werd de Maagdenhuisbezetting dan toch ‘met de harde hand’ beëindigd, waarbij politie, waterkanon en traangas werden ingezet. Maar dat de rust daarmee weerkeerde aan de UvA, daar was geen sprake van.

 

‘Flexibiliteit tot aan een bepaalde grens,’ dat was volgens Van Empel in het algemeen de aanpak van Samkalden tegenover bezetters, demonstranten, Damslapers en andere relschoppers. En dat was precies de reden waarom zijn burgemeesterschap toch succesvoller afliep dan dat van Van Hall, die nooit flexibel was of juist veel te flexibel en die de grens van het toelaatbare veel te stevig bewaakte of er juist zelf overheen ging.

 

Martijn van Empel, Ivo Samkalden. Een rechtlijnige democraat (Amsterdam, 2019). Prijs: € 29,99.

Lees meer over