Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Monique Kooijmans (UvA)
actueel

3,5 miljoen euro voor verbetering UvA-onderwijs bleef vorig jaar op de plank liggen

Henk Strikkers,
4 september 2019 - 06:00

De UvA heeft vorig jaar ongeveer tweederde van de zogenoemde voorinvesteringen uitgegeven. De Faculteit Economie & Bedrijfskunde, de bètafaculteit en het University College bleven achter en gaven minder dan 50 procent uit. ‘Helaas profiteert het eerste cohort dat geen studiefinanciering ontving daar in de eerste jaren nog nauwelijks van.’

Dit ga je lezen
  • Bij de invoering van het leenstelsel werd afgesproken om direct te beginnen met investeren, zodat ook de eerste generatie lenende studenten profiteert van beter onderwijs.
  • De UvA had daar vorig jaar 10 miljoen voor beschikbaar, maar gaf slechts 6,5 miljoen uit. Drie faculteiten gaven zelfs minder dan de helft uit.
  • Onduidelijkheid over het proces en over de hoogte van de bedragen, is daar volgens de faculteiten en de Centrale Studentenraad de oorzaak van.
  • Het geld wordt dit jaar of volgend jaar alsnog geïnvesteerd, maar het is de vraag of de eerste generatie leners daarvan profiteert.

Bij de invoering van het leenstelsel spraken universiteiten en het ministerie af om zogenoemde voorinvesteringen te doen. Dat geld, dat de universiteiten uit eigen reserves opbrengen, moest ervoor zorgen dat studenten die geen basisbeurs meer kregen al wel konden profiteren van beter onderwijs. Vorig jaar was het laatste jaar dat de universiteiten voorinvesteringen zouden doen, aangezien dit jaar de eerste opbrengsten van het leenstelsel beschikbaar komen. Die opbrengsten worden geïnvesteerd in beter onderwijs.

 

De UvA reserveerde voor die zogenoemde voorinvesteringen in 2018 iets minder dan 10 miljoen euro. Daarvan gaf ze echter maar 6,5 miljoen euro uit. De Faculteit Economie & Bedrijfskunde (FEB), de bètafaculteit (Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica; FNWI) en het Amsterdam University College (AUC) gaven het minst uit: respectievelijk 42 procent, 36 procent en 15 procent van het beschikbare budget.

 

(Lees verder onder de infographic)

Lang onduidelijk

Hoe komt dat? Volgens FNWI-decaan Peter van Tienderen blijft de besteding aan zijn faculteit achter doordat lang onduidelijk was hoeveel er voor zijn faculteit beschikbaar zou zijn en de middelen ‘relatief laat’ beschikbaar waren. ‘De faculteit heeft bovendien nauwelijks gekozen voor kortdurende, tijdelijke initiatieven en zet vooral in op structurele vernieuwingen en uitbreidingen.’ Dat kost meer tijd dan van tevoren werd gedacht, zegt van Tienderen. Ook bleek de voorbereiding om ineens veel docenten te werven langer dan verwacht.

 

Belinda Stratton, managing director van het AUC, laat eveneens weten dat ze pas zeer laat wist hoe hoog de voorinvesteringen precies waren. ‘Op het moment dat het bedrag bevestigd werd, zijn we een open consultatieproces met de medezeggenschap gestart.’ Door de late bevestiging en het consultatieproces is ‘een significant deel van de investeringen’ van 2018 pas in 2019 uitgegeven.

‘Het is de bedoeling het onderwijs te intensiveren, maar als je de mensen daarvoor niet kunt vinden, dan wordt dat lastig’

Van plan gewisseld

Annemarie Zand Scholten, directeur van het centrum van blended learning van de FEB van de economiefaculteit vertelt dat haar faculteit qua bestedingen achterblijft omdat ze van aanpak is gewisseld. Aanvankelijk was het plan ‘om curricula op een systematische wijze te innoveren en te verbeteren.’ Dat lukte niet goed: docenten konden niet vervangen worden om ontwikkeltijd te compenseren en ook niet vrij geroosterd worden. Ook het uitbesteden van de curriculumwijzigingen aan externe docenten en student-assistenten werkte niet goed, vertelt Zand Scholten, ‘omdat er toch veel tijd van docenten in het begeleiden ging zitten’.

 

Omdat dit niet werkte heeft de FEB er uiteindelijk voor gekozen om ‘individuele docenten een budget van tienduizend euro [te geven, red.] om hun onderwijs te innoveren, met ruimere mogelijkheden om hun tijd te compenseren,’ zegt Zand Scholten. ‘Om te voorkomen dat het budget geïsoleerde innovatie oplevert die niet echt beklijft, of niet alle opleidingen ten goede komt, hebben we geprobeerd de fellowships zo toe te kennen dat elke opleiding en sectie ten minste één fellow kent.’

 

Veel onduidelijkheid en veel vertraging

Roeland Voorbergen, tot vorige week voorzitter van de Centrale Studentenraad, erkent dat er veel onduidelijkheid was over die investeringen. ‘Een centraal kader hiervoor ontbrak, wat veel discussie heeft veroorzaakt: zowel tussen universiteitsbestuur en centrale medezeggenschap, als tussen de decanen en het universiteitsbestuur en ook tussen de decanen en de facultaire medezeggenschap. Al met al zorgde dit voor veel vertraging en is aardig wat geld blijven liggen.’

‘Er is gekozen voor een zorgvuldig proces met veel inbreng en betrokkenheid van alle partijen. Dat heeft tijd gekost.’

Hij zegt dat een veelgehoorde verklaring dat er juist bij deze faculteiten geld op de plank bleef liggen is ‘dat de FEB en de FNWI moeite hebben met het vinden van docenten voor bepaalde opleidingen, een probleem dat ook bij het AUC zichtbaar is’. ‘Het is de bedoeling het onderwijs te intensiveren, maar als je de mensen daarvoor niet kunt vinden, dan wordt dat lastig.’

 

Een woordvoerder van de UvA vertelt dat er ‘is gekozen voor een zorgvuldig proces met veel inbreng en betrokkenheid van alle partijen. Dat heeft tijd gekost.’ Hij stelt dat het gaat om ‘uitstel’. Het geld wordt immers alsnog geïnvesteerd ‘in de kwaliteit van het onderwijs’. ‘Maar helaas profiteert het eerste cohort dat geen studiefinanciering ontving daar in de eerste jaren nog nauwelijks van.’

Lees meer over