Foto: Bas Losekoot
actueel

Hoogleraar Patricia Pisters: ‘Een vriendin heeft mijn scriptie uitgetypt’

Sterre van der Hee,
20 mei 2019 - 13:43

Wat vonden hoogleraren van hun scriptie? Deze week blikken we terug met vijf UvA-professoren. Vandaag: Patricia Pisters (53), hoogleraar filmwetenschap, die haar scriptie schreef over het werk van de Franse schrijver en filmmaker Marguerite Duras. ‘Ik denk dat ik wel een overijverige student was.’ 

‘Ik schreef mijn scriptie in 1991 voor Franse taal- & letterkunde en voor filmkunde. Ik was zeer in de ban van Marguerite Duras. Haar werk omvatte zowel films als boeken, dus heb ik een dubbele scriptie geschreven die ik bij twee opleidingen heb ondergebracht. Mijn werk is door twee studiecommissies beoordeeld en ik kreeg ook twee cijfers: een 9,5 bij communicatiewetenschap/filmkunde en een 9 bij Franse taal- & letterkunde. In die tijd had je een vrije doctoraal: je mocht zelf je pakket samenstellen, en ik wilde vooral alles van film weten. Ik denk dat ik wel een overijverige student was. 

 

Mijn fascinatie voor Duras begon toen ik in 1986 in Parijs was om Frans te studeren en daar de cinema te ontdekken. Ik kocht een van haar boeken, Blauwe ogen, zwart haar, maar snapte er nog niets van – mijn Frans was niet goed genoeg. Later, toen dat beter werd, merkte ik dat het verhaal precies over mij ging. Het liet me zien wat je als meisje en als vrouw kan doen, dat je iets moet doen met je verlangen om te schrijven. Ik had vooral een obsessie met dagboeken, maar uiteindelijk heb ik schrijvend mijn weg gevonden binnen de geesteswetenschappelijke context. 

Foto: Privéarchief
Patricia Pisters aan het begin van haar studie

Het theoretische kader van mijn scriptie ging over hermeneutiek en intertekstualiteit, omdat veel van haar thema’s terugkomen en door elkaar lopen in haar werk. Zo vond ik een aantal symbolen – de zee, bijvoorbeeld – die telkens treugkeert. Verder heb ik haar stijl geanalyseerd, die is soms onnavolgbaar. Ze schrijft veel over persoonlijke onderwerpen, maar raakt ook aan grotere geschiedkundige thema’s: kolonialisme, de positie van vrouwen. Er is altijd een mysterieuze vermening van feit en fictie. 

 

Ik vond het schrijfproces fantastisch. Ik heb alles in zes weken geschreven, met pen en papier, en verder niemand gezien. Het is geweldig om in die zone te verdwijnen, een schrijfmodus waarin je goed verbanden kunt leggen, maar uiteindelijk moet je er ook weer uit, want het kan eenzaam worden. Vooraf had ik wel alle informatie verzameld en alles gelezen en bekeken: ik zat dagen in de bieb, opzoeken, kopiëren, referenties vinden. Soms moest je de hele stad doorfietsen naar een boek dat op een andere locatie lag – en dat terwijl je alle informatie tegenwoordig met één klik binnen hebt. Een vriendin heeft de scriptie uiteindelijk uitgetypt. Het enige wat me echt tegenviel, was afscheid nemen van mijn onderzoek. Toen ik later voor een researchmaster naar Parijs ging heb ik nóg een scriptie over Duras geschreven. Ik kon het toch niet helemaal loslaten. 

 

Tegen studenten zeg ik vaak: ga bij jezelf na wat je wil uitvinden. Wat raakt je? Studenten hebben tegenwoordig veel meer stressfactoren: een kortere studietijd, minder geld. Maar als je de passie mist kan je scriptie een molensteen of invuloefening worden. Dat is een gemiste kans: het is ook een luxe om iets volledig te kunnen uitzoeken.’

Lees meer over