Foto: Lalupa (cc, via Wikimedia Commons)
actueel

Universiteiten vrezen Groningse coup bij Nederlands instituut in Rome

Dirk Wolthekker,
14 juni 2019 - 13:17

Het interuniversitaire Koninklijk Nederlands Instituut Rome, waarin ook de UvA deelneemt, dreigt volgens NRC Handelsblad te worden overgenomen door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), die het beheer voert over het instituut. De UvA is grootverbruiker van het onderzoek- en onderwijsinstituut in Rome.

Vertrekkend rector magnificus Elmer Sterken van de RUG wordt per 1 september interim-directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (Knir). Het gaat weliswaar om een tijdelijke functie tot 1 januari 2020, maar andere universiteiten zouden vrezen dat de RUG het interuniversitaire Knir naar zijn hand zal zetten. Volgens berichten in NRC Handelsblad zijn er een aantal redenen voor die vrees. De krant schrijft dat in het kader van een strategisch plan van de RUG ‘het Knir onderdeel wordt van de internationalisering van de Groningse universiteit’ en om die reden alvast Elmer Sterken naar voren wil schuiven.

De RUG zou streven ‘naar een verhouding van 50 procent Groningse activiteiten en 50 procent voor de andere Nederlandse universiteiten’

Villa Borghese

Het Knir werd opgericht in 1904 met als voornaamste doel ‘de studie van de kort hiervoor geopende Vaticaanse archieven’. Sindsdien heeft het instituut – gevestigd in een pand aan de rand van het Romeinse stadspark Villa Borghese – zijn aandacht ook gericht op andere wetenschapsgebieden, in het bijzonder kunstgeschiedenis, oudheidkunde en archeologie. Het is een instituut waarin zes universiteiten participeren: Groningen, Utrecht, Leiden, Nijmegen en de beide Amsterdamse universiteiten VU en UvA.

 

De RUG is penvoerder, dat wil zeggen: zij voert het beheer. Sinds 1 mei 2014 is Harald Hendrix directeur. Hij is hoogleraar Italiaanse taal en cultuur in Utrecht, maar gestationeerd in Rome. Zijn aanstelling loopt op 1 augustus af, waardoor een sollicitatieprocedure op gang had moeten komen voor zijn opvolging. Die is niet opgestart, waardoor de RUG oud-rector Sterken naar voren kon schuiven.

De UvA is grootverbruiker van het Knir: 52 van de 182 cursisten waren afkomstig van de UvA, evenals 7 van de 24 promovendi

Uniek

‘De RUG vindt dat voortaan de directeuren van het instituut direct in dienst moeten zijn van de eigen universiteit. Nu is de programmering nog in handen van de onafhankelijke directeur en drie wetenschappers van het instituut,’ schrijft NRC. In een strategische notitie zou het Groningse college van bestuur volgens de krant streven ‘naar een verhouding van 50 procent Groningse activiteiten en 50 procent wetenschappelijk onderwijs en onderzoek voor de andere Nederlandse universiteiten’.

 

Ook wil de RUG dat er aan het Knir een wisselleerstoel komt voor Groningse hoogleraren en dat de eigen studenten naar Rome kunnen gaan om met een internationale omgeving kennis te maken. Directeur Hendrix van het Knir ziet het Groningse plan als een ‘degradatie’ van het instituut omdat het unieke karakter als nationaal instituut erdoor verloren zou gaan. In documenten van de Rijksuniversiteit Groningen wordt al gerept over RUG-Campus Rome.

 

De RUG beargumenteert haar plan door te stellen dat zij als penvoerder het meeste bijdraagt aan het Knir, volgens de laatste jaarrekening (2018) een bedrag van 1,47 miljoen euro. De andere universiteiten droegen slechts 26.000 euro bij, maar volgens directeur Hendrix is het bedrag dat de Groningers bijdroegen een geflatteerd bedrag. Zo zou de RUG niet zelf betalen voor het onderhoud van de Romeinse huisvesting, maar die in de lumpsum van de overheid vergoed krijgen.

 

UvA

De UvA brengt in de Romeinse kwestie nog geen standpunt naar buiten. Een UvA-woordvoerder laat weten dat er eind juni overleg plaatsvindt tussen de zes samenwerkende universiteiten. ‘Het lijkt ons beter dat overleg eerst te voeren in plaats van via de media te reageren.’ Wel laat de woordvoerder weten dat het KNIR ‘zeker van belang’ is voor de UvA. ‘Afgesproken is dat de dienstverlening vanuit het KNIR voor [onze] studenten en onderzoekers in tact blijft’. Uit het genoemde jaarverslag van het Knir over 2018 blijkt dat de UvA grootverbruiker is van het Knir. Zo waren 52 van de 182 cursisten afkomstig van de UvA, evenals 7 van de 24 promovendi.

 

De zes genoemde universiteiten werken samen in de koepel van Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB), waarin vijf buitenlandse onderzoeksinstituten zijn ondergebracht. Naast het instituut in Rome gaat het om instituten in Athene (NIA), Sint Petersburg (NIP), Florence (NIKI) en (samen met Vlaanderen) Caïro (NVIC). De UvA is penvoerder van de instituten in Athene en Sint Petersburg.