Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Privearchief
actueel

Crea-directeur Sjoerd (66) zwaait na veertig jaar af: ‘Ik ben gewoon een gesjeesde student’

Sterre van der Hee,
31 oktober 2019 - 10:03

Sjoerd Jans (66), directeur van cultureel studentencentrum Crea, maakt na veertig jaar plaats voor opvolger Dennis van Galen. Hoe kijkt de ‘gesjeesde geologiestudent’ terug op zijn werkzame tijd? Een gesprek in het Crea Café. ‘Alles is hier op z’n plek gevallen.’

U bent na veertig jaar gestopt als Crea-directeur. Hoe gaat het met u?
‘Goed. Ik wist al enkele jaren dat ik nu zou weggaan, het zat eraan te komen. Dat is logisch op mijn leeftijd. Dit is een spannende, leuke periode, al heb ik ook dipjes gehad.’

 

Dipjes?
‘Je voelt dat je er niet meer toe doet. Als je gaat vertrekken, richten mensen in de organisatie zich op een nieuwe situatie, en heb je niet meer dezelfde impact. Mensen zijn minder geïnteresseerd. Het pensioen is het moment dat je uit het maatschappelijk leven wordt verwijderd – daaraan moet ik wennen, ik moet een nieuwe weg vinden. Dat proces is nu in volle gang.’

Feiten & cijfers

In 2019 had Crea ruim 6.300 cursisten over de vloer. Daar komen de bezoekers van avondjes nog bij. In de zalen van Crea worden jaarlijks zo’n 700 tot 750 evenementen gehouden. Het centrum is zeven dagen per week geopend.

 

U studeerde vroeger geologie aan de UvA. Hoe kwam u bij Crea terecht? 
‘Tijdens mijn studie dacht ik: het zou leuk zijn om toneel of muziek te doen. Ik woonde op een studentenflat in Diemen en een ganggenoot speelde bij een Crea-toneelgroep. Zij zochten een zanger in een stuk over Jean-Paul Marat, een van de leiders van de Franse revolutie. Ik was geen geboren acteur, maar vond het geweldig om licht, decor en productie te regelen. In diezelfde tijd was ik aan het dienstweigeren: ik wilde niet in het leger en had gezegd dat ik gewetensbezwaren had. Ik moest vervangende dienstplicht doen, dus zei ik tegen de toenmalige baas van Crea: ik kan hier anderhalf jaar komen werken en dat kost jou bijna niks. Zo is het gekomen, ik ben nooit meer weggegaan.’

‘Ik weet eigenlijk niet wat ik wil, dat is de rode draad in mijn leven. Ik doe maar wat. Ik ben geen jurist of arts, ik ben gewoon een gesjeesde student’

Bent u opgevoed met kunst en cultuur?
‘Niet echt. Ik ben geboren in Amsterdam, op mijn vijftiende verhuisden we naar Zaandam. Mijn vader was boekhouder, mijn moeder huisvrouw en handwerkjuf. Ik kom niet uit een cultureel nest. Ik vond de kunsten wel ongelooflijk spannend en interessant, vooral omdat ik het helemaal niet begreep. Ik vond dat Crea-toneelstuk leuk, maar ik speelde met studenten filosofie die er heel uitgesproken ideeën over hadden. Daar stond ik buiten, ik was een procesdenker. Het feit dat je iets verbeeldt op het podium, iets waar andere mensen naar kijken, iets wat hen iets doet – dat is prachtig, een van de leukste dingen die er zijn. Het is wat Crea doet. Gigantische groepen studenten beleven hier dingen die voor hen heel waardevol zijn, al zijn ze als acteur of muzikant niet altijd groots.’

Foto: Bob Bronshoff

Hebt u in die veertig jaar nooit de verleiding gevoeld om iets anders te doen?
‘Jawel. Ik heb veel bijgeklust in besturen, ik was betrokken bij de jeugdtheaterschool in Zuidoost en ik was troubleshooter in Delft toen een collega bij dat cultuurcentrum plotseling overleed. Ik heb weleens gedacht: ik moet weg, naar een grote organisatie waar meer mogelijkheden zijn. Maar ik weet eigenlijk niet wat ik wil, dat is de rode draad in mijn leven. Ik doe maar wat. Ik ben geen jurist of arts, ik ben gewoon een gesjeesde student. Blijkbaar ben ik slim genoeg om in alle situaties een route te vinden.’


U bent geen jurist of arts, maar wel directeur.   
‘Ik heb mezelf directeur kunnen noemen, ja. Dat wordt geassocieerd met iets hoogs en nette pakken en leaseauto’s, maar dat was bij Crea nooit aan de orde. Ik dacht altijd: we hebben allemaal een rol in de organisatie. Voor de een is de rol weggelegd om te sturen, het proces te overzien en leiding te geven. Die rol speelde ik, maar alle rollen zijn even belangrijk.’


Het klinkt alsof u geen last heeft van ego.
‘Nee, soms denk ik: ik heb een gebrek eraan. Die gedachte verdampt snel omdat mensen met ego’s vaak niet de fijnste types zijn. Anderzijds kan ik zeggen dat Crea, van een relatief bescheiden organisatie, is uitgegroeid tot iets ongelooflijk stevigs. Ik heb daaraan meegewerkt. Als ik hier rondkijk, staat vrijwel alles op de plek die ik ervoor bedacht heb.’

‘In het eerste jaar op het Roeterseiland kwam iedereen vijftien minuten te laat omdat ze waren verdwaald. Er was hier niets, alleen een zandvlakte’

De verhuizing van Crea van de Grimburgwal naar de Roeterseilandcampus had behoorlijk wat voeten in de aarde. Heeft dat u wakker gehouden?
‘Zeker. Toen we hierin trokken, in 2012, was dit het eerste pand op de Roeterseilandcampus, in een zandvlakte en aan een doodlopende weg. Iedereen die hier iets kwam doen, kwam vijftien minuten te laat omdat ze waren verdwaald en hele dooltochten langs de Albert Heijn moesten maken. Er was bijna niemand. De gedachte was dat Crea moest zorgen voor levendigheid op het Roeterseiland, maar dat was een behoorlijke druk. Het moest een succes worden, anders kon een situatie ontstaan waarbij men zou besluiten de stekker eruit te trekken. Het is een succes geworden. Ik zie het als motie van vertrouwen dat de UvA ons dit paleis heeft gegund en dat deze studentenvoorziening kon ontstaan. We zijn ons ook nadrukkelijk meer als deel van de universiteit gaan gedragen: als de UvA hier iets wil doen, zoals bijvoorbeeld het universiteitsforum, dan zorgen we ervoor dat dat kan. Het gebouw heeft een veel bredere rol gekregen. Alles viel op z’n plek, we kunnen de drukte amper aan: zoveel aanvragen voor borrels en bijeenkomsten. Alle studio’s zijn volgeroosterd.’


Tegelijkertijd daalt de subsidie van Crea jaarlijks. In hoeverre komt de financiële kant nog rond?
‘Dat klopt niet helemaal. De subsidie blijft gelijk, maar overige kosten stijgen. We krijgen 1,9 miljoen euro van de UvA, vrij te besteden, waarvan bijna 1,5 miljoen teruggaat naar de universiteit voor huur, nutskosten en faciliteiten. Crea houdt 450.000 euro over. We hebben onze eigen inkomsten de laatste jaren ongelooflijk opgekrikt, maar de grens is bereikt. In principe vind ik dat je moet toewerken naar een subsidieloze situatie, want dan ben je vrij. Dat is in onze situatie niet realistisch, want kunsteducatie kan eigenlijk niet kostendekkend zijn als het voor studenten betaalbaar moet zijn. We betalen de UvA nu 300.000 euro meer huur dan in 2012, terwijl de subsidie niet stijgt. Daarbovenop stijgen in 2019 de huur, servicekosten en energiekosten bij elkaar met ruim 180.000 euro. Ik heb tegen het College van Bestuur gezegd dat dit niet kan. Of ze moeten geld bij leggen, of we zijn over twee jaar failliet. Men denkt daar nu over na.’

‘Zelf denk ik dat de universiteit Crea niet wil killen, maar de vraag is wie de rekening gaat betalen’

Net nu u weggaat.
‘Ik had dit graag willen afronden. Mijn opvolger had dan voor de komende twee jaar geweten waar hij aan toe was. Zelf denk ik dat de universiteit Crea niet wil killen, maar de vraag is wie de rekening gaat betalen. Ik heb me verzoend met de gedachte dat het in “mijn tijd” niet meer lukt om dit af te sluiten. Misschien is dat goed. Dennis [Van Galen, de nieuwe directeur, red.] is de nieuwe man aan het front. Misschien krijgt hij dingen voor elkaar die mij niet gelukt zijn.’


Is er nog iets wat u de huidige studenten zou willen meegeven?
‘Dat ze iets bij Crea moeten doen. Het is heel verrijkend – om het maar pathetisch te zeggen – voor je leven. Het gaat ook over verbinding. Scheikundestudenten ontmoeten mensen die Nederlands of psychologie studeren. Je komt uit je bubbel. In toenemende mate is Crea een voorziening voor internationale studenten, waardoor ook zij meer in contact komen met Nederlandse studenten. Contacten zijn belangrijk. Ik vond mijn studietijd ook zwaar: je zit in een levensfase met existentiële onzekerheden, waarin je het huis uit gaat, er van alles van je verwacht wordt, en moet bedenken hoe je aan de man of vrouw komt. Alleen is maar alleen. Daarnaast doen kunsten een groot beroep op je intellectuele vermogens, net als wetenschap – dat is de uitdaging en kracht ervan. Daarom is het zo goed dat het een plek heeft aan de universiteit.’


Blijft u in dit café komen?
‘Die vraag stel ik mijzelf ook. Mijn voornemen is ja. Ik merk nu al dat ik er niet meer bij hoor – wat ook zo is, want Dennis is nu de baas. Ik heb mijn consumpties gewoon betaald, dat deed ik drie weken geleden niet. Ik neem me voor om de eindpresentaties nog te bezoeken. Of ik het ook ga doen, dat zal de toekomst leren.’

Lees meer over